Je moet het haar nageven. Met de presentatie van haar boek ‘Geluk! voorbij de hyperconsumptie, de haast en de hufterigheid’ heeft Femke Halsema in deze tijden van kredietcrisis blijk gegeven van een uitstekend gevoel voor timing.
Vandaag werd het boek gepresenteerd in De Rode Hoed. Het heeft wel iets poëtisch om op de dag des Heres in een voormalige kerk deze aanklacht tegen de moderne consumptiemaatschappij te presenteren.
Doet me dan onwillekeurig toch weer een beetje denken aan Jezus die voor de tempel in Jeruzalem de kraampjes van de marktkooplui overhoop haalt.
Joepie, de algemene beschouwingen komen eraan. Politiek Breda blikt terug en kijkt vooruit. En reserveert daar een hele dag voor vrij in de agenda.
En dus had ook ik de pen weer ter hand genomen om mijn beschouwingen aan het papier toe te vertrouwen. Met onderstaand resultaat.
Voorzitter,
Een beetje een historische week mogen we dit wel noemen. Een week van de democratie. Niet alleen omdat vandaag in Breda de algemene beschouwingen plaats vinden, maar vooral omdat aan de overkant van de Atlantische oceaan Barack Obama heeft bewezen dat afkomst er niet toe doet. In een land waar zwarte inwoners vijftig jaar geleden nog gearresteerd werden als ze in de bus niet wilden opstaan voor blanken, is het presidentschap nu in handen van iemand die afkomstig is uit Kenia. De impact daarvan is wereldwijd enorm. Gisteren nog sprak ik met Douglas, een internationale student uit Ghana, die uitzinnig van vreugde, bevestigd zag dat ook zijn mogelijkheden onbeperkt zijn.
In Nederland is de afkomst van mensen vaak nog steeds een probleem. Bij het uitgaan, of het nu incidenten zijn of niet, bij het vinden van een stageplek of uiteindelijk bij het vinden van een baan. GroenLinks heeft onlangs het idee gelanceerd om voor het aanpakken van die laatste twee problemen een diversiteitsambtenaar aan te stellen, die in overleg treedt met het onderwijsveld, maatschappelijke instellingen en bedrijfsleven adviezen kan geven over het diversiteitsbeleid van de verschillende werkgevers. Graag hoor ik van de wethouder, die binnenkort met een nieuw beleid komt, hoe zij daar tegenover staat.
Voorzitter,
Kijkend naar de begroting van 2009 ziet deze er op het eerste gezicht solide uit. Het omlaag bijstellen van de reservering voor het Sportcentrum kan de begroting, zoals in de commissie bestuur door Dhr. Lips naar voren gebracht, geeft zelfs nog extra ruimte om eventuele tegenvallers op te vangen. Ruimte die op korte termijn, in 2009 waarschijnlijk niet nodig zal zijn. Op langere termijn is er echter reden om wat meer bezorgd te zijn. Collega Boelema van D’66 heeft net al gesproken over de GSB-gelden. In zijn algemeenheid constateert GroenLinks dat, net als in voorgaande perioden, ook in deze bestuursperiode een aantal structurele uitgaven is gedekt met eenmalige middelen. Daarmee dreigt een volgende gemeenteraad al meteen met een flinke rekening gepresenteerd te krijgen en wordt meteen al een hypotheek gelegd op toekomstige coalitieonderhandelingen. We moeten in Breda onze vaste uitgaven, of het nu gaat om cultuur, sociale zaken of om het beheer van de buitenruime ook structureel te dekken. Graag hoort GroenLinks hoe de wethouder financiën dit probleem denkt te gaan aanpakken.
