Homo Concludens – wo 18 juni 2008

The Future

Het toekomstproject zit erop. Althans, de fase waarin de panels regelmatig bijeen kwamen om ideeën op een rij te zetten, is afgesloten. Tijdens de laatste bijeenkomst van het panel organisatie was er twijfel onder sommigen. Want hebben we nu geleverd wat we afgesproken hebben.

Binnenkort wordt de eindversie van ons stuk, dat op dit moment nog geredigeerd wordt, vrijgegeven. Het is een visiestuk geworden met richtinggevende uitspraken. Maar de richtinggevende uitspraken zijn nog niet concreet gemaakt. Om mijn eigen stokpaardje nog maar eens te bereiden: er wordt wel gesteld dat meer betrokkenheid van leden georganiseerd moet worden tijdens de meningsvormende fase en dat het internet hierin een belangrijke rol kan spelen, maar er wordt niet duidelijk hoe dat proces ingericht gaat worden en wanneer we zover willen zijn.

Pas op zijn vroegst in het voorjaarscongres 2009 zullen de eerste concrete plannen, protocollen of statutenwijzigingen voorgelegd worden. Een aantal zaken zal zelfs een langere aanloop nodig hebben. En dan bekruipt me het gevoel: was dat een jaar geleden, toen we met dit proces begonnen, wel de bedoeling dat het zo lang zou duren.

Laat ik duidelijk zijn: ik ben het met de inhoud van het stuk grosso modo wel eens. Alleen de snelheid waarop veranderingen in de partij doorgevoerd moeten worden, is tergend langzaam. Het stuk mist af en toe scherpte.
En over het gevoelige onderwerp partijraad, lijkt wel met opzet bewust vaag gedaan te worden. Zij wordt niet noodzakelijkerwijs gehandhaafd, ook niet opgeheven en ook niet hervormd. De toekomst blijkt een weerbarstig thema.

Er wordt nog geschreven, geschaafd en aangescherpt. Dus wie weet wat er nog allemaal kan verbeteren. Mijn missie is echter voltooid. Of zij ook geslaagd is, zal bij het novembercongres duidelijk moeten worden.

Homo Arabius – zo 15 juni 2008

Mesex

De vierde editie van de Bazaar, een serie bijeenkomsten over het Midden-Oosten, stond in het teken van de Me$ex, de Middle East Stock Exchange. En hoewel het programma wat kort (drie uur) was om helemaal voor naar Amsterdam af te reizen, wilde ik nu wel eens zo’n intellectueel links programma in De Balie meemaken.

De middag begon met een ‘HitchHikers Guide through the Middle-East’. Rani al Rajji ging daarbij vooral in op de grote hausse in onroerend goed. Grondprijzen zijn, mede door de grote hoeveelheid oliedollars en de immense speculatie met grond, zo belachelijk hoog dat landen als Qatar en Dubai de meest groteske plannen kunnen realiseren. Niet zo vreemd dus dat architect Matthijs Bouw in zijn lezing vervolgens kon ingaan op de geweldige mogelijkheden die architecten tegenwoordig hebben om hun dromen te verwezenlijken. Het Midden-Oosten als geweldige speeltuin voor de Herzbergers en de Koolhazen.

Midden-Oosten-correspondent Max Rodenbeck van The Economist had een heel ander thema, veiligheid. Het Midden-Oosten wordt nogal geassocieerd met conflict en oorlog. Niet geheel terecht, stelde hij en ondersteunde zijn verhaal met een immense hoeveelheid data. Te beginnen bij een wereldranglijst op het gebied van Vrede, waarbij naast interne en externe conflicten ook variabelen als veiligheid worden meegerekend. De landen van het Midden-Oosten staan gemiddeld samen weliswaar hoog op die lijst, maar reken je Irak, Israël en Libanon niet mee, dan staat het Midden-Oosten ineens veel hoger op de lijst. Niet helemaal eerlijk: zo’n wegstreepexercitie kun je op een heleboel regio’s toepassen, maar het punt is helder: het grootste gedeelte van het Midden-Oosten is relatief rustig.

