Beste André – vr 28 okt. 2005

Deze week verbood cultuurwethouder André Adank de directeuren van het cultuurbedrijf mee te werken aan een stedelijk cultuurdebat. Ik vind juist dat deze directeuren een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan dat debat. Ik schreef een open brief aan de wethouder.

Aan de Wethouder van Cultuur
Dhr. André Adank
Claudius Prinsenlaan 10
4811 DJ Breda
verzending per fax en brief

Breda, 28 oktober 2005

Betreft: Open brief aan de Cultuurwethouder van Breda

Beste André,

Allebei hebben wij iets met cultuur. Jij als wethouder, ik als lid van de commissie cultuur. Qua visie op het cultuurbeleid zijn we het grondig oneens. Jij ziet cultuur graag als economische motor van de stad, ik zie het meer als eigenstandige waarde. Jij bepleit een sterke leiding vanuit het stadskantoor, terwijl ik er van overtuigd ben dat het verstandig is om het culturele leven in de stad zoveel mogelijk van onderop te laten inrichten. Ondanks dat verschil van inzicht, heb ik waardering voor de manier waarop je sommige zaken aanpakt. Het enthousiasme waarmee je reageerde op het bevrijdingsschilderij over Breda, dat ook in jouw ogen zeker in Breda een plek moest krijgen, vond ik positief. Ook vond ik het zeer positief dat je bij de laatste commissievergadering cultuur de commissieleden hebt opgeroepen om vooral het debat met het cultuurveld aan te gaan. Wellicht dat deze open brief een aanzet kan geven voor dat in ieder geval door mij, maar als ik je in de commissie goed verstaan heb, ook door jou vurig gewenste debat.

Ik was dan ook erg geschrokken toen ik deze week las dat jij de directeuren van het cultuurbeleid verboden hebt mee te doen aan een cultuurdebat dat het veld zelf van plan is te organiseren. Juist deze directeuren, die met beide voeten in de aarde staan, kunnen een heel zinnige bijdrage leveren aan zo’n debat over het culturele leven in de stad. Hen monddood maken, zou een cultuurdebat op voorhand mankeren. Jij beargumenteert dat met de mededeling dat een cultuurdebat in de politiek thuis hoort. Onjuist, als je het mij vraagt. Debatten over cultuur horen allereerst in de stad plaats, tussen burgers, kunstenaars, beoefenaars en ‘lijndragers’ in de culturele sector. Het probleem van het cultuurdebat is juist dat het zich te veel afspeelt tussen de muren van het stadhuis en op de burelen van de vakdirectie. Een groot, stedelijk cultuurdebat zou juist tot verfrissing en vernieuwing kunnen leiden. Daar heeft de raad behoefte aan. Een ieder die daar anders over denkt, heeft oogkleppen op.

Wie leiderschap wil geven aan de culturele sector in Breda, moet verantwoordelijkheid neerleggen bij de uitvoerders en niet zelf dingen bedenken in stoffige kantoren met pre-fab meubels. Cultuur ontstaat niet op conferenties en congressen over de toeristische meerwaarde van cultuur, maar op bruisende bijeenkomsten met kunst en debat. Een wethouder cultuur moet vertrouwen geven en kritiek accepteren, in plaats van halsstarrig eigen lijnen uitzetten. Ik vind het jammer en schadelijk dat je jezelf, door het buitenspel zetten van de directeuren van ons cultuurbedrijf, deze mogelijkheid voor reflectie ontneemt.

Het spreekverbod verdraagt zich niet met de creativiteit die inherent verbonden is aan deze sector. Het dreigement dat mensen die desondanks hun mond open doen, op zoek kunnen naar een andere baan, gaat in mijn ogen veel, maar dan ook veel te ver. Een cultuur van angst en dreigementen zal het veld lamleggen. Dat geeft jou misschien vrij baan je beleid zonder tegenwind uit te voeren, maar leidt uiteindelijk niet tot een vruchtbaar cultureel klimaat. Het past ook niet in een democratie om criticasters op deze wijze de mond te snoeren. Democratisch leiderschap vereist juist het incasseren en in het beleid verwerken van de kritiekpunten.

Ik roep je op tot een vrijzinnig leiderschap. Waarbij je je meer laat voeden van onderop dan door de rekenmeesters op het stadskantoor. Waarbij je open staat voor kritiek en je linkerwang toekeert, in plaats van terugfluit. Waarbij je je leiderschap gebruikt om het beste bij anderen boven te halen, in plaats van hen in te perken en in het hok te duwen. Wanneer dat lukt, ontstaat er iets moois. Wanneer dat niet lukt, geef ik je ter overweging dat het bij een conflict niet vanzelfsprekend is, dat de ondergeschikten ‘op zoek moeten naar een andere baan’.

