De Reiziger – do 9 juli 2009

Reeperbahn, Hamburg
Reeperbahn, Hamburg

Goed, dat is dus niet handig om ‘nog even’ te gaan liggen als je klaar bent met het bijeenrapen van alle spullen en je nog een half uurtje over hebt. Zo miste ik niet alleen de koffie en het broodje op het stadskantoor, maar überhaupt de hele bus die ons vanochtend naar Hamburg zou brengen. En met de telefoon nog op vergaderstand mistte ik ook ieder bezorgd telefoontje.

Maar goed, een dag eerder stond ik nog een journalist te woord om ‘m uit te leggen dat het werkbezoek aan Hamburg echt geen snoepreisje betrof en dat, als ik het zelf had moeten betalen, ik ook meegegaan zou zijn om te leren van de herontwikkelingsopgave die deze Hanzestad rondom hun havenkwartier heeft gerealiseerd. Dus reisde ik per trein – en op eigen kosten – de bus met raadsleden achterna.

Voor 54 euro reed ik in zes uur naar Hamburg. Vanaf Deventer met de internationale trein die, zo ontdekte ik, in Duitsland ook stopcontacten hebben in de tweede klas. Wat dan weer niet gezegd kan worden van een internet-verbinding, aangezien het Duitse UMTS-netwerk alles behalve dekkend genoemd mag worden.

Ik arriveerde uiteindelijk nog op tijd voor het avondeten. En voor een avondje stappen zonder sluitingstijden met collega-raadsleden Hanneke, Sandra en Solveig. Het werd de Reeperbahn. Of eigenlijk, om precies te zijn, O’ Brian aan de de Große Freiheit.

Drie meiden en een homo op stap in de Reeperbahn, het zou zomaar een idee voor een sitcom kunnen zijn.

De Commissieluisteraar – do 2 juli 2009

 

Stadhuis Breda
Stadhuis Breda

 

De laatste overvolle dag van The Week of Hell was zo mogelijk de zwaarste. Niet alleen voor mij in Breda, maar vooral ook voor de Kamerleden in Den Haag.

Het Kamerwerk is lang niet zo verheffend meer als voorheen. Een belangrijke oorzaak daarvan is dat er veel te veel spoeddebatjes en VAO-tjes worden aangevraagd. Een VAO is een plenair debat waarin het verslag van een algemeen overleg wordt besproken, meestal om een motie in te dienen.

Vandaag, op deze laatste Kamerdag, moesten alle VAO’s nog even snel worden afgehandeld. Gevolg: elk kwartier een nieuw debat op de plenaire agenda. Alhoewel, debat, veel verder dan het voorlezen van de eigen motie mochten de Kamerleden niet gaan. Waarop de minister dan weer zeer beknopt mocht reageren. Geen garantie voor optimale besluitvorming, wat mij betreft. Maar de Kamervoorzitter beschikt.

Zelf mocht ik die avond aansluiten bij de commissie Bouwen en Wonen. Normaal niet mijn commissie, maar dit keer stonden er onderwerpen op de agenda die betrekking hadden op respectievelijk volkshuisvesting, welstand en veiligheid. Wat er ook op de agenda stond was het bestemmingsplan Buitengebied Zuid en een Nota van Uitgangspunten voor het dorp Ulvenhout. Samen goed voor een recordaantal van maar liefst 20 insprekers. Die, mind you, allemaal recht hebben op 5 minuten spreektijd.

Ik pleit al langer voor de maximering van spreektijden. En als er een onderwerp is dat echt meer tijd vergt, bijvoorbeeld vanwege de vele insprekers, moet daar maar een aparte avond voor georganiseerd worden. Want een vergadering zoals deze, zeker als sluitstuk van The Week of Hell, is een afmatting die slechts weinigen kunnen verdragen.

De Commissiefluisteraar – wo 1 juli 2009

Diversiteit
Diversiteit

The Week of Hell, part two had vandaag de commissie Mens en Maatschappij in de aanbieding. De publieke tribune zat vol met vertegenwoordigers van zelforganisaties, de raadszaal vol met blanke volksvertegenwoordigers.

Het nieuwe diversiteitsbeleid had eigenlijk al veel eerder behandeld moeten worden. Een jaar of twee geleden werd het concept al eens besproken tijdens een inspraakavond. De allochtone zelforganisaties waren toen verbolgen want, zo was hun vraag, waarom waren zij niet bij de totstandkoming van het concept betrokken.

En dus ging de nota de prullenbak in, nog voordat de gemeenteraad er ook maar een woord over had kunnen vertellen. En organiseerde verantwoordelijk wethouder Heerkens een serie stadsgesprekken, waarbij ‘de gewone man’ zo vroeg mogelijk betrokken wordt bij het maken van beleid. Deze vorm van interactieve beleidsvorming is erg populair nadat GroenLinks het grote cultuurdebat heeft geïnitieerd in de aanloop naar het nieuwe cultuurbeleid.

