Homo Aleatorius – vr 13 okt. 2006

nieuwe ronde nieuwe kansen

Na een lange, maar leuke politieke bijeenkomst eindigde ik met mijn afdelingsvoorzitter in stamcafé De Beyerd. Daar is het volgende week weer de jaarlijkse Belgische Bierweek.

Eén van de hoogtepunten is de Beyerd Biertombola, met als hoofdprijs het eigen gewicht aan bier. Voor deze tombola krijg je een lot bij elk Belgisch biertje dat wordt gedronken. Helaas heb ik totnutoe nooit iets gewonnen. Maar dat komt dan weer omdat ik totnogtoe altijd ben vergeten mijn lotjes tijdig in te leveren.

Homo Manducens – do 12 okt. 2006

veni vidi vino

Lucas en Riemer wonen samen. Sinds kort. En ik was de eerste die mocht komen eten.

Nee, Lucas en Riemer zijn geen stelletje. Althans, niet in de relationele zin van het woord. Ze zijn allebei net het huis uit en wonen samen anti-kraak in een veel te groot gebouw. Wat dan op zich weer zo goedkoop is dat je best een schoonmaakster kunt inhuren. Wat dan op zich ook wel weer nodig is ook. Over een tijdje dan. Nu is het gebouw nog groot genoeg voor de rotzooi om niet op te vallen.

Ik had op het laatste moment maar twee flessen wijn bij de AH-to-go gekocht. Die daar trouwens een stuk duurder zijn dan bij een AH-to-stay, of hoe ze de gewone filialen van Appie Hap dan ook noemen. Voor de inwendige mens, zeg maar. Wat vind ik dat trouwens een truttige uitdrukking. Maar dat geheel ter zijde.

Ik had er in vier dagen een 53-urige werkweek opzitten. 45 in Den Haag, 8 in Breda. Dus eindigde ik die avond heel dronken in de Boulevard. De inwendige mens was uitgewoond.

Homo Spatiatus – wo 11 okt. 2006

scheidingspapieren

Dat bier en auto rijden niet samengaat, is genoegzaam bekend. Maar wist U ook dat bier en autoloosheid ook maar een vermoeiende combinatie is. De auto is namelijk het ideale vervoermiddel om zo af en toe de biervoorraad mee aan te vullen.

Dat realiseerde ik me vanavond ook in de commissie Bestuur, waar naast de herfinanciering van Intergas ook de aanpassing van de APV aan de orde kwam. Een deel van die aanpassingen ging over heikele onderwerpen als cameratoezicht en prostitutie. Een ander deel ging over een passage over winkelwagentjes.

Winkelwagentjes moeten voortaan in de buurt van de betreffende winkel blijven. Wie voortaan met een winkelwagentje over de openbare weg naar huis rijdt om daar een paar kratten bier te droppen, is zwaar de pineut. Dan blijft de vraag hoe een autoloze ik voortaan zijn kratten bier moet transporteren.

De fiets, hoor ik jullie denken. Maar mijn racefiets is niet voorzien van een bagagedrager. Te voet, daarvoor is de super te ver weg. De bierbezorgservice? Ik drink geen Heineken. En de PerfectDraft is me ook te duur. Misschien moet ik maar overstappen op iets anders. Of rijd ik zo af en toe met de taxi heen en weer.

Ik kan natuurlijk altijd nog overwegen de APV in de raad tegen te houden. Maar dat zou eigenbelang zijn. Moet ik dan misschien toch maar weer een auto kopen?

Homo Vigilens – di 10 okt. 2006

bedverhaaltje

Collega Rogier en ik zaten in overdrive. Na het eten werkten we nog een paar uur door. Tot elf uur, was aanvankelijk de bedoeling. Dat werd twaalf uur. En dat, op zijn beurt, werd nog veel later.

Toen we ver na twaalven het onszelf al zo lang beloofde biertje namen, en daarna nog een, misten we de nachtnettrein van twee voor twee naar Rotterdam. Althans, dat realiseerden we toen ik Rogier in de lift van het kamergebouw droogjes meedeelde dat we nooit binnen vijf minuten op centraal zouden zijn. En toen kwam onze briljante ingeving.

En dus liepen we terug naar onze werkplekken, trokken een fles wijn open en tikten we vol energie door tot een uur of half zeven. Althans, Rogier. Ergens rond half zes ben ik halverwege een zin in slaap gevallen. ‘Sommige mensen zijn best …’ luidde de onafgemaakte zin op het beeldscherm.

Om half zeven waren we klaar. Althans, we waren op. Rogier ging naar huis, ik verkoos het bed in de rustkamer van de fractie. Vier uur later verscheen ik weer op mijn werk.

