Bont en Blauw – vr 3 juni 2005

Het is zaterdag eind van de ochtend als ik uit het bed klauter. Alles doet zeer. Elke stap die ik verzet kost energie. Eén onbehoedzame beweging en een pijnscheut trekt door mijn hele lijf. Elk spiertje, maar dan ook elk spiertje, trekt aandacht. En hoe later het werd, hoe erger.

Het was geen kater, waar op zich, gezien de overmatige alcoholconsumptie van de avond ervoor, alle reden voor was, maar het rugby-toernooi van de vorige middag. Ik wist helemaal niet dat je op rugby zat”, zul je denken. Dat klopt ook, en wellicht was het beter geweest als ik me niet had laten overhalen mee te doen aan een amateur-toernooi.

Joost, één van de leden van de Jongerenfractie van Dwars, de groenlinkse jongerenorganisatie, zit wel op rugby. En aangezien zijn club jaarlijks een toernooi voor amateurs organiseert, kwam hij op het idee om met een team van Dwars aan dit toernooi mee te doen. En aangezien ik ooit had beloofd dat ik best mee wilde doen als hij zonder mij niet aan genoeg mensen kon komen en dat laatste inderdaad het geval bleek te zijn, mocht ik vrijdagmiddag met de geleende voetbalschoenen van mijn broer en een nieuw gekochte sportbroek op de velden van het Eindhovense studentenrugbyteam ‘The Elephants’ verschijnen.

Er zijn, zo heb ik ontdekt, twee manieren om rugby te spelen. De eerste is op snelheid en wendbaarheid en vereist een behoorlijke conditie, iets wat ik niet heb. De tweede manier is simpelweg: de beuk erin. Maar ook een portie gezond beukvermogen zit er bij mij, met m’n schamele 69 kilo, niet in. Derhalve wilde het tackelen niet zo goed lukken. Het getackeld worden, daarentegen, ging des te beter. Volgens mij ben ik een aantal malen op spectaculaire wijze op mijn muil gegaan. Dat het een amateurtoernooi betrof, wilde namelijk, zo bleek, niet zeggen dat er geen ervaren rugby-spelers mee mochten doen. Slechts twee per team weliswaar, maar genoeg om je er een paar keer flink van langs te geven.

Rugby en politiek gaan duidelijk niet samen. Het Dwars-team leed de ene glorieuze nederlaag na de andere en met welgeteld nul gewonnen wedstrijden (en één discutabel gelijkspel) eindigden we op de zesde plaats: onderaan dus. Een ander team dat halverwege was uitgeschakeld, eindigde zelfs nog hoger.

Politiek en drank gaan echter wèl samen. Het tempo in de rugby-kantine, waar het bier standaard werd geserveerd in drie-liter-kannen, konden we beter bijhouden. En ook het stappen in Café de Schoen, waar speciaal voor de Rugbyers het bier voor één euro per vaasje over de bar ging, beviel uitstekend. Het was dan ook al licht voordat we bij Joost op de boerderij aankwamen om daar te pitten. Natuurlijk pas na nog een laatst biertje en een bord vers gebakken friet.

Men zegt, de kater komt later. Dat bleek voor het bier niet echt te kloppen. Maar wat het rugbyen betreft heeft de man met de hamer alsnog toegeslagen. Zelden, zo niet nooit, heb ik zoveel last van spierpijn gehad. Niet alleen het fietsen en lopen, zelfs het typen gaat niet geheel zonder pijn.

Het referendum – wo 1 juni 2005

Dat was het dus. In Breda is 55% tegen, landelijk is het zelfs 63%. Met regelmaat haal ik de uitspraak ‘democratie is niet voor bange mensen’ aan. Desondanks baal ik behoorlijk van die uitslag, omdat ik er nog steeds van overtuigd ben dat een ‘ja’ voor de ‘grondwet’ beter was geweest. Voor ons en voor Europa. Kennelijk denken Frankrijk en Nederland daar inmiddels anders over.

Zoals het een democraat betaamd leg ik me bij die uitslag neer. Ik ga ‘m niet vertalen, zoals Jan Marijnissen doet, in een uitspraak van de Nederlandse burger voor de communistische heilstaat en ik ga ‘m ook niet, zoals Geert Wilders doet, vertalen als tegen verdere Europese samenleving. En ik ga ‘m al helemaal niet, zoals VVD-er Tom Manders ons wil doen laten geloven, vertalen als een stem voor oorlog en concentratiekampen. Dat de VVD heeft geprobeerd Auswitsch en Sebrenica te gebruiken als argumenten voor de grondwet vindt ik meer dan schandalig: het is een rattestreek.