Tot slot een culinaire opmerking. Wanneer een woordvoerder zegt dat de vakdirectie ‘het deksel wel op de pan schuift, wanneer deze dreigt over te koken’, geeft dat niet veel vertrouwen. Wie wel eens aardappels op het vuur zet, weet dat wanneer een pan dreigt over te koken, er maar één ding te doen is: het deksel eraf halen. Wie het deksel stevig op de pan drukt, kan twee dingen verwachten: blaren op de vingers en een heel smerig fornuis.

Ik wens je veel succes en wijsheid toe,
met hartelijke groet,

Selçuk Akinci

cc. pers cultuurinstellingen cultuurorganisaties

Verkiezingsdag – za 15 okt. 2005

In Akantes, een vroeger voor mannen volstrekt verboden vrouwenhuis annex studiecentrum in Amsterdam, hield de groenlinkse jongerenorganisatie Dwars een bijeenkomst over de rol van Dwars binnen de gemeenteraadscampagne van GroenLinks. Ik mocht de dag aan elkaar praten.

Ondanks het inhoudelijk nogal stevige programma was de opkomst vrij behoorlijk. Toen de avond gevallen was, besloten we met vijf mensen nog wat te gaan eten in één of ander zeer trendy ogend, maar desalniettemin niet zeer prijzig restaurant in de hoofdstad.

Het was een uur of één toen ik arriveerde in Breda. Ik kon dus nog best even langs het verjaardagsfeestje van Guus. Ondanks de drukke dag hield ik het het langste vol. Om zeven uur ’s ochtends, toen zo’n beetje iedereen al naar huis was, draaide we nog een laatste plaatje.

Levenslang – di 26 juli 2005

Mohammed Bouyeri, de moslimidioot die gemeend heeft Theo van Gogh te moeten afslachten, heeft levenslang gekregen. Ondanks deze maximale straf, was de uitkomst onbevredigend.

Wat me het meeste stak was de onbewogenheid waarmee Bouyeri het hele proces over zich heen heeft laten komen. Zijn weigering te erkennen dat hij iets heel ergs heeft gedaan, iets onmenselijks. Had hij berouw getoond, dan had hij nog iets menselijks gehad. Maar hij bleef ervan overtuigd dat hij een goede daad had verricht. Een zelfbenoemde pion van een God die hij heeft geschapen naar zijn eigen misvormde gelijkenis.

Hetzelfde geld voor de plegers van de aanslagen in Londen. Ook daar hebben we te maken met extremisten die een eigen, radicale interpretatie geven aan boeken als de Koran. Waarom deze mensen als martelaar de dood, of in het geval van Bouyeri levenslang, verkiezen boven het leven in een harmonieuze samenleving, is voor ‘normale’ mensen onbegrijpelijk. En hun gedrag is koren op de molen van xenofoben als Geert Wilders.

Het is verleidelijk om te stellen dat de islam terroristen creëert. Terrorisme bestaat immers langer dan de islam. Ook de ETA en de IRA hebben honderden doden op hun geweten. En terwijl radicale Palestijnse activisten het leven van talloze onschuldige burgers ontnemen in hun strijd voor een onafhankelijke staat, deed het joods verzet precies hetzelfde met hun aanslag in 1946 op het King David Hotel, die 90 mensen het leven kostte.

Religie is een gevaarlijk wapen in handen van groeperingen die worden onderdrukt. En dat toont meteen de ware oorzaak van het probleem: niet de islam creëert terroristen, de onderdrukking of vernedering van bevolkingsgroepen is de ware oorzaak. Het verschil tussen moslims en de meeste andere terroristen is dat de eerste groep bereid is ook het eigen leven op te offeren voor een aanslag. Dat kun je van sluipschutters en mensen die tijdbommen plaatsen niet zeggen. Die blijven zelf vrolijk verder leven.

Onderdrukte groepen ontlenen kennelijk makkelijker een identiteit aan een religie dan aan een geografische afkomst. Dat geeft te denken. Wie beweert dat elke godsdienst wereldvrede predikt heeft vanuit zijn wereldbeeld ongetwijfeld gelijk. Maar met even veel recht kan worden gesteld dat het meeste bloed dat deze aarde de afgelopen twee millennia heeft besmeurd, verspilt is door mensen die meenden te handelen vanuit hun geloof. Er is nog een hoop missiewerk te verrichten. Bij voorkeur seculier.

