Homo Adhaerens – zo 14 dec. 2008

Lijmtube

„Lijmen Jan, lijmen Jan, lijmen met z’n allen”, zong Wim Kan op oudjaarsavond 1960 over de lijmpoging van het kabinet De Quaay. In Breda wordt dat „lijmen Sel, lijmen, Sel”. Nog één allerlaatste poging om de coalition of the willing, de voorstanders voor verruiming van de horeca-openingstijden, weer bij elkaar te krijgen.

D’66 wil nog steeds en ook de PvdA is best bereid nog eens te kijken of ze de democraten tegemoet kunnen komen. Maar haast was geboden: de burgemeester zou zijn eigen voorstel, terug naar de oude sluitingstijden, al over vijf dagen voorleggen aan de raad. De zondagsrust moest ik inleveren om te werken aan een alternatief voorstel.

Beste mensen,

Ik had beloofd zondag te gaan werken aan een nieuw model voor de drank- en horecaverordening. Uitgangspunt voor ons allen is het opheffen van het verschil tussen normale drank- en horecainrichtingen en nachtzaken. Dat leidt vooralsnog tot de volgende – voorzichtige – conclusies:

het opheffen van artikel 12, dat betrekking heeft op de ontheffing nachtzaken
Een flinke versimpeling van artikel 15, lid 1.

Aangezien er nog wel wat juridische haken en ogen zijn die ik absoluut met de griffie wil bespreken, lukt het me pas om in de loop van maandag een voorstel jullie richting op te doen komen. Ik wil namelijk weten op welke manier het opheffen van de vergunningen voor de huidige nachtzaken geregeld dient te worden. Van jullie wil ik voor die tijd nog even weten of we ons beperken tot het horecaconcentratiegebied (dan moeten voor Holland Casino, dat thans om 3 uur sluit en voor prostitutiebedrijven, die in het huidige regime om 4 uur sluiten) uitzonderingsclausules in de Drank- en Horecavergunning gehandhaafd blijven.

Met betrekking tot de alcoholpreventiebeleid voor jongeren kan ik me voorstellen dat we per aanvullende motie het college opdragen flankerend beleid te voeren dat zich richt op overmatig alcoholgebruik, dat met name op de vrijdagmiddagen plaats vindt in de binnenstad.

Ik stel voor dat we dit voorafgaande aan de fractievergadering met elkaar bespreken. Dat kan, zoals Frans voorstelde, in een restaurantje, alhoewel ik me ook kan voorstellen dat het zinvol is om aan een vergadertafel te zitten met een paar bakken chinees of thai.

Met hartelijke groet,
Selçuk

Homo Commeans – vr 12 dec. 2008

 

Jasper Fastl, Selçuk Akinci en Annemarie Jorritsma
Jasper Fastl, Selçuk Akinci en Annemarie Jorritsma

 

„Het heeft me twee uur en een kwartier gekost om hier met de trein te komen. Het voordeel daarvan is wel dat ik eindelijk de zaterdagbijlage heb kunnen lezen.” Met die woorden overhandigde ik een manifest voor een spoorlijn tussen Almere, Utrecht en Breda aan burgemeester Annemarie Jorritsma van Almere. „In Breda is het college voor zo’n spoorlijn en ik hoop dat U Uw college ook kunt overtuigen met de argumenten in dit manifest.”

Daarmee had ik mijn diplomatieke, agendazettende en vertegenwoordigende plicht vervuld. Annemarie nam het manifest dankbaar in ontvangst, sprak een paar mooie woorden over het belang van een betere verbinding tussen Almere en Utrecht en liet ons na een minuut of twintig weer alleen.

Ons, dat was een groep GroenLinks-politici uit gemeenten die aangesloten moeten worden aan die spoorlijn tussen Almere, Utrecht en Breda. Het waarom, dat is omdat de lijn de bereikbaarheid van Almere, Breda en tussenliggende gemeenten als Oosterhout en Gorinchem enorm verbeterd. En het is natuurlijk doodzonde om, als je de A27 toch gaat verbreden, niet ook meteen een spoorlijntje aan te leggen.

En tot slot, treintjes zijn natuurlijk gewoon hartstikke cool.

Homo Assiduus – wo 10 dec. 2008

Hoorzitting horecasluitingstijden 13 juni 2004

Aan de mensen die het woord horecasluitingstijden niet meer kunnen horen of zien, adviseer ik hier maar niet meer verder te lezen. Want het onderwerp stond wederom, na ruim vier jaar discussiëren, op de agenda van de commissie.