Vandaag heb ik braaf in een stembureau gezeten om elke burger de mogelijkheid te geven zijn mening te laten horen over dit, nota bene door GroenLinks (Farah Karimi) geïnitiëerde referendum. Dat was een duidelijke stem tegen. Jammer, het zij zo. En hoe zeer ik de uitspraak ook betreur, er hoeft over anderhalf jaar geen nieuw referendum uitgeschreven te worden, om de grondwet alsnog aangenomen te krijgen. Het is een ‘nee’ geworden.

Hoe nu verder? Simpel: inventariseren wat mensen nu wel en niet willen van Europa, wat ze er van verwachten. Met iets nieuws komen, iets wat dichter ligt bij de wil van de mensen in Nederland en in Europa. Dat zal op korte termijn weinig opleveren. Ik ben er vreselijk bang voor dat we nog een aanzienlijke tijd zitten opgescheept met dit bureaucratische Europa waar niemand blij is is. Maar misschien kunnen we nu een beter Europa forceren. Dat wordt een ellenlang proces en de tegenstem heeft de procedure zeker niet bespoedigd. Maar alle hoop is nog niet verloren. Europees samenwerken is zinvol voor alle betrokken landen en alle Europese burgers. En zo’n samenwerking kan alleen maar met heldere regels die we met z’n allen vaststellen. Alleen de volgende keer noemen we het wat mij betreft geen ‘grondwet’ meer.

Overigens is het meer dan opvallend, dat in Breda, waar CDA en VVD op lokaal niveau geen enkele vorm van campagne hebben gevoerd, het aantal ja-stemmers zo’n 8 procent hoger lag dan landelijk. Misschien dat dat iets zegt over het vertrouwen dat mensen hebben in deze partijen.

De week van de Unie – di 31 mei 2005

Behalve het leren omgaan met een gestolen auto, het aan elkaar knopen van losse eindjes van Breda Barst en het politieke handwerk, stond de afgelopen week, meer dan de weken daaraan voorafgaand, in het teken van de Europese Grondwet. Niet dat ik daar tot dan toe nog helemaal niet mee bezig was geweest, maar op dit log is het onderwerp eigenlijk betreurenswaardig weinig aan bod geweest.

Oké, mijn auto was weliswaar gestolen, maar ook weer teruggevonden. In de tussentijd stond ‘ie wel een week in de garage en moest ik roeien met de riemen die ik had. Geen veiligheidsriemen, voor de duidelijkheid. En tussen de drukke bedrijven door probeerde ik ook nog zo goed en zo kwaad als het ging campagne te voeren voor de Europese-grondwet-die-geen-grondwet-is.

En gezien de actualiteit is het niet zinvol om te vertellen over de vooralsnog twee drukste dagen van het jaar (dinsdag en donderdag), waarop ik behalve een bijeenkomst van de Kandidatencommissie van Dwars, oppositieoverleg, een afspraak met Leo van Lieshout, een afspraak met Marcel van Dok19, het laten plakken van posters voor Breda Barst, het opnemen van een programma voor Radio 4 en het schrijven van een bijdrage voor de aanstaande kadernota en het voorbereiden van en aanwezig zijn op een raadsvergadering, ook nog een afspraak had bij mijn opticien en an passant nog wat brieven en persberichten de deur uit moest doen.

Voor de duidelijkheid: ik sta niet te juichen bij de tekst van de voorliggende Europese Grondwet. Maar ik ben er wel van overtuigd dat een stem voor, nog altijd beter is dan een stem tegen. Ondertussen erger ik me steeds meer aan de manier waarop zowel voor- als tegenstanders zitten te liegen om mensen in hun kamp te krijgen. Wanneer Balkenende zegt dat hij in zijn hemd staat wanneer Nederland ’tegen’ stemt, doet mij het ernstige vermoeden rijzen dat hij stiekem bezig is een nee-campagne te voeren. Wat dat betreft zou Balkenende, wanneer hij de Grondwet echt zo belangrijk vindt, er beter aan doen te beloven dat hij opstapt als Nederland voor de Grondwet stemt.