Hij ging verder, want een plaats op een ranglijst zegt niets over de absolute veiligheid. Gestaafd door een aantal datasheets maakte hij vrij helder het punt dat het aantal conflicten wereldwijd en het aantal doden, na een piek rond 1990, op een all-time low staat. En dat, hoewel het met de veiligheid in de wereld dus nog nooit zo goed is gegaan, de uitgaven aan defensie gek genoeg nog nooit zo hoog zijn geweest. Overigens maakte hij daarbij de wetenschappelijke fout omdat het causale verband tussen deze statistische gegevens theoretisch ook zou kunnen zijn dat het met de veiligheid zo goed gaat juist omdat er zoveel uitgegeven wordt aan defensie.

Rodenbeck eindigde zijn verhaal met de optimistische visie dat er geen reden is om bang te zijn voor de ontwikkelingen in het Midden-Oosten: een heleboel zaken die daar de samenleving, in ieder geval economisch, onder druk hebben gezet – enorme bevolkingsgroei en een snelle en bijna volledige urbanisatie – nu aan het stabiliseren zijn. Blijft alleen het diplomatieke punt over: de moeizame, of op zijn minst ambivalente relatie met het westen. Dialoog dus.

De laatste lezing was van arabist en bedrijfsconsulent Leo Kwarten die aan de hand van een aantal persoonlijke, anekdotische voorbeelden probeerde aan te geven dat de oliedollars in het Midden-Oosten nu gaan leiden tot een attitudeverandering op het vlak van democratie en vrouwenrechten. Want nu de olie-economie diversifieert en bedrijven in het Midden-Oosten bedrijven in het westen gaan overnemen, komen ze ook directer in aanraking met de cultuur en werkwijze in het Westen. Bijvoorbeeld dat vrouwen wel capabel zijn in hoge posities of dat een minder hiërarchische structuur zijn eigen rendement heeft.

Homo Confectus – di 10 juni 2008

Embryo

Even voor de duidelijkheid, ik ben onverkort vóór de keuzevrijheid van ouders om via embryoselectie te voorkomen dat erfelijke ziekten met een dodelijke afloop worden doorgegeven. Maar erg veel sympathie voor een aantal van de verdedigers van die keuzevrijheid kan ik ook niet opbrengen.

Simpel gesteld worden bij embryoselectie de embryo’s gescand op genetische aanleg voor ziekten als (erfelijke) borstkanker. Alleen als een embryo die aanleg niet heeft, wordt het teruggeplaatst. De rest verdwijnt in de blender. Daar heb ik overigens weinig moeite mee: als dit embryonale leven toch geen kans krijgt om geboren te worden, dan kan het net zo goed vernietigd worden: een extracorporiale miskraam.

Toch wringt het ook ergens. En hoewel ik dat gevoel niet messcherp kan duiden, zit het in het streven naar perfectie. De medische wetenschap baseert zijn bestaansrecht op het uitbannen van alles dat ziek of dood maakt. En met alle technologische mogelijkheden, wie is er dan nog bereid te accepteren dat dingen nu eenmaal niet altijd perfect volmaakt zijn.

Een ander voorbeeld: de combinatie vruchtwaterpunctie en abortus heeft tot gevolg dat er in Nederland veel mongoloïde kinderen worden geaborteerd. Overigens, ook een hoop niet. En iedereen die die moeilijke keuze heeft moeten maken, verdient daarvoor waardering. Sommige ouders kunnen het perspectief van een gehandicapt kind niet aan. Anderen kunnen dat wel en zien vervolgens hun hele leven omgegooid worden. Tegelijk constateer ik -op macroniveau- dat er in Nederland steeds minder plek is voor mongooltjes. Omdat ze niet perfect zijn. Een voor sommigen veel wrangere constatering dan de wetenschap dat embyo’s met een vrijwel zekere vroegtijdige dood door een walgelijke ziekte in de blender verdwijnen.