Waar we mee bezig waren? Ssst. Daar mag ik nog niets over zeggen. Het moet nog worden goedgekeurd.

Homo Praematurus – ma 9 okt. 2006

magisch moment met morgenzon

Volgens mij had ik voor het eerst van mijn leven op maandag de trein van kwart over zes. Een fijne trein, kan ik U mededelen. Hij is zo heerlijk leeg namelijk.

Men zegt over treinreizigers dat het zo’n heerlijk tolerant volkje is. En doorgaans is dat ook zo. Wij laten ons niet in de war brengen door een vertraginkje hier of een omlegging daar. Uren later dan de geplande aankomsttijd kunnen wij ons ergens op een route bevinden waarvan we niet wisten dat die via de grootst mogelijke omweg ook naar onze plaats van bestemming leidt, zonder dat er enige noemenswaardige poging tot treinkaping of revolte aan voorafgegaan is. Voor de veel te dure koffie die smaakt naar iets dat bijna, maar net niet helemaal het tegenovergestelde is van koffie, betalen we met een vriendelijke glimlach €1,50. En het is dus geen wonder dat we een uur lang zonder zitplaats kunnen overleven, zonder daar ook maar enigszins zenuwachtig van te worden. Zelfs als er huilende babies in datzelfde balkon zitten.

De trein van kwart over zes is hemels. De uitgestrekte ruimte van de coupé, geheel voor jezelf. Volledige contrôle over de temperatuur van de kachel (koud), de positie van de deur (open) en de stand van het raam (neerwaarts). Als ik had gewild, had ik zelfs een sigaret op kunnen steken zonder dat iemand me een strobreed in de weg had gelegd. Het is de droom van elke treinreiziger.

Terwijl de ochtendwind zachtjes in mijn nek blies keek ik naar de opkomende zon. Helemaal opgepept van deze reis zou ik om 7.30 klaarwakker op mijn werk aankomen. En het voordeel van zo vroeg arriveren: de werkdag is anderhalf uur productiever dan normaal.

Homo Dormiens – zo 8 oct. 2006

relikwieën op zondag

Het was natuurlijk mijn vaste voornemen om op deze dag des Heres een flinke berg werk te verzetten. In het zweet des aanschijns zal ik mijn brood verdienen, en ik ga ervan uit dat de heer mijn arbeidsethos ook op de zevende dag wel kan waarderen. Toen belde Liesbeth met de vraag of ik zin had om zondagmiddag te vieren.

Een mens moet op zondag eigenlijk ook niet willen werken. Want ook al zegde ik toe slechts een paar biertjes mee te doen, over het formaat van de glazen had niemand het gehad. En een paar smaakt ook al snel naar meer. Veel kwam er van alle goede voornemens dus niet terecht.

Het enige voordeel van ‘s middags beginnen met drinken, is dat je ‘ns voor twaalven naar huis gaat. En dus ook ruim voor die tijd in je mandje ligt. En dus ook relatief lang en lekker kunt slapen.

En zodoende werd het toch een goed begin van de week. De ochtend erop brak ik een record: nooit eerder was ik voor half acht op mijn werk. Helaas was er niemand die dit wonder kon aanschouwen.

Homo Laboris – za 7 oct. 2006

toen Daniëlle nog jong was

Wakker worden, een videootje monteren, een trein missen en toch nog op tijd zijn voor de web-bijeenkomst. Inderdaad, het was geen vrije zaterdag.

De officiële start van de campagne, die in werkelijkheid trouwens pas over een week echt begint, vond vandaag plaats op de Haagse Hoge School. En hij eindigde, met een aantal partij-intimi, in een kroeg met de naam Station Bodega, naast Hotel Fabiola. Een Haags volkscafé met een Waalse dame achter de bar die luisterde naar de naam Daniëlle. Veel maakte dat niet uit, ook als je haar Xaviera noemde, bracht ze de bestelde hoeveelheden bier.

Op de terugweg naar Breda maakte ik nog een stop in Delft om een biertje te drinken, tot grote frustratie van Jaap die toch eigenlijk echt vroeg naar bed wilde. Maar ik wilde van geen wijken weten. Een Turkse pizza en een Hertog Jannetje vormden gezamenlijk ontbijt, lunch en avondmaaltijd van deze dag.

Homo Valedicens – vr 6 oct. 2006

partir, c'est mourir une peu

Hij is nu officiëel niet meer van mij. Dag Ford. Bedankt voor de mooie jaren die we samen deelden.