Behalve het plakken van posters ben ik als gematigd maar overtuigd voorstander van de Grondwet vooral op diverse mailinglijsten actief geweest. Hieronder één van die bijdragen.

Lieve Gabi,

Ik denk dat je angst voor het verdrag waarover wij straks mogen gaan stemmen, gebaseerd is op een angst tegen een Europese superstaat. En geloof me, als die angst in je achterhoofd zit, dan zul je bij het lezen van de tekst van het verdrag dit spook ook overal in terugzien. Maar ik denk dat je op de eerste plaats moet beseffen dat de gedachte achter de Europese Unie in principe slechts bestaat uit de wens die dingen samen te regelen waarbij individueel beleid van de verschillende landen 1) geen zin heeft, 2) inefficiënt is of 3) elkaar tegenwerkt. Om een veel gebruikt voorbeeld te geven: ecologische maatregelen binnen de grenzen van één land hebben geen zin. Dus wordt een aantal milieumaatregelen Europees geregeld. Niet vreemd, als je je bedenkt dat tweederde van de luchtvervuiling in Nederland overwaait uit andere landen. De wind kent geen grenzen. Dieren trouwens ook niet, vandaar de Europese habitatregeling. Hetzelfde geldt voor economisch beleid: los van de *richting* die Europa thans ingaat, de economiën van de diverse Europese landen zijn dusdanig aan elkaar gekoppeld dat unilateraal beleid op dit punt geen enkele zin heeft. Het zou de positie van alle landen samen uiteindelijk verzwakken.
Dat unilateraal buitenlands beleid weinig zin heeft, blijkt uit de hele Irak-oorlog. Stel dat de U op dat moment een gezamenlijk beleid had gehad (en het is te veronderstellen dat we dan als EU voor ingrijpen waren geweest), hadden we meer invloed gehad op de timing en manier van oorlog voeren. In die zin is gezamenlijk buitenlands beleid dus effectiever. En inderdaad, dat betekent ook dat je je soms als land zult moeten neerleggen bij een beslissing waar je het niet mee eens bent (overigens zonder noodzakelijkerwijs ook troepen te leveren, iets wat Nederland overigens sowieso wèèl gedaan heeft).

De EU, en dit staat ook in de grondwet, heeft niet de ambitie die zaken te regelen die een individueel land prima zelf kan regelen. Daar waar het gaat om drugsbeleid is Nederland vrij om haar eigen beleid te bepalen. Wel zijn we verplicht de eventuele grensoverschrijdende overlast die dat met zich meebrengt, aan te pakken. Op zich ook logisch: in Frankrijk heeft men democratisch (want verkiezingen) bepaald dat men daar geen ruimhartig softdrugsbeleid wil voeren. Dus zou het, vanuit dat democratische oogpunt (wat de doorsnee Dwarser toch moet kunnen onderschrijven) onwenselijk zijn dat wij ons relatief liberale (in de klassieke zin des woords) beleid op dat punt ook niet moeten willen exporteren naar landen die daar niet op zitten te wachten. Ik ben dus oopk helemaal niet bang dat het burgerinitiatief misbruikt gaat worden om binnenlandse aangelegenheden die een ander land niet welgevallig zijn, te beïnvloeden. De ‘grondwet’ hierover:

“De afbakening van de bevoegdheden van de Unie wordt beheerst door het beginsel van bevoegdheidstoedeling. De uitoefening van die bevoegdheden wordt beheerst door de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.” (art. I-11-1) In lid 3 vervolgt de tekst met “Krachtens het subsidiariteitsbeginsel treedt de Unie op de gebieden die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen, slechts op indien en voorzover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kunnen worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kunnen worden bereikt.”

Jouw angst over het verbieden van het homohuwelijk is onterecht. Zie hier artikel II-69 vanb de grondwet:
“Het recht te huwen en het recht een gezin te stichten worden gewaarborgd volgens de nationale wetten die de uitoefening van deze rechten beheersen.”

Veel Nederlanders kunnen niet tegen hun verlies wanneer het van Duitsland is. Veel Duitsers hebben geen gevoel voor humor (Rudi Carell is niet leuk), Fransen ruiken naar knoflook en zitten bezopen achter hun trekker en Italianen zijn allemaal crimineel. Belgen dom, Britten arrogant, Polen kruimeldieven, Oostenrijkers latente xenofoben enzovoorts enzovoorts. Niet voor niets is het motto van de Unie: eenheid in verscheidenheid.

Liefs,
Selç.