Last minute – wo 29 juni 2005

Het was een dag die zich niet aan het vooraf zo zorgvuldig geplande schema hield. ’s Ochtends zou ik een gesprek hebben met GroenLinks-voorzitter Herman Meijer. Daarna zou ik even langswippen bij Dwars, de jongerenorganisatie die schuin tegenover GroenLinks is gevestigd aan de Oude Gracht, en daarna zou ik met gezwinde spoed doorrijden naar Hilversum om daar een uitzending op te nemen. Een trager-dan-normale A27 gooide roet in het eten.

En dus kwam ik een half uur later dan gepland aan bij Herman Meijer, die mij had uitgenodigd om nader kennis te maken. Hoewel ik als nieuwkomer al weer drie maanden in het algemeen bestuur van de partij zit, was er eerder geen gelegenheid om iets af te spreken. Het was een leuk gesprek, dat dan ook langer duurde dan ik had gepland. Tel daar bij op dat ik toch al later was en je komt al snel tot de conclusie dat ik de afspraak bij Dwars moest verzetten.

Onderweg naar Utrecht, na ook nog eens een verkeerde afslag genomen te hebben, belde mijn studiogast enigszins in paniek op. Ik vreesde al dat íe te vroeg in Hilversum was aangekomen en nu naarstig en tevergeefs, op zoek was naar mij. Het bleek echter dat er bij hem iets tussen was gekomen waardoor hij onze afspraak moest verzetten. Enerzijds kwam dat dus goed uit. Ik hoefde me ineens niet meer te haasten.

Die avond had ik alsnog mijn afspraak met Dwars, onder het genot van een verassend lekkere vegetarische maaltijd in Café België. Doorgaans houd ik wel van een stukje vlees, maar onder vegetariërs wil ik me nog wel eens solidair opstellen. Onder het eten bespraken we de mogelijkheden die Dwars had om een bijdrage te leveren aan de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen, die in maart 2006 zullen plaatsvinden.

Later dan gepland arriveerde ik thuis, pakte ik mijn spullen bijeen en ging naar bed. De volgende ochtend zouden we immers naar Werchter rijden.

Horeca-sluiting – do 23 juni 2005

De discussie over de horeca-sluitingstijden zingt al ongeveer een jaar rond in Breda. Vanavond was de commissie waarin een voorstel van het college besproken zou worden. Daarvoor was ook al een hoorzitting gehouden. Het college-voorstel was onbeholpen en de uitkomst van de hoorzitting maakte de zaak er ook niet duidelijker op (zie weblog ma 20 juni 2005).

Het collegevoorstel komt er kort gezegd op neer dat de kroegen voortaan tot drie uur ’s nachts open mogen blijven, in plaats van de huidige twee uur. De broodjeszaken, (=snackbars, döner-tenten etc.) die nu tot halfvijf open zijn, moeten volgens dat voorstel ook om drie uur dicht, met als reden dat er in de snackbars zo vaak problemen zouden zijn. De nachtzaken blijven tot vier uur open, net als nu. Voor poppodium MeZZ geldt ook een sluitingstijd van vier uur (nu twee uur), ook al hebben ze geen nachtvergunning. Wie het begrijpt, mag het uitleggen.

Allereerst is GroenLinks principiëel voorstander van vrije openingstijden. Ondernemers zijn zelf prima in staat om te bepalen wanneer hun type klanten uit willen gaan en kunnen daar hun openingstijden op aanpassen. Het is ook niet aan de overheid om te bepalen ‘wanneer mensen naar huis moeten’. Een dergelijke paternalistische houding is niet meer van deze tijd. Dus er moeten voor ons practische argumenten zijn om kroegen aan een sluitingstijd te binden.

Die zijn er volgens mij niet echt. Voor de veiligheid is het alleen maar beter wanneer de openingstijden flink verruimd worden. Nu stroomt al het volk massaal op hetzelfde moment naar buiten: om twee uur, en nogmaals om vier uur, wanneer de nachtzaken sluiten. Twee keer overlast dus met soms de nodige vechtpartijen. Met een ruimere openingstijd zullen mensen geleidelijk naar huis gaan in plaats van tegelijkertijd. Een sluitingstijd van drie uur is onvoldoende verruiming om die geleidelijke uitstroom te bewerkstelligen. Dat zou minstens vier uur moeten zijn of, zoals net gezegd, de volledig vrije openingstijden.