Het probleem met de toen geproduceerde beleidsnota is dat het eigenlijk geen beleid bevat. De nieuwe diversiteitsnota is niets meer dan een opsomming van op zich best aardige projecten op het snijvlak van emancipatie en participatie. En helaas soms ook nog iets te veel van he kaliber ‘samen Marokkaanse thee drinken’.

Maar met een tribune vol vertegenwoordigers van zelforganisaties durfde eigenlijk niemand dat hardop te zeggen. Slechts een enkeling sprak de hoop uit dat dit de laatste allochtonennota van de gemeente Breda was. Want welke naam er ook op geplakt wordt, het is geen nota over de diversiteit binnen de samenleving. Het is een opeenstapeling van allochtonenprojecten met een nietje erdoor.

De Relatiebemiddelaar – di 30 juni 2009

Montessori-school in Breda
Montessori-school in Breda

Eens in de zoveel tijd heb ik een ‘Week of Hell’. Zo noem ik de weken dat ik elke avond mag opdraven voor een vergadering. Behalve de fractie kwamen deze week de commissies Onderwijs & Economie, Mens & Maatschappij en Bouwen & Wonen bij elkaar.

De commissie Onderwijs en Economie, die vandaag op het programma stond, kende eigenlijk niet zo heel veel heikele punten. Althans, ik kon me niet voorstellen dat het arbeidsmarktbeleid op veel kritiek hoefde te rekenen.

Het was een inspreker die er uiteindelijk toch nog een bijzondere avond van maakte. Hij sprak namens de ouders van leerlingen die op de Montessori-school zitten. Op die school wordt een lerares ontslagen, althans, overgeplaatst naar een andere school waar ze nog een jaartje mag werken, omdat ze een relatie had met één van de docenten. En dat al jaren.

De Montessorischool heeft echter nieuwe beleidsregels. Of, althans, de stichting Markant Onderwijs, een conglomeraat van zo’n beetje elke openbare school in Breda, heeft nieuwe beleidsregels opgesteld. En daarin staat dat mensen die op dezelfde school werken geen relatie mogen hebben. En dus, zo vond de directeur van markant, kon mevrouw vertrekken.

Nu kan ik me best voorstellen dat relaties op de werkvloer niet altijd even handig zijn. Maar van deze relatie was iedereen al jaren op de hoogte. En het stel stond, als ik de ouders mocht geloven, nu ook niet elke vrije minuut tongend op de gang. En beleidsregel of niet, soms is een probleem dan gewoon helemaal geen probleem.

Dat vonden die ouders nu ook. En hoewel de gemeenteraad geen snars over het personeelsbeleid van scholen heeft te zeggen, kon ik het niet laten om, voor zover ik dit kon inschatten, te melden dat ik wel enige sympathie voor deze ‘verboden liefde’ kon opbrengen. Al is het maar omdat ik daar zelf een historie in heb.

Een paar agendapunten later moesten we een tweede directeur benoemen voor de Stichting Markant onderwijs, de enige keer dat we wel iets mogen zeggen over het personeelsbeleid. Het werd een vrouw. Ik kon het niet laten om op te merken dat ik hoopte dat de zittende directeur en de nieuwe directrice verliefd op elkaar zouden worden.

De Hiphopper – zo 28 juni 2009

Vergrijzend publiek op BoogieDown
Vergrijzend publiek op BoogieDown

Ah, ja dus. De vrijwilligersbarbecue van Boogie Down. Waardoor ik Wouter Hamel moest laten gaan die in onze vorig jaar heropende haven een concert gaf. Om nat van te worden.

Gelukkig is zo’n vrijwilligersbarbecue ook reuze interessant. Niet alleen vanwege het bier dat door de organisatie geheel gratis werd verstrekt aan alle vrijwilligers, maar ook en vooral door het interessante gezelschap.

Zo had één van de vrijwilligers zijn hele stamboom in zijn iPhone gezet. Iets dat handig van pas kwam toen hij probeerde zijn familiesituatie uit te leggen. Voorwaar geen eenvoudige klus voor iemand van wie de ouders bij elkaar zo’n 6 huwelijken of daarop gelijkende relaties hadden.

Het gaf ook nog even de gelegenheid om dat prachtige moment aan te halen, waarop een tamelijk oude vrouw op het zitje van haar rollator ging zitten om de breakdancende jongeren van dichtbij gade te slaan. Hiphop alleen voor jongeren? Kennelijk niet. Yo, oma!

De Beschouwer – do 24 juni 2009

Aan alles komt een einde. Zo ook aan bestuursperiodes. Voor de laatste keer behandelde de Bredase raad in deze samenstelling de Kadernota.

De Kadernota is het document waarin de belangrijke beleidsvoornemens en financiële consequenties voor het komende begrotingsjaar, 2010 dus, staan weergegeven.