Het is het einde van een tijdperk. Mijn Ford Escort en ik waren een onverslaanbaar duo. Klapbanden weerstonden we gezamenlijk. Urenlang tuurden we samen over het gitzwarte asfalt. En we vonden het allebei leuk als er af en toe een knappe jongen op de passagiersstoel zat. De Ford heeft misschien wel meer intieme momenten meegemaakt dan goed is voor een escort.

Maar ons partnerschap is voorbij. De contracten zijn ontbonden. Hij werd te duur. Hij kwam niet meer door de keuring. Niet dat zijn uiterlijk nou zo vervallen was, maar kennelijk was zijn innerlijk behoorlijk verrot. En daar gaat het uiteindelijk allemaal om.

Nog een keer zat ik ik aan, op en in hem. Vroeg mijn meest waardevolle bezittingen terug, ceedees, autoradio, carkit. En keek nog één keer achterom. My beloved monster. Ik zal hem missen.

Homo Celebratus – do 5 oct. 2006

De telefoon rinkelde de volgende morgen constant. Het was een gekkenhuis. Het opinie-artikel in NRC-Handelsblad had mijn status binnen het Nederlandse medialandschap tijdelijk flink verhoogd.

Allereerst belde de GPD. Na aanleiding van de gedeeltelijke publicatie in NRC had de opinieredactie mij gegoogled, en zodoende kwamen ze de volledige versie van het artikel tegen op mijn weblog. Of ze dat zaterdag in de GPD-bladen mochten publiceren. Ja, tuurlijk. Zolang NRC daar geen problemen mee heeft natuurlijk.

Vervolgens: „Hallo met NOVA. Is het goed als we U vanmiddag een paar vragen komen stellen”. „Wacht even”, riep een stem op de achtergrond. „We weten nog niet zeker of we hem wel willen”. Maar NOVA kwam toch en toen collegae Rogier en Jesse dat hoorden, sleepten ze me acuut mee naar de Zara om daar in de drie kwartier die er nog was me even snel een nieuwe outfit aan te meten. Die ik voor de goede orde wel zelf moest betalen natuurlijk.

Tijdens het zoeken naar een geschikt jasje (‘best wel duur, kunnen we ook even naar de H&M?’) belde ook Trouw nog op voor een aantal aanvullende vragen over de Armeense Genocide. En tijdens het zoeken van een aanvaardbare kleurcombinatie (‘jongens, dat overhemd met die jas kan echt niet, ik wil toch dat jasje van Zara’) wilde TV-West nog even weten of ik misschien toevallig Armeniërs kende die met hun kop op de regionale tv wilden.

Enigszins verbaasd vroeg Rogier af wat er nu zo bijzonder was aan het artikel. Hij gaf zelf het antwoord: de media hebben eindelijk een Turk gevonden die de genocide wil erkennen. En iedereen wil er een stukje van.

Homo Scribens – wo 4 oct. 2006

...

Vandaag stond een samenvatting van een opinie-artikel van mij in NRC Handelsblad. Het ging over de Armeense Genocide. Hieronder het gehele artikel. Bovenstaande foto is van Armin T. Wegner, en spreekt boekdelen. Voor hen met een sterke maag.

De officiële ontkenning van de Armeense genocide door de regering van Turkije is één van de struikelblokken bij de onderhandelingen over Turkse toetreding tot de EU. Vooraanstaande Turkse migranten in de EU zouden zich moeten inspannen om de discussie in Turkije open te breken.

“Dertigduizend Koerden en een miljoen Armeniërs zijn er in dit land vermoord en niemand durft er iets over te zeggen.” Die zin uit een interview kostte romanschrijver Orhan Pamuk bijna zijn vrijheid. In het land waar de Koerdische strijd om zelfbeschikking al uiterst gevoelig ligt, is de Armeense Genocide volstrekt onbespreekbaar. Slechts na zware druk van de Europese Unie werd de aanklacht tegen Pamuk geseponeerd.

De georganiseerde deportatie, concentratie en afslachting van de in het Ottomaanse Rijk levende Armeniërs wordt door de Turkse regering nog altijd ontkend. Ook het overgrote merendeel van de Turken is ervan overtuigd is dat de genocide een grove overdrijving, zelfs een verzinsel is van de Armeniërs. Het gaat zelfs zover dat veldonderzoekers van een gezamenlijk Turks/Armeens onderzoek naar de wederzijdse beeldvorming stuitte op tegenwerking van overheden en argwaan en vijandelijkheid van geënquêteerden. De gevoeligheid wordt verder geïllustreerd door het ongemeend felle debat op de discussiefora van de Engelstalige versie van Wikipedia, een door internetgebruikers zelf te redigeren encyclopedie. Het lemma over de Armeense genocide is om redenen van vandalisme noodgedwongen bevroren.