Dat de broodjeszaken tegelijk met de café’s dicht zouden moeten is ook belachelijk. Je kunt het als overheid immers niet maken om op het moment dat de broodjeszaken het meeste geld verdienen, ze verplicht te laten sluiten. Zo mag je niet met hardwerkende ondernemers omgaan, zeker als de reden (opstootjes en vechtpartijen in de broodjeszaken), niet aantoonbaar is.

Over een apart beleid ten aanzien van het poppodium ben ik ook niet tevreden. Ofwel gun je MeZZ een nachtvergunning, met dezelfde regels die voor andere nachtzaken gelden (zoals pas om tien uur open mogen), ofwel houd je ze aan dezelfde regels als elke andere kroeg. Gelijke monniken, gelijke kappen. Overigens zou MeZZ, in door GroenLinks bepleitte scenario van vrije openingstijden, geen enkel probleem meer hebben om dance-activiteiten te organiseren. Ze moeten wellicht wel extra maatregelen treffen om de geluidsoverlast te beperken, maar ook dat geldt in principe voor elke kroeg.

Wat te doen met de huidige nachtvergunningen. Zij moeten nu aan extra eisen voldoen wat betreft veiligheid (zoals portiers, geluidsisolatie en kogelwerende deuren). Daar hebben ze extra in moeten investeren en hun voordeel (later open mogen zijn) zou in een scenario van vrije openingstijden komen te vervallen. Dat is allereerst door de strenge eisen te stellen aan die café’s die het nodig hebben. Die portiers zijn er in eerste instantie niet omdat de kroeg zo laat open is, maar omdat er veel mensen binnen zijn. Dit soort veiligheidseisen moeten voortaan gesteld worden afhankelijk van de grootte, de capaciteit van de kroeg. Geluidsisolatie moet afhankelijk zijn van het tijdstip waarop de kroeg open is. Wil een kroeg in een scenario van vrije openingstijden ’s nachts open zijn, moeten extra geluidswerende eisen gesteld èn gehandhaafd worden. Dat nachtzaken overdag open mogen als de andere kroegen ook ’s nachts open mogen, is natuurlijk vanzelfsprekend.

Tot slot het argument van Horeca Nederland tijdens de hoorzitting: ruimere openingstijden leidt tot meer kosten, maar niet tot meer opbrengsten. Mensen gaan pas later naar de stad, zo vrezen zij. Voor een deel kan dat kloppen, maar er is ook een keerzijde. Nu gaan veel Bredanaars naar andere steden, waar ze langer uit kunnen gaan. Deze groep zal voortaan vaker in Breda blijven. Ook zullen meer stappers uit de omgeving voor Breda kiezen, in plaats van Rotterdam, Tilburg of Eindhoven.

Hoewel ik het totaal niet had verwacht, lijkt er zich een voorzichtige meerderheid af te tekenen voor een regime van vrije openingstijden. Naast GroenLinks zijn ook de VVD, de SP en D’66 voorstander. De PvdA is sowieso voorstander van openingstijden tot vier uur ’s nachts en denkt nog na over de vrije variant. Dat het college met een nieuw voorstel moet komen is in ieder geval duidelijk. Dat kan in de herfst dus nog spannend worden. Wordt vervolgd…

Geldrop – wo 22 juni 2004

Een GroenLinks-afdeling in Oost-Brabant wil de afdeling vernieuwen en vroeg om de aanwezigheid van een lid van het landelijk bestuur op hun ledenvergadering. Ik kon het met moeite inpassen en toog die kant op.

Dankzij mijn aanwezigheid heb ik een beter beeld van de problemen waar kleine afdelingen mee te kampen hebben. Ik heb dan ook niets dan respect voor de mensen die daar keer op keer hun schouders eronder willen zetten. Ik hoop dat ik, als relatieve buitenstaander, wat nuttige tips heb kunnen geven.

Ondertussen begin ik langzaam te snakken naar het reces, wat een duur politiek woord is voor vacantie. Tegen de zomer wil iedereen nog even snel het één en ander afhandelen voordat de vacantie begint, met als gevolg een uitpuilende agenda. Als over twee weken het politieke werk even op een lager pitje komt te liggen, kan ik eindelijk toekomen aan wat andere dingen. Zelfs dit web-log blijft er steeds maar bij inschieten.