Voorzitter,
Door diverse fracties is regelmatig aandacht gevraagd voor de enorme opgave die er is op het gebied van de revitalisering van bedrijventerreinen. Een kostbare aangelegenheid, maar noodzakelijk. Het klinkt paradoxaal, maar juist de huidige economische stagnatie biedt een uitgelezen kans om dit op te pakken. De ruimtelijke capaciteit van Breda om nieuwe uitleglocaties aan te leggen, is immers beperkt. Daarnaast brengen grote areaaluitbreidingen op termijn extra kosten met zich mee op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, maar ook het onderhoud van de buitenruime en de veiligheid. Het is dus zaak om de kansen voor revitalisering optimaal te benutten. Juist vanwege de initiële investeringen die revitalisering met zich meebrengen, wordt de vraag naar een revitaliseringsfonds steeds belangrijker. We vragen hier bij het college nadrukkelijk de aandacht voor, maar geven daarbij uiteraard ook ruimte om te zoeken naar andere mogelijkheden om de revitalisering van bedrijventerreinen te intensiveren.
Voorzitter,
GroenLinks hecht grote waarde aan het investeren in het groene buitengebied. Diverse malen hebben wij om een extra investering gevraagd, onder meer voor de Flessenhals Oosterhout en De Rith. Bij de Kadernota 2009 is voor investeringen in Natuur zelfs anderhalf miljoen Euro gereserveerd die opgebracht moet worden met de verkoop van de Landgoederenzone Haagse Beemden aan Staatsbosbeheer. En als alles loopt zoals het moet lopen, wordt de landgoederenzone begin 2009 verkocht. Nu bestaat de mogelijkheid dat de landgoederenzone meer opbrengt dan de in de Kadernota vastgelegde anderhalf miljoen. GroenLinks wil het college vragen een eventuele meeropbrengst ook via het Groenfonds in de groenontwikkeling te steken. Zeker aangezien voor de ontwikkeling van het GroenBlauwe raamwerk bij de Bavelse Berg, nu de ontwikkeling van Lijndonk Tervoort op de lange baan geschoven wordt, nog steeds ruim onvoldoende middelen beschikbaar zijn.
Voorzitter,
Met betrekking tot de woningbouw maakt de fractie van GroenLinks zich toch wat zorgen. De Woonvisie is destijds kritisch ontvangen door een groot deel van de gemeenteraad. De doelstelling van dertig procent wordt pas in de volgende periode gehaald. Uiteraard snapt de fractie dat op zo’n weerbarstig dossier als volkshuisvesting niet direct resultaat geboekt kan worden. Het duurt immers wel even voordat beleid vertaald is in concrete plannen en voordat de tekentafelplannen vervolgens ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Er is echter meer aan de hand. In Breda zijn op dit moment tal van plannen voor inbreidingslocaties. Brabantpark is een goed voorbeeld van een wijk waarin het aantal woningen in de komende jaren fors wordt uitgebreid. Op zich is de fractie van GroenLinks een groot voorstander van deze inbreidingslocaties
Dit alles kan betekenen dat een aantal andere woningbouwlocaties in de tijd wat wordt uitgesteld om de markt niet te overspoelen met teveel woningen tegelijkertijd. Het probleem is echter dat de gemeente maar beperkt invloed op heeft op de plannen. Kunnen we op deze locaties bijvoorbeeld wel de gewenste dertig procent betaalbare woningen gerealiseerd worden? En welke instrumenten geeft de nieuwe wet Ruimtelijke Ordening ons? En gaan we die vervolgens ook effectief inzetten? We betreuren het dan ook dat de gebiedsplannen, die ons onlangs ter kennisname zijn opgestuurd, niet in de gemeenteraad besproken worden. Juist dan was er namelijk ruimte geweest om de implicaties van alle recente ontwikkelingen goed met elkaar te bespreken.
Voorzitter, ik kom tot een afronding.
Met een flinke extra impuls voor de groenprojecten, financiën voor innovatieve milieuprojecten, een flinke impuls voor cultuur en straks wellicht een stromende mark is de Kadernota en vervolgens de begroting 2009 er eentje waar GroenLinks graag zijn handtekening onder zet. Het is een solide begroting voor het jaar 2009, ook al is de verdere toekomst nog wat onzeker. Ik hoop echter van harte dat op dat punt in de Kadernota 2010 meer duidelijkheid komt.
Of ik er bezwaar tegen heb dat mijn medische gegevens worden opgeslagen in een elektronisch patiëntendossier, vroeg de minister mij hoogstpersoonlijk in een aan mij gerichte brief.