Dat tot op de dag van vandaag zoveel moeite wordt gedaan de genocide te ontkennen, is te verklaren aan de hand van het nationalisme dat onder Atatürk werd gepropageerd. Voor het voortbestaan van het steeds verder afbrokkelende Turkije was dit nieuwe nationalisme van groot belang. Dat de Turkse republiek is gebouwd op de lijken van de door de Jong-Turken vermoorde Armeniërs, kwam daarbij niet van pas, ook al vond de genocide plaats in de nadagen van het Ottomaanse rijk, voor de oprichting van de republiek door Atatürk. Eveneens ongemakkelijk was dat een aantal hooggeplaatste functionarissen dat verantwoordelijkheid droeg voor de wandaden, in ruil voor steun aan de opstand van Atatürk, later posten aangeboden kreeg in de regering van de republiek.

Atatürk heeft vanaf het begin nagestreefd Turkije om te vormen tot een moderne, naar westers model ingerichte democratie. Ondanks de vele hervormingen uit die tijd bestaan er tot op de dag van vandaag echter ernstige belemmeringen van de vrijheid van meningsuiting. Meest in het oog springende voorbeeld daarvan is artikel 301 van het onlangs nog vernieuwde strafrecht, dat het ‘omlaaghalen’ van de Turkse identiteit, de republiek of de assemblee strafbaar stelt, zoals onder andere Pamuk heeft ondervonden. Daarmee belemmert het Turkse recht elke discussie over de genocide.

De ontkenning van de genocide op de Armeense minderheid dreigt een heet hangijzer te worden in de toetredingsonderhandelingen tussen Turkije en de EU. VVD, ChristenUnie en SP hebben zelfs geëist het als ontbindende voorwaarde op te nemen in de toetredingseisen. Het is echter de vraag of door een EU opgelegde erkenning in zal leiden tot een klimaat waarin de Turken de genocide ook als historisch feit zullen accepteren en Turks/Armeense betrekkingen kunnen normaliseren. Turkije is meer gebaat bij een open discussie over het onderwerp. Alleen zo kunnen mensen overtuigd worden van de stelselmatige poging de Armeense bevolking in Turkije uit te roeien. Dat betekent in eerste instantie dat wetsartikelen die de vrijheid van meningsuiting verlammen, moeten worden opgeheven. Deze eis uit de toetredingsonderhandelingen is voor de democratisering van Turkije vele malen waardevoller dan een opgelegde erkenning van de Armeense genocide.

Erkenning van de Armeense Genocide door Turkije is van groot belang voor de normalisatie van de Armeens-Turkse betrekkingen. Erkenning van de genocide zou het einde betekenen van een in Armenië lange tijd gevoelde miskenning van de wreedheden waaraan dit volk heeft blootgestaan. Maar ook voor Turkije is het van groot belang dat vrijelijk gediscussieerd kan worden over de zwarte bladzijden van de geschiedenis. Alleen dan kan Turkije zich verder ontwikkelen tot een volwassen democratie. Niet de erkenning van de genocide an sich, maar het maatschappelijke debat dat daar in Turkije aan vooraf gaat, heeft die heilzame werking.

Om de discussie nu al op gang te brengen, is het wenselijk dat Turken in den vreemde zich uitspreken over de Armeense Genocide. Het strafrecht belemmert een vrije discussie in Turkije. Buiten Turkije kan deze wèl gevoerd worden. Vooraanstaande Turken in het buitenland, zoals schrijvers, politici en opiniemakers moeten daarom een voortrekkersrol nemen. Een maatschappelijk debat met en onder de Turkse gemeenschap in Europa kan in Turkije niet onopgemerkt blijven en zal ook daar leiden tot een voorzichtig debat. Erkenning van de verschrikkelijke gebeurtenissen tussen 1914 en 1923 kan dan op termijn dan niet uitblijven. Dat is voor zowel de plaats van de Armeense genocide in de Turkse geschiedenis als voor de vrijheid van meningsuiting in Turkije vele malen waardevoller dan een schoorvoetend gegeven erkenning die door de Turkse publieke opinie zal worden beschouwd als niets meer dan een door de Europese Unie afgedwongen concessie. Het is betreurenswaardig dat de kandidaat-kamerleden Tonca, Elmaci en Saçan hun kans niet hebben gegrepen om daarbij een voortrekkersrol te spelen.

Selçuk Akinci is lid van het algemeen bestuur van GroenLinks en is fractievoorzitter voor deze partij in de gemeenteraad van Breda.