Komt er ooit een tijd dat de keuzevrijheid zo ver gaat dat ouders hun kinderen kunnen samenstellen als ware het een bestelling bij de Subway. Jongen, meisje, het is technisch al lang mogelijk. En voor zover homoseksualiteit al genetisch bepaald is, waarom niet meteen uitbannen? Nu geloof ik niet dat er veel mensen zijn die zoiets zouden laten doen, maar zo’n extreem voorbeeld geeft wel aan dat er grenzen zijn aan de mate van maakbaarheid die we nog acceptabel vinden

Een samenleving mag nooit bepalen dat je een kind moet houden. Net zoals een samenleving nooit mag bepalen wie er geaborteerd moeten worden. Dus blijf ik een hardnekkig voorstander van de vrijheid van mensen om daarin een eigen, individuele keuze te maken. Maar een aantal voorstanders van die keuzevrijheid mogen zich er wel rekenschap van geven dat die keuzevrijheid minder ééndimensionaal is als zij in het debat doen voorkomen.

Homo Impellens – vr 6 juni 2008

Fokke en Sukke zijn wanhopig

Het zou voorlopig de laatste keer zijn dat het organisatiepanel van het toekomstproject van GroenLinks bij elkaar kwam. Op tafel lag een concept van het visiestuk dat als basis gaat dienen voor het congres in November.

Openheid, dat was eigenlijk wel een beetje de kern van het concept. GroenLinks moet zich zo organiseren dat het behalve kiezersvereniging ook een open vereniging is voor debat en meningsvorming, met de blik meer naar buiten gericht. GroenLinks als netwerkpartij, die gebruik weet te maken van de expertise van leden, met een actief scoutingsbeleid en moderne, veelzijdige communicatiemogelijkheden. Een geheel aparte passage was gewijd aan de partijcultuur, die enerzijds uitgaat van vertrouwen in de veelzijdige samenleving en ruimte geeft aan diversiteit. Anderzijds wordt in die paragraaf vastgesteld dat een aantal gremia binnen de partij elkaar te veel in een houtgreep houdt: teveel checks, te weinig balances.

Toch knaagde het. Want hoewel het stuk uitging van de positie van leden en bondgenoten binnen de partij, werd nergens ingegaan op de functie en inrichting van interne besluitvormingsprocedures. Tijd om mijn basisdemocratische overtuiging nog eens uit de kast te halen.

Nu is ledendemocratie zo ingericht dat de invloed van de leden aan het einde van het proces zit. Er ligt dan een kant en klaar voorstel, en het enige dat er nog rest is het voorstel aan te nemen of af te wijzen. Ja of nee, meer smaken zijn er niet. In het beste geval kan er met een amendementje nog een tekstwijziging doorheen gejast worden, maar het blijft gerommel in de marge: weinig verheffend.

Democratie moet inhouden dat de spelers in een veel eerder stadium in het proces betrokken worden, namelijk in het stadium van meningsvorming en discussie. De uitkomst van dat proces is een stuk dat daadwerkelijk onder invloed van leden tot stand is gekomen en in essentie dus democratischer. Het stemmen over de uitkomst is slechts het sluitstuk van de ledendemocratie, niet het begin.

En zo zal het in het visiestuk ook ongeveer terechtkomen.

Homo Plantans – di 3 juni 2008

Guerilla Gardening

Omdat de wereld al lelijk genoeg is, zo had GroenLinks bedacht, moeten we de lelijke plekken in de stad maar eens op gaan fleuren. En omdat het grappig is natuurlijk.

Guerrilla Gardening is een rage uit Engeland. Gewoon een paar mooie planten meenemen en een lelijk stukje stad, braakliggende grond of verdord perkje oppimpen. Zonder toestemming, zonder vergunning. Anarchistisch tuinieren.

Politiek is vaak al serieus genoeg.

Homo Truncuns – vr 30 mei 2008

Jannes Mulder

Sta de lichte vorm van vrouwenbesnijdenis maar toe, schreef oncoloog Jannes Mulder in het vakblad Medisch Contact. Hij hoopt daarmee de verminkende vorm van besnijdenis, waarbij het hele zootje wordt weggesneden, terug te dringen. Het duurde niet lang voordat iedereen over hem viel.