Ja, maar natuurlijk, dacht ik meteen. Niet dat ik ontzettend veel te verbergen heb, maar ik heb er niet zo’n behoefte aan dat, mocht ik in de toekomst nog eens aids – ik noem maar wat – krijgen, de hele medische goegemeente dat weet. Vooral omdat die medische stand tegenwoordig niet beperkt blijft tot de huisdokter en de behandelend arts, maar daar tegenwoordig nog een heel circus aan commerciële verzekeringsmannetjes bij hoort.
Heb ik iets te verbergen. Niet bepaald, maar dat is weer wat anders dan dat ik meteen maar toestemming hoef te geven mijn gegevens zo maar op de digitale straat te gooien. Als de heren doktoren willen weten hoeveel ik rook, drink en eet, dan kunnen ze dat gewoon aan mij vragen. Daarnaast heb ik al een vrij volledig elektronisch dossier op internet staan. Dit weblog.
Toch best vreemd dat iemand met een blog zijn privacy ineens zo’n belangrijk item vindt.
De donderdag is vaak een tamelijk drukke dag in de Tweede Kamer.Als je dan ook een raadsvergadering hebt, is het zaak om uiterlijk de trein van 18.21 uur naar Breda te halen om zo nog net bijtijds de vergadering in te stappen. Ontbindende voorwaarde is dan wel dat de Spoorwegen een beetje meewerken.
Zo niet deze donderdag. De passagiers werd vriendelijk verzocht om vanuit Den Haag via Utrecht naar Breda te reizen. Alleen treinreizigers en mensen die vroeger nog ouderwets fatsoenlijk topografielessen hebben genoten, weten wat voor omweg dat is. Beter stapte ik in een taxi.
Het nadeel van een taxi ten opzichte van een trein is dat je, simpelweg uit fatsoen, een praatje moet maken met de chauffeur. Tweede nadeel is dat je in een auto niet fatsoenlijk kunt schrijven. Mijn aanvankelijke plan om nog een enigszins fatsoenlijke inleiding voor mijn mondelinge vragen op te stellen, viel om deze redenen volstrekt in duigen.
Wonder boven wonder arriveerde ik dankzij het totale gebrek aan files nog net op tijd ik in de raadszaal om vervolgens op nogal stuntelige wijze de vragen voor het vragenuur in te leiden. Op een lege maag, zo benadruk ik ook nog eens. De sushi van de appie-to-go die ik op dit soort donderdagen op het station van aankomst nog even aanschaf, werden me door de veroordeling tot een taxi ook nog eens door de neus geboord.
Voor een treinreiziger is er nu eenmaal weinig comfortabel aan een taxi.
Een maand geleden schreef ik al dat ik het gehele dossier van de Heilig Hartkerk had opgevraagd om er nu eens achter te komen wat de laatste stand van zaken was en of de gemeente haar regie-rol wel goed oppakte.
De oogst was teleurstellend. Het metersdikke dossier herbergde bezwaarschriften tegen de voorgenomen sloop zon tien jaar geleden. Recente correspondentie bevatte de dikke mappen echter niet. Totdat er een kopie van een recente brief van de eigenaar van de kerk, Stichting Woonzorg, in mijn mailbox belandde.
In die brief vroeg Woonzorg aan de gemeente hoe zij stond tegenover het idee om alleen de toren, voorgevel en pastorie te laten staan en het schip te slopen om daar woningen voor in de plaats te zetten. Mijn mond viel open van verbazing. Jaren eerder had de toenmalige eigenaar, Ouwehand, al eens een soortgelijk plan gelanceerd, dat toen op geen enkel draagvlak kon rekenen. En toen had de kerk niet eens een beschermde status. Dat Woonzorg jaren later hetzelfde plan indient voor wat inmiddels een rijksmonument is, en vervolgens denkt daar mee weg te komen, is ronduit schofterig te noemen.