Nadat een evaluatie van de effecten tot een tot op het bot verdeelde gemeenteraad had geleid, bleef het enige tijd stil. De kleinst mogelijke meerderheid van de commissie (PvdA, SP, GroenLinks en D’66) was voor een situatie waarin het verschil tussen reguliere horeca en nachtzaken vervalt. Ofwel, iedereen mag dan vanaf zeven uur ‘s ochtends open en mag tot vier uur ‘s nachts open blijven. De burgemeester vond die opdracht echter te vaag en wilde meer duidelijkheid.

Nu is de burgemeester van een aanvankelijk voorstander van ruimere openingstijden inmiddels voorvechter van het oude regime geworden. Dus erg veel trek had hij niet in een verdere verruiming van de openingstijden. En als het al gebeurt, dan toch met zo veel mogelijk extra regelgeving.

Zo wilde hij weten hoe de commissie dacht over toelatingsbeleid van minderjarigen, de verplichting tot het hebben van portiers en een mogelijk regime van ‘strippenkaarten’, waarin reguliere horeca slechts een beperkt aantal nachten per jaar tot vier uur open mag.

En daar ging het mis. In een ellenlang verhaal betoogde PvdA-woordvoerder Frans Szablewski hoe hij verruiming van de openingstijden nastreefde, maar zich best kon voorstellen dat de burgemeester daar extra controlemechanismen bij nodig had. Maar vooral duidelijk was dat zijn verhaal onduidelijk was. Was de PvdA nu voor of tegen extra regelgeving.

Het D’66-smaldeel in wat ik voor het gemak maar even de Coalition of de Willing noem, werd roder en roder. Niet in politiek opzicht overigens, want de afstand tot de sociaal-democratie is nooit groter geweest. Wars van nog meer regels die niet te handhaven zijn en ondernemers nog meer kopzorgen bezorgen, slaakte fractievoorzitter Boelema een diepe zucht en sprak de historische woorden „we zijn voor ruimere openingstijden, maar als het zo moet, dan hoeft het van ons niet.”

Ongeloof bij de PvdA en blijdschap bij het CDA. Verbijstering bij SP en mijzelf. Het was onvoorstelbaar, maar zojuist had collega Szablewski zijn eigen coalitie uit elkaar geluld.

Homo Coquens – di 9 dec. 2008

Saskia Boelema

Ik had een etentje met de fractievoorzitter van D’66. Alleen de locatie hadden we nog niet helemaal afgesproken.

In de politiek is het van belang of je het met elkaar eens bent, zou je zeggen. Maar eigenlijk gaat het erom of je het met elkaar eens kunt worden. Je kunt dat proberen op basis van argumenten. Maar, zo is mijn ervaring, het helpt ook erg goed als je gewoon een beetje goed met elkaar op kunt schieten. Dat vond de fractievoorzitter van D’66 kennelijk ook.

‘Tring’, belde mevrouw Boelema mij op. „Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik heb het eigenlijk wel een beetje gehad met al die restaurantjes. Dus als je het niet erg vindt, wilde ik voorstellen dat je gewoon bij mij thuis komt eten.” Ik vond dat eigenlijk best een goed voorstel.

Het werd, letterlijk, een kijkje in de politieke keuken.

Homo Olympionices – wo 3 dec. 2008

Olympische vlam

Of we de Olympische Spelen niet naar Breda konden halen. Hoorde ik het nu echt goed? Jawel, collega Frans Jackson vroeg naar aanleiding van het plan van aanpak voor de herijking van de gemeentelijke sportnotitie of Breda geen kandidaat kon zijn voor de winterspelen van 2018.

Laat ik vooropstellen dat ik Breda echt niet kleiner wil maken dan het is. En dat ik best wel snap dat de steden van Brabant in hun samenwerkingsverband soms best het één en ander weten te bereiken. Maar de Olympische Spelen? Ik vond het getuigen van grootheidswaanzin. Of misschien wel gewoon alleen maar waanzin.

Als alternatief suggereerde ik dat het wellicht van wat meer realiteitszin zou getuigen als de Tour de France een keertje Breda aan zou doen. Tot mijn verbazing reageerde de wethouder nogal zuinig. Of ik wel wist wat het kostte om Breda een etappeplaats te laten zijn.

Nee, de Olympische Spelen. Die zijn namelijk helemaal gratis!

Homo Saltans – za 22 nov. 2008

congreskrant

Al enige dagen ging het gerucht dat de extreem-rechte organisatie Voorpost haar opwachting zou maken bij het GroenLinks-congres. En ze hielden woord. Toen ik ’s ochtends in het Tilburgse 013 aankwam werd ik, samen met alle andere congresbezoekers, uitgemaakt voor terrorist, crimineel en wat dies meer zij.

Veel verder kwamen de dames en heren demonstranten echter niet. Een beloofde infiltratiepoging bleef uit. Geen gegooi met taarten, geschreeuw tijdens de plenaire zittingen of ander congresverstorend gedrag. Jammer eigenlijk, want het was voor de rest namelijk helemaal niet zo’n spannend congres.