Ja, vrouwenbesnijdenis is verschrikkelijk. Überhaupt ben ik van mening dat elk niet-medisch noodzakelijk en onomkeerbaar ingrijpen in het menselijk lichaam bij minderjarigen strikt verboden moet worden. Tatoeages misschien als enige uitzondering. En aangezien heel Nederland vrouwenbesnijdenis een verschrikking vind, was een rel geboren. Met de politiek als meest verontwaardigde partij.

Jammer dat daardoor niemand meer hoorde wat Mulder werkelijk bedoelde. Zijn argumentatie was als volgt: vrouwenbesnijdenis is een rituele handeling. Sommige groepen hechten nogal aan dat ritueel, hoe verwerpelijk ook. Het ritueel bestaat in vele vormen, waarbij de incisiemethode de meest milde vorm is, een speldenprik in de clitoris. Strikt genomen is hier van verminking geen sprake, behalve het kleine stukje bindweefsel dat vervolgens op de plaats van de prik ontstaat: een klein litteken. Van enige vermindering van de seksuele beleving is geen sprake. Incisie is op geen enkele manier te vergelijken met de vele andere, brute vormen van vrouwenbesnijdenis.

Nu is vrouwenbesnijdenis, ook in deze milde vorm een tamelijk vrouwonvriendelijk, onderdrukkend ritueel. Maar, zo denkt Mulder, als de rituele waarde voor mensen de overweging is om hun dochter te verminken, zou het dan niet de moeite waard zijn om mensen zo ver te krijgen voor de milde incisiemethode te kiezen. In hoeverre verschilt dat moreel nog van de steeds populairder wordende schaamlipcorrecties en weet ik veel wat allemaal. Samenvattend: een klitje geprikt is een klitje gespaard, in de gedachte van Mulder.

Nu vraag ik me af of zijn idee in de praktijk zou werken. Ik heb daar zo mijn twijfels bij: zouden er mensen over te halen zijn om ‘slechts’ voor incisie te kiezen. Maar ondanks mijn twijfel, vind ik het de moeite waard om dat eens wat verder te onderzoeken. Elk meisje dat je op deze manier eventueel kunt redden is de moeite al waard.

Maar niets daarvan: de politiek schreeuwde om het hardst dat het een schande was. Dezelfde politiek overigens, die onder het mom van de vrijheid van religie, al eeuwenlang toestaat dat jongetjes van hun voorhuid worden beroofd door mensen omdat dan wel de rabbi, dan wel de imam zegt dat het goed is. Over niet medisch noodzakelijke genitale verminking gesproken. Hypocriet zijn ze.

Homo Coepiens – wo 28 mei 2008

Idealen

Geïnspireerd door het gedachte-experiment van Simon heb ik, geheel onbevangen, in WordPerfect een blanco document geopend. Stel dat ik een beginselprogramma moest schrijven, waar zou ik dan als eerste mee beginnen? Net als Simon gebruik ik de naam Progressief Links, maar in tegenstelling tot Simon doe ik dat met spatie, aangezien GroenLinks destijds als formatie ook een spatie in de naam had.

  • Progressief Links is een politieke formatie die streeft naar een wereld waarin mensen vrij zijn zich te ontplooien en om hun leven in te richten zoals zij dat wensen, waarin kennis vrij toegankelijk is, waarin de politieke macht gelijkelijk onder mensen is verdeeld en iedereen voor de wet dezelfde rechten en plichten heeft.
  • Progressief Links streeft naar een dynamische, duurzame economie, waarin mensen vrij zijn economische activiteiten te ontwikkelen en waarbij uitbuiting (van mensen en dieren) en uitputting (van natuurlijke bronnen) worden tegengegaan.
  • Progressief Links streeft naar een wereld waarin iedereen toegang heeft tot gezondheidszorg en onderwijs en waarin iedereen is verzekerd van een bestaansminimum waarmee voorzien kan worden in voldoende voedsel en woonruimte.
  • Progressief Links streeft naar een wereld waarin natuurgebieden en diersoorten met respect worden behandeld en beschermd, omwille van het ecologisch evenwicht en de soortenrijkdom.
  • Progressief Links streeft naar een wereld zonder geweld, waarin culturele openheid, tolerantie en waardering leidraad zijn voor het handelen van landen, overheden en mensen.