Dag Cultuur – wo 18 mei 2005

Schrappen in het cursusaanbod van De Nieuwe Veste, abonnementsgelden van de bibliotheek omhoog en een dikke streep door de serie kamermuziek-concerten. Er origineel kun je de bezuinigingen op het gemeentelijk cultuurbedrijf niet noemen. Ik had in de raadscommissie dan ook geen goed woord over voor de besparingsvoorstellen van cultuur-wethouder André Adank.

De maatregelen zijn des te schrijnender omdat het Museum voor Grafische Vormgeving geen cent hoefde in te leveren. De budgetoverschrijdingen werden alleen verhaald op de bibliotheek en De Nieuwe Veste. GroenLinks stelde in de commissie voor om de gelden voor het cultuurbedrijf dan maar te verhogen, in plaats van hierop te bezuinigen. Na de verkiezingen kan een nieuw college dan eventueel besluiten meer geld uit te trekken voor de laagdrempelige cultuur in Breda.
Het voorstel was aan dovemansoren gericht. Er is nu eenmaal niet voldoende geld in de kas van de gemeente, zo menen de collegepartijen. Des te opvallender was dan ook dat in diezelfde vergadering, achter gesloten deuren, commissie wel bereid leek geld uit te trekken voor een luxe evenemententerrein op de Bavelse Berg. Eén ding is zeker: met de kadernota in het vooruitzicht is GroenLinks nog niet uitgepraat over deze bezuinigingsmaatregelen.

Overigens was het middagprogramma best aardig: een rondleiding langs de verschillende koffieshops. Jammer dat de partij die de ‘bonafide’ koffieshophouders in Breda de nek om wil draaien, het CDA, niet aan het werkbezoek mee wilde doen. Deze partij heeft er kennelijk geen behoefte aan om hun wereldvreemde beeld als zou elke koffieshophouder een asociale crimineel zijn, bij te laten stellen door de werkelijkheid.

Voorzitter – do 12 mei 2005

Kort geleden ben ik benoemd tot plaatsvervangend voorzitter van de raadscommissie Middelen, Stadsbeheer en Organisatieontwikkeling (MSO). Nu heeft de plaatsvervangend voorzitter van MSO meestal niet veel werk, want de echte voorzitter, Ger Posthuma, laat nooit verstek gaan. Dat bleek ineens anders: Ger heeft wat probleempjes met zijn gezondheid en zodoende mocht ik al meteen opdraven als plaatsvervanger.

Het is natuurlijk nooit leuk om iemand te vervangen die ziek thuis ligt. Maar los daarvan is het natuurlijk best spannend om voor het eerst van je leven een commissievergadering voor te zitten. Dus ergens was het ook best leuk om dit een keer te mogen doen. Echt bang om een miskleun te begaan was ik niet: naast me zat griffiemedewerker Jos de Hoogh die mij voor de ergste fouten behoedde. Daarnaast had hij een dag eerder al de agenda met me doorgelopen. Aan ondersteuning geen gebrek.

Een erg korte vergadering is het onder mijn leiding niet geworden. Maar korte vergaderingen zijn ook niet per definitie beter. Ik hoop wel dat het een heldere vergadering is geweest, waarbij iedereen gelijkelijk aan bod kwam. Want dat is volgens mij de taak van een voorzitter: zorgen dat de menings- en besluitvorming helder verloopt en dat iedereen zijn of haar zegje kan doen. Alhoewel, haar zegje… Van de zeventien aanwezige commissieleden waren er slechts twee vrouw. MSO, het zal wel een echte mannencommissie zijn.

Gekleurd vrijwilligersbeleid – wo 11 mei 2005

Ik heb het al wel eens vaker geschreven. Zo eens in de zoveel tijd wordt ik als allochtoon gevraagd om bij één of andere discussie over de multi-culturele samenleving te verschijnen. En hoewel mijn Nederlands aanmerkelijk beter is dan mijn Turks, ik mijn hele leven al in Nederland gewoond heb (op een jaartje Engeland na dan), ik gewoon varkensvlees eet, bier drink en carnaval vier, ondanks al die oer-Hollandse karaktertrekken, ga ik elke keer weer braaf op zo’n uitnodiging in.