Fractie later – ma 20 juni 2004

Ik had beloofd nog één en ander te vertellen over de hoorzitting over langere openingstijden, die vorige week heeft plaatsgevonden (zie weblog ma 13 juni 2005). Aangezien de commissiebehandeling later die week zou plaatsvinden, hadden we het maandag op de fractievergadering ook uitgebreid over dat onderwerp.

Het fenomeen hoorzitting is relatief nieuw in Breda. Vooralsnog eigenlijk alleen toegepast om burgers de gelegenheid te geven hun wensen door te geven aan de raadsleden bij de behandeling van de kadernota (zie weblog vr 20 mei 2005). Over het onderwerp horecasluitingstijden werd nu ook een hoorzitting georganiseerd.

Allereerst kwamen de bewoners van de binnenstad aan het woord. Hun reactie was simpel: wat ons betreft mogen de kroegen langer open blijven, zolang de geluidsoverlast door de vaak harde muziek maar in de gaten wordt gehouden. Ofwel: controleer nu eindelijk eens goed of kroegen hun stereo niet te hard openzetten.

De tweede groep insprekers bestond uit vertegenwoordigers van de horeca. Die werd in eerste instantie vertegenwoordigd door Horeca Nederland (de café’s) en de Wandelarij (restaurants). Het spreekt voor zich dat vooral de mening van de café’s in deze kwestie een belangrijke rol speelt. Dat de Bredase afdeling van Horeca Nederland de verruiming van de openingstijden niet zo zag zitten, was al bekend. De restaurants hadden een minder uitgesproken mening (wij gaan toch om elf uur dicht), maar waren ook geen voorstander.

Een derde spreekster was tot enkele maanden geleden uitgesproken voorstander van langere openingstijden en had toen een enquête gehouden waaruit bleek dat een heleboel café’s dat ook vondt Zij bleek echter inmiddels bestuurslid van datzelfde Horeca Nederland geworden te zijn en had ineens een volstrekt tegengestelde mening. Iets dat mijn wenkbrauwen nogal deed fronsen. Binnen een tijdsbestek van enkele maanden 180 graden van mening te veranderen, roept immers nogal wat vragen op en die werden naar mijn smaak niet voldoende beantwoord. Zeker ook aangezien de kleinere, onafhankelijke kroegbazen die ik ken juist fervent voorstander zijn van ruimere openingstijden.

Eveneens opvallend was dat de studentenverenigingen, die het uitgaanspubliek moesten vertegenwoordigen, een uitermate slecht voorbereid verhaal hadden, dan wel helemaal niet aanwezig waren. Dat de broodjeszaken niet eerder dicht wilden, zoals het college in een conceptvoorstel heeft voorgeschreven, mag volstrekt duidelijk zijn. En dat de taxi-branche het allemaal een worst zal zijn “want wij werken toch al 24 uur per dag”, was ook niet verassend. Al met al had ik uiteindelijk nogal wat vraagtekens bij de hoorzitting en de uitgenodigde sprekers. Anderzijds, en dat moet ook gezegd worden, is het nooit verkeerd om de mening van de betrokkenen in zo’n hoorzitting te horen. Hoe die mening gewogen wordt, is uiteindelijk aan de commissie.

Dwars Congres – 17 t/m 19 juni 2005

Wie denkt dat een politieke jongerenorganisatie slechts als taak heeft om de luis in de pels te zijn van de moederpartij en zich voor de rest klem te zuipen heeft het mis. Zeker nu bij Dwars intern geherstructireerd moest worden. Dit onder de noemer van de bestuurlijke vernieuwing. Als ouwe lul was ik bijzonder kritisch. Ik delfde het onderspit.

Het centrale punt van de bestuurlijke vernieuwing was de samenvoeging van het Coördinerend Overleg (zeg maar het bestuur van Dwars) en de Jongerenfractie (het politiek-inhoudelijke orgaan). Argument daarbij was dat de afzonderlijke organen op dit moment niet optimaal naast elkaar functioneren.

Nu is het bij politieke partijen doorgaans gebruikelijk dat bestuur en fractiewerk strikt gescheiden zijn. Bij jongerenorganisaties is dat minder vanzelfsprekend. De scheiding tussen bestuurlijk-organisatorisch en politiekinhoudelijk was bij Dwars dan ook net zo veel een toevallige samenloop van omstandigheden dan een bewuste keuzse. Desalniettemin iets dat in mijn ogen waardevol was. Twee functies die wezenlijk van elkaar verschillen moet je ook niet willen bundelen.