Vervolgens heb ik de doelstellingen van GroenLinks uit het beginselprogramma 1992 er nog eens bij gepakt.

De doelstellingen van Groen Links zijn:

  • een democratische rechtsstaat, waarin individuele vrijheid en de vrijheid van organisatie gewaarborgd zijn en alle ingezetenen gelijke politieke rechten hebben;
  • een leefbaar milieu en herstel van het ecologisch evenwicht, in het besef dat natuurlijke hulpbronnen eindig zijn;
  • een rechtvaardige verdeling van macht, kennis, bezit, arbeid en inkomen, zowel in Nederland als op wereldschaal;
  • het recht van leder mens op een behoorlijke bestaanszekerheid, goede huisvesting en toereikende gemeenschapsvoorzieningen;
  • verzet tegen uitbuiting en onderdrukking van groepen en volkeren.

Wat me als ik de teksten naast elkaar leg in eerste instantie opvalt, is dat bij de doelstellingen van GroenLinks niet direct gesproken wordt over de inrichting van de economie en ook geen uitspraak wordt gedaan over een economisch systeem of model. Ook wordt er in de doelstellingen van GroenLinks niet gesproken over vrede en veiligheid, over culturele of mondiale verhoudingen anders dan economische, en over dierenrechten. In mijn tekst wordt daarentegen weer niet gesproken over de verdeling van bezit, arbeid en inkomen, anders dan het recht op een bestaansminimum.

Overigens, het uitgangspuntenprogramma van GroenLinks uit 1992, spreekt in de verdere uitwerking wel degelijk over de economie en over vredeskwesties. Het woord dier komt opvallend genoeg nergens terug in het uitgangspuntenprogramma.

Homo Discedens – di 27 mei 2008

Henk Haarhuis

Het valt me weer zwaar de laatste tijd, het politieke werk. Het viel collega-raadslid en PvdA-fractievoorzitter Henk Haarhuis ook zwaar. Zo zwaar dat hij zijn functie heeft neergelegd. Na negen jaar heeft de PvdA-fractie een nieuwe voorman nodig.

Nu was ik dat laatste niet van plan. Sterker nog, ik weet dat ik elk jaar rond deze tijd redelijk tabak heb van het raadswerk. De laatste cyclus voor het zomerreces is er één van de laatste loodjes. Om vervolgens in de derde of vierde week van het zomerreces het politieke werk al weer te missen en uit te kijken naar het nieuwe seizoen.

Twee dingen maken mijn politieke lusteloosheid deze keer echter iets zwaarmoediger dan anders. Dat is enerzijds dat ik een heleboel dingen nu al voor het zevende jaar voorbij zie komen en dat is vaak toch net iets minder spannend dan als je het voor het eerst meemaakt. De tweede reden is het fractievoorzittersschap en onze deelname aan het college. Dat is enerzijds allemaal relatief nieuw en dus uitdagend, maar de tijdsinvestering en, god betere, de verantwoordelijkheid drukt op momenten ook zwaar. En aangezien een collegedeelname van GroenLinks in het Bredase zonder precedent is, buiten een zeer kortstondige, vijf maanden durende flirt met het pluche in 1994, heb ik ook geen referentie waaraan ik ons handelen kan toetsen. Van de leden komt zowel kritiek als bijval over de wijze waarop de fractie en de wethouder opereren. De reacties uit de stad zijn ook verdeeld.

Onwillekeurig denk ik aan Henk, de PvdA-fractievoorzitter die de werkdruk en de verantwoordelijkheid van het leiden van zijn 11 koppen tellende fractie, in combinatie met zijn baan, te veel vond worden. Het is ergens een mooi moment om een stap terug te doen. Nog ruim anderhalf jaar tot aan de volgende verkiezingen, dus zijn opvolger heeft de tijd zich goed in te werken. Ikzelf baal ervan dat ik hem als collega fractievoorzitter kwijt raak. Niet dat we het altijd roerend met elkaar eens waren of dezelfde politieke stijl hadden -ik vond Henk als fractievoorzitter vaak iets te voorzichtig- maar als collega-fractievoorzitter en coalitiepartner had ik de rit graag met hem afgemaakt. Het heeft niet zo moeten zijn.