De bijeenkomst hing over diversiteit in vrijwilligersbeleid. Het onderwerp veranderde echter al snel in: hoe staat het ervoor met de multiculturele samenleving. Daar was iedereen het al snel over eens. Sinds de moord op Theo van Gogh was het hommeles. De media kregen een groot deel van de schuld, want die zouden te eenzijdige berichten de wereld in helpen. Eigenlijk het klassieke verhaal dat de allochtonen nog steeds niet helemaal geaccepteerd werden. En eerlijk is eerlijk, ik denk dat de klagers op dat laatste punt voor een deel gelijk hadden. Maar dat ‘ze’ teveel negatieve aandacht kregen in de media, vond ik een beetje te ver gaan. Je kunt moeilijk niet over de moord op Theo van Gogh schrijven. En dat de Islam die moord op z’n bordje geschoven kreeg, had de dader toch echt aan zichzelf te danken.

Gelukkig waren er ook wat jonge mensen bij het gezelschap. En jonge allochtonen hebben een heel andere kijk op de hele gang van zaken. Zij klagen niet, zijn strijdbaar en kijken wat nuchterder naar de hele problematiek. Want toen de opmerking gemaakt werd dat ‘zij’ (de autochtone Nederlanders) niet geïnteresseerd waren in de achtergronden van de allochtonen, was het een jong Marokkaans meisje dat zei dat ‘wij’ (de allochtonen) ook niet erg geïnteresseerd leken te zijn in de Nederlandse cultuur.

De generatiekloof in allochtoon Nederland kwam plotseling aan het licht. Want de opmerking van het meisje zorgde voor een Babylonische spraakverwarring. Gelukkig had ik het wel begrepen: de allochtone medemens moest meedoen aan Carnaval en de imam moest op werkbezoek bij het COC. Zie je wel dat integreren best wel leuk is.

Gaybashing – ma 9 mei 2005

Het gebeurt de laatste tijd steeds vaker. Het is ook behoorlijk bedreigend, zo bedreigend zelfs dat een heleboel goedwillende Marokkanen de straat niet meer op durft. Vooral ’s avonds is het voor hen niet meer veilig op straat. Grote en kleinere groepen homosexuelen, gehuld in leren jas en spijkerbroek, struinen de straten af op zoek naar een onverwacht slachtoffer. Islamietjerammen, of, zoals het tegenwoordig heet, Moslim-bashing. Wat eerst nog een aantal losstaande incidenten leek, begint een structureel karakter te krijgen. Her en der worden door baldadige stadsguerrilla’s zelfs al minaretten bekogeld met roze verfbommen.

Het maakt de homo’s niet eens uit of ze er één van hun eigen soort mishandelen. Yoesuf, een homo van Marokkaanse komaf, ook al slachtoffer geworden van de homo-brigades. Minutenlang schopten ze op hem in. Het ergste was nog wel dat niemand van de tientallen omstanders ook maar een poot uitstak. Een ongelukkige formulering, geef ik toe. De passanten stonden erbij en keken ernaar. Later, thuis of in de kroeg, vertelden ze vol verontwaardiging wat ze gezien hadden op straat. Die vieze flikkers die zo maar een onschuldige moslim in elkaar trapten. Alleen maar omdat hij anders was. Maar ingrijpen, ho maar. Stel je voor, straks ben je het volgende slachtoffer van de homobrigade.

Wij leven in een omgekeerde wereld. Kennelijk vinden sommige groepen Marokkanen het nodig om homo’s te mishandelen. Nu is potenrammen iets van alle tijden, maar in Nederland leek dat sinds halverwege de jaren tachtig toch aanmerkelijk minder te worden. Nu lijken Marokkaanse jongeren deze oud-Nederlandse traditie weer in ere hersteld te hebben. Waarom dat bij uitstek Marokkaanse jongeren zijn, en niet Surinamers, Turken of wie dan ook, dat snap ik niet helemaal. Potenrammen komt vaak voort uit een soort minderwaardigheidscomplex. Door geweld tegen bepaalde (minderheids-)groepen binnen de samenleving, kunnen mensen met een minderwaardigheidscomplex zich af en toe toch nog superieur voelen. Wat dat betreft verschillen deze Marokkaanse potenrammers niets van de extreem-rechtse jongeren die vaak geassocieerd worden met Londsdale. Of van welke andere intolerante en gewelddadige groep dan ook. In dat licht bezien is de aanslag op het WTC misschien ook niets anders dan compensatie voor de te kleine penis van Osama bin Laden, maar dat ter zijde.