Ook thuis viel het toekomstcongres live te volgen, al waren de reacties op het ochtendgedeelte niet van een veel informatiever niveau dan de hoeveelheid sneeuw die er her en der in het land al was gevallen. Aangezien ik ’s ochtends verantwoordelijk was voor het verzamelen van de digitale reacties, kan ik spreken van een rustige morgen.

’s Middags werd het beginselprogramma, waarvan inmiddels gevoeglijk duidelijk mag zijn wat ik ervan vindt, na vele amendementen keurig aangenomen met slechts een handjevol tegenstemmers, waaronder ik. Naderhand vertelde een niet nader te noemen partijprominent me nog dat best te kunnen waarderen en dat zelf eigenlijk ook wel gewild te hebben.

Uiteraard eindigde alles in een feestje waarbij de GroenLinksers zich afscheidden in twee groepen: de praters, die in de foyer uitgebreid de toestand van de wereld met elkaar bespreken en de dansers, die in de Batcave elkaar fysiek uitdaagden. Waarbij ik meerdere malen op de tenen van Cerian ging staan, waarvoor excuses.

„We are raising a generation of dancers (*) ”, moeten ze in de foyer gedacht hebben. Het onderscheid tussen de leden van groep één en groep twee was uitsluitend op leeftijd gebaseerd.

*) Hunter S. Thompson

Homo Reservans – do 20 nov. 2008

toekomst

Wat doe je als je weet dat iets het maximaal haalbare is, maar je eigenlijk toch niet tevreden bent. Dat was voor mij de centrale vraag met betrekking tot het nieuwe GroenLinks beginselprogramma. En ik mocht er gisteren in Utrecht over debatteren met Jesse Klaver (enthousiast) en Bart Snels (schrijver).

Als het gaat om de dagelijkse politiek ben ik iemand die realist genoeg is om tevreden te zijn met het maximaal haalbare. Maar een beginselprogramma is een ideologisch document. En dat had wat mij betreft wel wat meer mogen sprankelen. Het oorspronkelijke programma, met al zijn tekortkomingen, had dat meer.

Daarnaast behoort het oude beginselprogramma inmiddels tot de overlevering van de partij. Het is welhaast een historisch stuk, een onderdeel van onze groenlinkse geschiedenis. En vanuit het idee van duurzaamheid vind ik eigenlijk dat je niet persé iets nieuws nodig hebt als het oude nog prima werkbaar is.

Homo Medicans (3) – 19 nov. 2008

Joint

„Hé”, dacht ik. „Er staat weer een berichtje over koffieshops in de krant.” Misschien dat ik er wel weer een televisiemoment uit kon slaan. Maar helaas, de landelijke media hadden mijn trucje door. Of ze vonden het gewoon echt geen interessante vragen.

Toch jammer, ik vond ze zelf heel niet onaardig.

Breda, 19 november 2008

Betreft: vragen ex. Art 41 RvO omtrent experiment regulering toelevering aan coffeeshops

Geachte college,

De burgemeesters van onder meer Groningen, Utrecht, Eindhoven, Amersfoort, Nijmegen, Enschede, Den Bosch en Maastricht hebben vandaag via NRC Handelsblad kenbaar gemaakt dat zij willen gaan experimenteren met regulering van de ‘achterdeur’ van coffeeshops, de toelevering. Opvallend genoeg stond de burgemeester van Breda niet bij dit rijtje van burgemeesters.

Jarenlang heeft het gedoogbeleid er voor gezorgd dat gebruikers van softdrugs niet tegen hun wil in aanraking zouden komen met harddrugs. In Breda heeft het gedoogbeleid geleid tot een controleerbare situatie waarin de overlast van coffeeshops minimaal was. Zeker in combinatie met de aanpak van notoire drugspanden kent Breda derhalve een relatief veilig drugsklimaat.

Het inconsistente rijksbeleid leidt er echter wel toe dat de achterdeur van de coffeeshops, de bevoorrading, nog steeds illegaal is. Een ongewenste situatie, aangezien daarmee de kweek en toelevering van softdrugs per definitie een criminele activiteit is. De laatste jaren is de aanlevering van softdrugs in handen gekomen van professionele criminele organisaties. Bij de achterdeur vermengen soft- en harddrugs zich dus weer. Daarnaast heeft de achterdeurproblematiek de illegale thuisteelt als gevolg, die vaak gepaard gaat met overlast en mogelijk brandgevaarlijke situaties. Kortom: GroenLinks is het volmondig eens met de opmerking dat het drugsbeleid van voor tot achterdeur gereguleerd en uiteindelijk gelegaliseerd moet worden.