Homo Puerilis – ma 26 mei 2008

Algemeen Dagblad

„If you can’t take the heat, get out of the kitchen.” Ik moest eraan denken toen het AD vrijdag opende met de kop ‘Balkenende is kritiek beu’. Laat ik zelf ook eens kritisch zijn. Op het fractievoorzittersoverleg in Breda wel te verstaan.

Het fractievoorzittersoverleg is een overleg dat zo’n acht à tien keer per jaar bijeenkomt om zaken te bespreken die ofwel met het functioneren van de raad te maken hebben. Vroeger was het een soort huishoudelijk overleg. Nu heeft het af en toe ook wat weg van een presidium. De acht fractievoorzitters, met soms een enkele plaatsvervanger, die onder voorzitterschap van de burgemeester, procesafspraken maken.

Het zou, gezien het gezelschap, een verheffende bijeenkomst moeten zijn. Het tegendeel is echter waar. In plaats van een ordentelijke, nette vergadering is het fractievoorzittersoverleg meestentijds een meer dan chaotische bijeenkomst. De fractievoorzitters lijken wel haantjes (m/v). Er wordt veel gezegd, maar slecht naar elkaar geluisterd. Sommigen denken dat hun mening meer gewicht krijgt wanneer ze haar maar luid genoeg verkondigen of vaak genoeg herhalen. Niet zelden praten er twee, drie mensen door elkaar heen en mensen in de rede vallen is eerder regel dan uitzondering. Het fractievoorzittersoverleg lijkt nog het meeste op een kleuterklas tijdens een schoolreisje. Met dat verschil dat in het laatste geval een leraar de meute meestal nog een beetje in bedwang kan houden.

Het is maar goed dat de plaatselijke pers tegenwoordig niet meer bij het fractievoorzittersoverleg aanwezig is. Ik zie de beschamende columns al voor me waarin het gedrag van de zogenaamde gezagdragers pijnlijk blootgelegd wordt. Die ene bijvoorbeeld die, om zijn eigen mening maar te verkondigen, steeds antwoord geeft op vragen die niet gesteld zijn. Of die twee die overal doorheen praten, en nog het liefst nog door de burgemeester annex voorzitter. Of die ene die al een mening heeft voordat een kwestie goed en wel verteld is.

Ik kan me niet voorstellen dat de burgemeester blij is met de wijze waarop wordt overlegd met elkaar. Een informele sfeer past bij het fractievoorzittersoverleg, maar elkaar uit laten praten en op je beurt wachten zijn toch fatsoensnormen die ook buiten een strakgeleide vergadering geldig zijn. Ik vind de omgangsvormen het niveau van fractievoorzitters in ieder geval onwaardig en zit steeds vaker lusteloos op mijn stoel na te denken waar het toch heen moet met de wereld. Inderdaad, ook niet het meest wenselijke gedrag tijdens een vergadering. Maar je moet wat als je moet wachten met je eigen opmerkingen totdat de rest klaar is met door elkaar heen kleppen.

Ze zullen straks wel boos zijn dat ik dit geschreven heb. Och, if you can’t take the heat…

Homo Elocutorius (2) – zo 25 mei 2008

Patrick en ik tijdens '99 Luftballon'

Nog even terug naar GroenLinks en de Top 10 die tijdens ‘GroenLinks BinnesteBuiten’ is samengesteld en mijn poging om die keuze op GroenLinkse wijze te verantwoorden.

10. David Bowie – “Helden”
„Dann sind wir Helden nur diesen Tag”. De Engels- en Duitstalige versie van het nummer Heroes, zegt dat iedereen een held kan zijn. Een mooie tekst over wat mensen kunnen bereiken. De tekst is door Bowie echter nogal ironisch bedoeld. Niet elke ogenschijnlijke heldendaad is altruïstisch van aard. Het nummer is later gebruikt voor de film gebruikt ‘Bahnhof Zoo’ over prostitutie en dugsmisbruik in het Berlijn van de jaren ‘70.