Ik maak me enigszins zorgen. Ten eerste omdat homo’s kennelijk weer moeten vrezen voor dit soort geweld. Zelf laat ik me er trouwens niet bang door maken, maar goed. Ten tweede omdat er onder Marokkaanse jongeren kennelijk een kleine, harde kern van mensen is die meent met geweld de samenleving te moeten frustreren. Een groep waar je het als goedwillend Marokkaan steeds weer tegen moet afleggen. De harde kern die er, hoe onterecht ook, mede de oorzaak van is dat er nog steeds op zo’n grote schaal gediscrimineerd wordt in onder meer de horeca.

Maar waar ik me het meest druk om maak is dat van al die tientallen omstanders er weer geen eentje was die ook maar een vinger uitstak om de matpartij te voorkomen. Het ging dus weer precies zoals bij Rene Steegmans en Anja Goos. Dat terwijl mensen volgens de wet verplicht zijn om in te grijpen wanner zij zaken signaleren die niet in de haak zijn. En zelfs al stond dat er niet, er is ook nog zoiets als fatsoen. Wat mij betreft worden al die mensen vervolgd voor hun passiviteit. Niet dat ze een zware straf moeten krijgen, voor mijn part worden ze schuldig bevonden zonder dat er een straf op volgt. Maar de rechter zou nu eindelijk eens een oordeel moeten uitspreken over de plicht tot ingrijpen. Hoevaak moet er nog iemand dood of in het ziekenhuis geslagen worden voordat iemand op het idee komt ook ‘ns zijn of haar verantwoordelijkheid te nemen? Tot die tijd kan de overheid wellicht een Postbus 51-campagne starten met de slogan “blijf met je poten van onze poten”.

Links lullen… – di 3 mei 2005

Het was een pijnlijk bericht, het Telegraaf-bericht over de bijbaan van Paul Rosenmöller, de voormalige voorman van GroenLinks. Als voorzitter van de commissie die adviseert over de emancipatie van allochtone vrouwen, verdient hij zo’n 70.000 per jaar. Daarvoor hoeft hij één dag per week te werken.

Vrij terecht veroorzaakte het bericht nogal wat ophef. Want ook al is zijn salaris zo’n drie keer lager dan de omstreden salarissen en bonussen van de topmannen van Essent en Nuon, een modaal salaris is het alles behalve.

De vraag is of je dat Paul Rosenmöller kunt verwijten. Voor de vergoedingen voor dit soort commissies hanteert het ministerie vooraf vastgestelde bedragen. Toen Rosenmöller gevraagd werd in die commissie te zitten, had hij dat dus kunnen weigeren, omdat hij de salariëring te hoog vindt. Anderzijds is het werk van deze commissie best belangrijk en is hij er de aangewezen persoon voor. Wat je dus ook kiest, het is altijd fout.

Hetzelfde geldt voor de wachtgeldregeling die sommige mensen ontvangen. Zo krijgt voormalig VVD-wethouder Niederer maandelijks een geldbedrag van de gemeente Breda omdat hij als burgemeester in Weert minder verdient. Het gaat om niet zo’n hoog bedrag, maar desondanks zet het veel kwaad bloed bij mensen, omdat het niet uit te leggen is dat iemand die vrijwillig vertrekt om elders burgemeester te worden, dan ook nog eens wachtgeld ontvangt. Ook hier geldt wat mij betreft dat je dat Niederer niet persoonlijk kunt verwijten: het zijn de regels die hier niet deugen.

Het was handiger geweest als Paul Rosenmöller meteen had gereageerd op de berichten door uit te leggen waarom hij in die commissie is gaan zitten en wat hij zelf vindt van die beloning. En de politiek moet de beloning voor dit soort werk drastisch naar beneden bijstellen. Dat Rosenmöller een vooraf vastgestelde beloning ontvangt, kun je hem lastig kwalijk nemen. Zeker niet als je niet weet wat hij met dat geld doet. Tegelijkertijd is het lastig om niet meteen aan de slogan links ‘lullen, rechts vullen’ te denken.