Ik kon lullen als Brugman, maar de statutaire wijzigingen kregen de vereiste 2/3 meerderheid, ook al was de stemverhouding op momenten nog even spannend. In mijn ogen, en die van enkele andere ‘prominente’ Dwarsers, een verkeerde beslissing, maar het zij zo.

Het tweedaagse zomercongres in het Rotterdamse Poortgebouw verkoos ook een nieuwe jongerenfractie. Daarnaast veel discussie over sexualiteit, het thema van dit congres (onder meer over homo- en vrouwenemancipatie), discussie over de in de ogen van sommigen te hoge bierprijs en natuurlijk veganistisch eten. Na zondagmiddag meegeholpen te hebben met het opruimen, reisde ik af naar Breda.

Beeldvorming (4) – do 16 juni 2005

Enkele maanden geleden werd ik door Dwars, de groenlinkse jongerenorganisatie gevraagd om zitting te nemen in de kandidatencommissie voor de jongerenfractie. Gevleid als ik was zei ik ‘ja’. Dat is een gevaarlijk antwoord als je agenda toch al veel gelijkenis vertoont met een springvloed

Het enige ‘geluk’ was dat het aantal kandidaten op zich in twee sessies afgewerkt kon worden. Geluk tussen aanhalingstekens, wat Dwars is zelf natuurlijk gebaat bij een overvloed aan aanmeldingen. Nadat we anderhalve week eerder (zie weblog di 7 juni 2005) de eerste sessie hadden gehad, gingen Roel en ik aan de tweede lading verder. Enigszins gemankeerd, omdat een derde collega-kandidatencommissielid vanwege andere politieke activiteiten moest afzeggen.

Aangezien het congres al meteen het opvolgende weekeinde gehouden zou worden, moesten we erg snel zijn met onze adviezen. Een goede taakverdeling en een prettige verstandhouding maakte dat alles efficiënt verliep en tijdig klaar was. Waarmee maar weer eens bewezen is dat een goed team minstens net zo belangrijk is als goede individuen. Hopelijk dat onze adviezen als kandidatencommissie ook daartoe zullen leiden.

Beeldvorming (2) – di 7 juni 2005

Gemeentepolitiek is in het gunstigste geval een parttime baan. De rest maakt het zich er met nog minder uren in de week vanaf. Sinds ik daarnaast ook lid ben van het algemeen bestuur van GroenLinks, is de tijd die ik aan de politiek besteed, aanzienlijk toegenomen. Deels komt dat omdat ik zo moeilijk nee kan zeggen.

Wanneer mensen mij persoonlijk vragen iets te doen, zeg ik bijna automatisch ja. Zeker toen Dwars, de jongerenorganisatie van GroenLinks, mij vroeg of ik in de kandidatencommissie voor de jongerenfractie wilde gaan zitten. Zo’n plek in de kandidatencommissie zet je niet op je CV, je bouwt er ook geen carrière mee en je aanzien neemt er ook niet mee toe. Toch is het een eervolle en belangrijke taak en dus antwoord ik ‘ja’.

De kater komt later, want het kost alles bij elkaar toch nogal wat tijd. Dat merkte ik deze middag, toen we maar liefst vijf kandidaten op ‘sollicitatiegesprek’ hadden. Arend, Roel en ik waren eerder al bij elkaar gekomen om af te spreken hoe we die sollicitatiegesprekken zouden voeren. Uiteindelijk leek een uur per kandidaat ons voldoende om een goed beeld te vormen. Het bleek uiteindelijk nog bijna tekort.

Als kandidatencommissie moet je streng en kritisch zijn. Je wilt immers de beste kandidaten voor de beschikbare posten. Maar je wilt ook aardig zijn tegenover elke persoon. Soms is dat lastig. We hebben het de kandidaten dan ook niet makkelijk gemaakt. Het was wel grappig om te merken dat we al heel snel onze eigen rol vonden. De ene gaat een kritische discussie aan, terwijl de andere de verdiepende vragen stelt. Mooi, als drie mensen die nog nooit hebben samengewerkt zo’n aanvullend team vormen. Zonder arrogant te willen klinken, ik vind ons best een goed team.

Grappig. Over een tijdje moet ik zelf weer voor een kandidatencommissie verschijnen. Het gaat dan om de gemeenteraadsverkiezingen, waarvoor ik me als lijsttrekker beschikbaar heb gesteld. En je weet nooit wat voor team je dan zelf tegenover je zult treffen. Op sollicitaties kun je je nooit helemaal goed voorbereiden.