Sinds de sluiting in 1986 is de neogotische kerk object van speculatie geweest voor diverse projectontwikkelaars. In die twintig jaar heeft er, op wat kleine reparaties door krakers na, geen enkel onderhoud aan het pand gepleegd. Het is tijd dat de eigenaar zijn verlies neemt en doet wat haar te doen staat, namelijk het pand gewoon opknappen. Dat dat de eigenaar een flinke duit zal kosten, zal me een zorg zijn. Het is immers ook de schuld van de speculanten dat het pand in een bouwkundig slechte staat verkeert.
De gemeenteraad van Breda heeft een scholierenproject. Leerlingen moeten een eigen voorstel voorbereiden en het winnende voorstel wordt vervolgens daadwerkelijk uitgevoerd. Mits de uitvoeringskosten onder de vijfduizend euro zijn althans. Dus een rotonde aanleggen, zit er niet in.
De aftrap van de bijeenkomst begon maandagochtend in het stadhuis. En dat gebeurde met een gespeeld debat tussen de verschillende raadsleden over de aanleg van een nieuwe wijk. Ineens was ik fractievoorzitter van een niet bestaande partij die een beetje leek op het CDA. En kon ik het in het debat opnemen tegen CDA-collega Irène Verkuijlen die ineens woordvoerder was van een natuurpartij. De griffie-medewerkers moeten vooraf al lol gehad hebben.
En dus benadrukte ik het belang van voldoende speelplekken en hondenuitlaatplaatsen aangezien elk gemiddeld gezin 2.1 kinderen en een labrador heeft. En verbaasde Irène me met haar kennis over kamsalamanders of één of ander soortgelijk beestje dat met de aanleg van deze fictieve woonwijk wel eens in de knel zou kunnen komen.
Je zou het niet zeggen, maar raadsleden beschikken af en toe best over enig relativeringsvermogen. We hadden er zelf in ieder geval wel schik in. Of de scholieren onze onderlinge speldeprikken ook begrepen, waag ik echter te betwijfelen.
Voor het eerst sinds drie jaar werd er in Breda weer een editie van Breda Photo gehouden. Het Chassé Park vormde het decor voor metershoge prints van foto’s van fotografen van alle hoeken van de wereld, waaronder ook een expositie van de vermaarde Martin Parr.
De organisatoren waren terecht trots en hadden een rondleiding geregeld voor de cultuurwoordvoerders van de gemeenteraad. Ondertussen informeerden ze ons over de financiële huishouding van het festival, de toekomstplannen en de rol van de gemeente in het geheel.
Het viel te verwachten: de gemeentelijke bijdrage zou wel wat omhoog mogen. Zonder nu meteen blanco cheques af te geven, kan ik daar wel inkomen. Juist vanwege het feit dat een deel van de exposities buiten te zien is, maakt het een laagdrempelig en toegankelijk festival. En het festival past ook prima binnen het thema beeldcultuur, waar Breda zich mee wil verbinden.
Het begint ergens op te lijken: een bijzonder sterke editie van Breda Photo, eerder dit jaar de eerste eeditie van het Graphic Design Festival en in het voorjaar van 2009 een filmfestival dat zich met name richt op films op het snijvlak van vormgeving en beeldcultuur. Dat klinkt nu nog wat vaag, maar ik heb er alle vertrouwen in dat deze drie festivals, samen met het Graphic Design Museum een stevig fundament zijn voor de culturele profilering van Breda.
Even een Gerd Leersje doen, dacht ik gisteren. Dat heb ik geweten. ‘s Ochtends belde meteen Omroep Brabant met de vraag of ik voor hun ochtendjournaal een interview wilde afgeven over mijn voorstel een coffeeshop aan de grens te openen.
Het bleef niet bij Omroep Brabant. Wanneer eenmaal het balletje is gaan rollen, buitelen de nieuwsmedia over elkaar heen om ook een kwootje te halen. Dus niet veel later wilde ook de NOS een quote en zat ik ‘s middags in het nieuwsbulletin.