Linkse samenwerking – ma 2 mei 2005

Het was VVD-leider Van Aartsen die afgelopen weekeinde een pleidooi hield voor linkse samenwerking. Althans, hij vond dat de ‘linkse partijen’ voor de verkiezingen al moesten verklaren dat zij samen in een regering wilden gaan zitten. Met de ‘linkse partijen’ doelde hij op GroenLinks, de PvdA en de SP. En met de verkiezingen doelde hij op de parlementsverkiezingen van 2007, niet op de gemeenteraadsverkiezingen die een jaar eerder, in 2006 al plaats vinden. Rechts zal, als het aan hem ligt, hetzelfde doen. Van Aartsen ziet kennelijk het voortzetten van de huidige coalitie als belangrijkste verkiezingsthema. Van Aartsen is kennelijk ook voorstander voor een twee-partijenstelsel, waarbij links en rechts tegen elkaar strijden om de macht.

Een vreemde gedachtegang. Want politieke stromingen kun je niet reduceren tot twee blokken. Zelfs in een districtenstelsel als in het Verenigd Koninkrijk zie je een veelheid aan partijen, waarvan er niet twee, maar drie stromingen relevant zijn. Dat zijn de sociaal-democraten, de conservatieven en de liberaal-democraten.

De conservatieven van Nederland zitten vooral in het CDA, die zich in de afgelopen jaren ontpopt heeft tot een duidelijke, conservatieve partij. De LPF, Geert Wilders en de SGP kun je ook tot dit kamp rekenen. Ook de Christen-Unie heeft tamelijk conservatieve trekken, maar vormt een positieve uitzondering in dit kamp omdat het daarnaast ook een erg sociale en groene partij is.

De sociaal-democratische en socialistische stroming wordt in Nederland vertegenwoordigd door de PvdA en de SP. GroenLinks wordt vaak in één adem genoemd, maar onderscheid zich van de andere twee omdat GroenLinks het juk van het socialisme al bij haar oprichting heeft afgeworpen. In zekere zin is GroenLinks zelfs een liberale partij (om nog preciezer te zijn, een libertaire partij), maar dan wel één met zeer uitgesproken sociale beginselen.

Dan blijft de liberaal-democratische stroming over. Van oorsprong hoort hier de VVD natuurlijk thuis, alhoewel de laatste tijd soms weinig van hun liberale, en in beginsel progressieve gedachtegoed meer is terug te vinden en de partij dreigt overgenomen te worden door rechtse rakkers die lak hebben aan de idealen van het liberalisme. Ook D’66 hoort in het liberale kamp thuis. Dat ze daar in dit kabinet weinig van waar weten te maken is spijtig. Vooral voor D’66 zelf.

Van Aartsen vindt zijn partij kennelijk de natuurlijke partner van het CDA. Hij ziet de VVD kennelijk als bondgenoot van de conservatieve CDA en zweert daarmee al zijn progressieve liberale beginselen voorgoed af. Voor het gemak neemt hij dezelfde beslissing ook meteen voor D’66.

Van Aartsen zet het liberalisme dus in de uitverkoop. Dat is niet goed voor de discussie over wat het liberale gedachtegoed nu precies inhoudt. Een discussie waar GroenLinks, vanuit het libertaire denken, soms een bijdrage aan levert door naast haar sociale uitgangspunten ook te hameren op individuele ontplooiing, emancipatie en het erkennen van individuele vrijheid en diversiteit.

Misschien bedoelde Van Aartsen het wel niet zo. Maar dan zou hij ook andere coalities dan met de conservatieven niet mogen uitsluiten. Er zijn immers meer smaken dan alleen ‘links’ en ‘rechts’. Je hebt ook nog zoiets als ‘progressief’ en ‘conservatief’, en daarin verschillen de liberalen nogal wat van het CDA. Het lijkt me dan ook onverstandig van Van Aartsen om samen met zijn huidige coalitiegenoten als één blok de verkiezingen in te gaan. Al is het maar omdat Van Aartsen zijn eigen VVD daarmee tekort doet.

Jongerennetwerk – ma 25 apr. 2005

Het jongerennetwerk van GroenLinks kwam in crisisberaad bijeen. Het bestuur had de geldkraan dichtgedraaid (‘jullie kunnen toch met Dwars samenwerken’), een beslissing die ik gelukkig die avond niet hoefde te verdedigen, en wilde het jongerennetwerk nog enig bestaansrecht hebben, moesten er toch echt enkele activiteiten georganiseerd gaan worden. De vraag was of dat nog zin had, of wij er zin in hadden en of anderen er de zin van inzagen. Driewerf ja. Dat geeft het jongerennetwerk sowieso nog een jaar de tijd om erachter te komen of, en zo ja op welke manier, het netwerk en Dwars in elkaar geschoven kunnen worden.