Derhalve aan U de volgende vragen:

  1. Heeft Breda de enquête van NRC Handelsblad ingevuld? Zo ja, mogen wij een afschrift van de antwoorden ontvangen? Zo nee, waarom niet?
  2. Bent U met ons van mening dat, ondanks de regulering, soft- en harddrugs elkaar aan de achterdeur alsnog ontmoeten, dat dit onwenselijk is en dat het daarom nuttig is om experimenten met het reguleren van de achterdeur aan te gaan?
  3. Bent U met ons van mening dat regulering van de achterdeur de problematiek rond de thuisteelt zou kunnen oplossen?
  4. Bent U bereid de juridische mogelijkheden van experimenten met regulering uit te zoeken? Bent U daarbij tevens bereid om bijvoorbeeld kleinschalige wietteelt als agrarische activiteit in het buitengebied toe te staan?

Met groene groet,

Selçuk Akinci

Homo Querulus – di 18 nov. 2008

Waalse Kerk

Vorig jaar kreeg ik een brief van een ouder paar dat onlangs naar de binnenstad was verhuisd en zich was rotgeschrokken van het geluid tijdens het Jazzfestival. De schellen vielen van mijn ogen. Het jazzfestival bestaat al dertig jaar. Deze mensen moesten geweten hebben waar ze gingen wonen.

Het bewonerscomité van de Binnenstad had een bijeenkomst georganiseerd in de Waalse Kerk, een serene locatie in het hart van de stad. Het kerkje zat bomvol. Elke zitplaats was ingenomen door binnenstadbewoners, stuk voor stuk van respectabele leeftijd.

Het duurde dan ook niet lang voordat het onderwerp ‘overlast’ uit de kast werd getrokken. Want overlast, dat is er genoeg in de binnenstad. Als het niet van de uitgaande jongeren is, dan wel van de Harley-dag, Breda Barst, het Jazzfestival en anders vast wel minst Koninginnedag. De bewoners vroegen zich af of het allemaal niet wat minder kon.

Het klinkt misschien bot, en het zal me misschien op boze reacties komen te staan, maar ik ben in ieder geval eerder. Nee, wat mij betreft kan het niet minder. Het mooie van de binnenstad is dat het de huiskamer is van alle Bredanaars. Nu heb ik makkelijk praten, zullen sommigen zeggen, aangezien ik net enkele meters buiten de singel woon en dus officiëel geen binnenstadbewoner ben. Ik heb inderdaad geen last van festivals. Niet, overigens, omdat ik ze thuis niet kan horen -integendeel, dat kan ik prima- maar omdat ik meestal zelf aanwezig ben op die festivals. En als ik er wel last van zou hebben, had ik misschien ergens anders moeten gaan wonen.

De laatste jaren wordt de binnenstad volgepropt met luxueuze appartementen. De stad zit vol met dure woningen. Nu is het wrange dat de mensen die het liefst in het centrum wonen willen wonen, juist vanwege al die ‘overlastgevende’ activiteiten (ikzelf bijvoorbeeld), de dure huizenprijzen helemaal niet kunnen betalen. En de mensen die daar wel voldoende geld voor hebben, doorgaans wat oudere bewoners, hebben juist weer last van alle voorzieningen en activiteiten die de binnenstad tot de binnenstad maken.

Het is, vrees ik, kiezen of delen. Of de binnenstad bloedt dood, of we moeten accepteren dat dat nu eenmaal overlast met zich meebrengt. Wie die overlast niet aan kan, doet er verstandig aan een woning te zoeken op een locatie die geschikter is voor een ongestoord rustig leven.

Homo Incomparabilis – ma 17 nov. 2008

Fight Club

incompatibilité d’heumeur. Onder collegae is dat al vervelend, maar in de politiek kan het dodelijk zijn. Het is dan ook nauwelijks een geheim te noemen dat één van mijn fractiegenoten het niet zo goed kan vinden met de eigen wethouder.

Normaal gesproken probeer je zo zakelijk mogelijk om te gaan met mensen met wie je een nogal uiteenlopend karakter en fundamenteel verschillende visie hebt. Maar politiek is niet alleen zakelijk, politiek is bij uitstek ook een sociale gebeurtenis. Met goede persoonlijke verhoudingen bereik je meer en krijg je meer gehoor voor jouw standpunten.

Nu is het onmogelijk om iedereen aardig te vinden. Maar veel minder moeilijk is het om met iedereen een beetje normaal te blijven communiceren. Zakelijk desnoods. Je hoeft niet van iedereen te willen weten hoe het thuis met vrouw en kinderen gaat. Ruzie en gekissebis, dat is iets voor kinderen, niet voor volwassen politici. En wat mij betreft al helemaal niets voor GroenLinksers. Het werd dus deze avond in alle rust met elkaar besproken. Soms is dat even nodig.