9. Alphabeat – Fascination
„Passion,is our passion, in the moonlight, on a joyride. Easy living, killed the young dudes, in the high boots.” ‘Hippe’ plaat die teruggrijpt op de jaren ‘80 en een vrolijke levensstijl vol passie en plezier voorstaat. De beleving en het opdoen van ervaringen staat centraal, maar door het gebruik van de eerste persoon meervoud is deze hedonistische levenswijze niet puur individualistisch van aard maar in essentie communautair.

8. Youssou N’dour & Neneh Cherry – Seven Seconds
„And when a child is born into this world it has no concept of the tone the skin is living in.” Grote hit uit 1994 dat de zeven seconden direct na de geboorte bezingt, waarin een baby nog geen idee heeft van de nare dingen in de wereld om hem heen. Grosso modo is het lied daarmee toepasbaar op zo’n beetje elk wereldprobleem waar GroenLinks tegen strijdt, van honger en armoede tot conflicten, racisme en milieuvervuiling.

7. Aretha Franklin – Think
„Yeah, think, let your mind go, let yourself be free. You need me and I need you, without eachother there ain’t nothing people can do”. Soulnummer dat emancipatie en gemeenschapsdenken met elkaar verbindt. Het nummer gaat over de keuzes die mensen in hun leven moeten maken en propageert het volgen van het eigen gevoel. Tegelijkertijd erkent Franklin dat mensen in hun persoonlijke ontwikkeling elkaar ook nodig hebben.

6. Marlène Dietrich – Sag mir wo die Blumen sind
„Sagt wo die Soldaten sind, was ist geschehn? Sag wo die Soldaten sind. Über gräber wehnt der wind. Wann wird man je Verstehn?” Vredesnummer van La Dietrich, dat geassocieerd wordt met (het einde van) de Twede Wereldoorlog en de strijd tegen het nazisme en fascisme. Lange tijd was Dietrich de enige Duitse die met daverend applaus onthaald werd in Israël vanwege haar bijdrage aan het varieté voor de Amerikaanse troepen.

5. Counting Crows – Accidentaly in Love!
„So I said I’m a snowball running, running down into the spring that’s coming all this love”. Gewoon een nummer over verliefd worden. En dat mag gelukkig ook gewoon binnen GroenLinks. Sterker nog: in een ontspannen samenleving hebben meer tijd om verliefd te worden en dit te consumeren. En dat behoort ook wel tot de immateriële waarden van het leven.

4. U2 – Beautiful Day
„See the world in green and blue, see China right in front of you, see the canyons broken by cloud, see the tuna fleets clearing the sea out”, zingt beroepswereldverbeteraar Bono. Beautiful Day beschrijft de schoonheid van de wereld en hoe mooi de dingen zijn die we te vaak als vanzelfsprekend beschouwen. Allemaal dingen die stuk voor stuk het beschermen waard zijn.

3. a.k.a. The Junkies – Konijntje
„Kom op konijntje doe maar wiebele, wiebele, huppel, doe maar huppele alsof je in het bos bent.” In eerste instantie een lied waarin dieren in de vrije natuur worden bezongen en aangemoedigd om van hun leven te genieten. In tweede instantie natuurlijk een zwoel, sensueel nummer waarin A.K.A. The Junkies als eerste heeft bewezen dat het Nederlands ook een beregeile taal kan zijn.

2. The Wombats – Let’s dance to Joy Division
„Let’s dance to joy division, and celebrate the irony, everything is going wrong, but we’re so happy.” Een lief bedoelde aanval op de melancholie en neerslachtigheid van de post-punk, new wave en tegenwoordig gothic en emo, en met name één van de belangrijke grondleggers van deze genre’s, de Engelse band Joy Division. The Wombats keren het helemaal om en maken van elk nummer van Joy Division een feestje. Dat in het kader van ‘de wereld is rot, lang leven de wereld’.

1. Moloko – The Time is Now
„Give up yourself unto the moment, the time is now. Give up yourself unto the moment, let’s make this moment last”. Moloko bezingt het nu. Elk moment liggen er kansen en zijn er mogelijkheden. Kijk dus niet teveel terug, maar denk over de toekomst en leef in het nu.