Maar dat vervolgens RTL aan de telefoon hing om te vragen of ik die avond in Editie NL kon komen, dat had ik niet verwacht. Of ze de cameraploeg konden sturen. En zo gebeurde het dat ik die avond live – en behoorlijk ongeschoren – op de commerciëlen was te zien. Met iets te veel ‘euhs’ en zonder een Bredase coffeeshop op de achtergrond. Vanwege een afspraak in Utrecht is het interview voor de gelegenheid in de domstad opgenomen bij coffeeshop Le Freak.
Gelukkig is roem ontzettend vergankelijk. Ik wordt nog niet massaal herkend op straat. Daar is meer voor nodig dan één Gerd Leersje.
Een Gerd Leersje doen. Zo heet het wanneer een politicus voorstelt om een coffeeshop bij de grens te openen. Althans, zo noem ik het. En dus, toen het nieuws binnenkwam dat de steden Roosendaal en Bergen op Zoom hun coffeeshops allemaal wilde sluiten omdat ze teveel last hadden van drugstoerisme, klom ik in de pen om een Gerd Leersje te doen.
Geachte college,
Vandaag maakten de burgemeesters van Bergen op Zoom, Roosendaal en Terneuzen bekend dat zij hun coffeeshops willen gaan sluiten. Reden daarvoor is de overlast die veroorzaakt wordt door drugstoerisme. Niet de meest verstandige beslissing, omdat het sluiten van coffeeshops ongetwijfeld gepaard zal gaan met een groei van de illegale straathandel en een vermenging van de wereld van soft- en harddrugs. De meerderheid van de gemeenteraad in Breda heeft zich juist om die redenen altijd uitgesproken voor het doorzetten van het gedoogbeleid in Breda.
De gevolgen van de voorgenomen sluiting van coffeeshops voor Breda zijn waarschijnlijk een toename van het drugstoerisme. Bezoekers uit België en Frankrijk hebben ten westen van Breda nauwelijks een alternatief meer en zullen hun weg naar Breda weten te vinden. Het is dan ook weinig collegiaal van de andere steden om hun problemen af te wentelen op Breda. We hebben daar echter geen invloed op.
Om die reden lijkt het verstandig om de overlast die het toenemende drugstoerisme met zich meebrengt op te vangen door vlak bij de grens, op Hazeldonk, een coffieeshop te openen die zich richt op de klanten uit België en Frankrijk, opdat deze geen verdere overlast in Breda veroorzaken. Het is in feite een zelfde soort beleid als burgemeester Leers voert in Maastricht.
Gezien het bovenstaande heeft onze fractie de volgende vraag:
Bent U het met ons eens dat de sluiting van coffeeshops in Bergen op Zoom, Roosendaal en Terneuzen een toename van het drugstoerisme in Breda met zich mee zal brengen?
Bent U het met ons eens dat deze overlast beperkt kan worden door drugstoerisme zo dicht mogelijk bij de grens op te vangen?
Bent U bereid na te denken over de vestiging van een coffeeshop op Hazeldonk? bent U tevens bereid een onderzoek naar de effecten daarvan te doen?
Wie in Breda over sluitingstijd heeft, is of portier, of politicus. Het debat over de horeca-sluitingstijden blijft maar duren. Ook het evaluatierapport naar de effecten van de verruimde openingstijden, heeft geen duidelijkheid gebracht.
De evaluatie naar de effecten maakte één ding duidelijk: er is niets duidelijk. De ondernemers zijn zeer verdeeld: zo’n eenderde vindt het positief, nog een derde vindt het maar niets en de overige derde kan het eigenlijk geen biet schelen. Dat in Breda het aantal incidenten in de horecanachten wat is gestegen, was wèl duidelijk, maar of dat nu aan de verruimde openingstijden of aan het rookverbod ligt, of misschien wel gewoon toeval is, is onduidelijk.
Dat de burgemeester eigenhandig al had laten weten dat de verruimde openingstijden teruggedraaid moesten worden, was dan ook erg voorbarig en politiek niet erg slim. En ook al viel er eigenlijk geen duidelijke conclusie uit het evaluatierapport te distilleren, laat het maar aan politici over om aan dezelfde feiten allemaal een geheel eigen draai te geven. Niet geheel toevallig ziet iedereen zijn of haar eigen standpunt bevestigd in het rapport.