Om twee redenen is het een bijzondere nota. Allereerst vanwege het feit dat de nota gaat over 2010, het jaar dat een andere gemeenteraad en mogelijk ook een ander college aan het roer van de gemeente staan. Het is dan ook gebruikelijk om dan een beleidsarme Kadernota te presenteren. Dat betekent weinig nieuwe beleidsvoornemens.

De tweede reden waarom de nota bijzonder is, is vanwege de financiële gevolgen van de kredietcrisis, die vanaf 2010 ook voor de gemeente fors voelbaar worden. In de uitkering uit het gemeentefonds, de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente, wordt door het rijk flink geknepen. Dat kan niet zonder gevolgen blijven. Voor Breda wordt de oplossing in eerste instantie gezocht in het afslanken van het gemeentelijk apparaat en het bevriezen van budgetten.

Hoe dit laatste precies uitgewerkt moet gaan worden is nog onduidelijk. Breda zit weliswaar zeer ruim in z’n ambtenaren, maar ook daar zit er een grens aan wat je kunt wegbezuinigen. Daarnaast, de laatste keer dat Breda fors heeft gesneden in het aantal ambtenaren met een wel zeer riante regeling voor vertrekkende 57-plussers, heeft deze hele operatie meer geld gekost dan dat ie opleverde. En tot overmaat van ramp heeft het uiteindelijk ook nog eens niet geleid tot de gewenste vermindering van het aantal beschikbare vacatures.

Wat duidelijk is, is dat niet alleen 2010 beleidsarm is, dat zal de komende jaren wel zo blijven. Zo bezien zal de eerste slag in de vermindering van het ambtenarenapparaat vooral in die hoek gezocht moeten worden: minder beleidsambtenaren.

Van de politici vraagt dit ook een omslag in het denken. Het geeft straks geen pas om op allerlei terreinen te vragen om nieuw of aanvullend beleid. We moeten meer denken in uitvoering en projecten. Als voorbeeld: we hebben nu een nieuw cultuurbeleid waarmee we de komende tien jaar wel vooruit kunnen. Binnen cultuur moet dus vooral gedacht worden over verdeling van middelen en faciliteren van projecten die binnen die gestelde kaders vallen.

Het is wellicht jammer voor de mensen die zich graag verdrinken in visionaire vergezichten. Anderzijds, we hoeven echt niet elke vier jaar een nieuw vergezicht. Voorlopig dus even niet te veel nieuwe visies. Tenzij een politicus bereid is er in zijn of haar vrije tijd aan te gaan schrijven.

De Schilder – ma 25 mei 2009

CSM-silos gezien vanaf Havenbrug
CSM-silo's gezien vanaf Havenbrug

Een tijdje geleden schreef ik al over het debat over het behoud van de suiker-silo’s. Behoud bleek toen onmogelijk. Wel was er steun voor een alternatief voorstel van mijn kant: een stedebouwkundig plan waarin vorm en volume van de huidige silo’s worden opgenomen en elementen van de huidige bebouwing, zoals de belettering, terugkeert.

Er is in de tussentijd al heel wat gesloopt op het oude terrein van de suikerfabriek. De pulp-loods is van zijn beplating ontdaan en verworden tot een unheimisch aandoend metalen karkas. De silo’s zelf staan er nog steeds en elke dag vormen zij voor mij een referentiepunt in de stad. Onderweg naar het centrum, aan mijn rechterzijde, vormen zij robuuste silhouetten scherp afstekend tegen de laaghangende avondzon. Of onderweg terug vanuit Den Haag, als de intercity naar Venlo de betonnen kolossen rakelings voorbij glijdt.

Nog even, voordat deze bakens aan de Markoevers voorgoed verdwenen zijn. Weemoedig denk ik terug aan de herfstmaanden, als de CSM de stad vulde met de heerlijk weeïge geur van suikerbieten. Het valt al niet meer op hoe lelijk ze eigenlijk zijn. Ik passeer, kijk omhoog en breng een groet hen, deze iconen van een verdwenen industrie.

De laatste weken vraag ik me ineens af. Welke mafketel heeft toch de C van CSM roze geschilderd?

De Stapper – wo 20 mei 2009

Vismarktstraat
Vismarktstraat

Dit zal echt zo langzamerhand het laatste verhaal over het slepende dossier over de horecasluitingstijden worden. Ongeveer een half jaar geleden besloot de raad met de kleinst mogelijke meerderheid om de openingstijden te verruimen tot vier uur. De burgemeester kreeg tot juli de tijd om flankerend beleid te formuleren.

In het nu voorliggende voorstel mag elke kroeg een ontheffing aanvragen om open te blijven tot vier uur. Ze moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals bijvoorbeeld beveiliging aan de deur. De gelegenheidscoalitie van GroenLinks, PvdA, D’66 en SP kon zich vinden in het voorstel. Ook vermeldenswaardig is dat – en dat vond ik erg sportief – ook het CDA accoord ging met de uitwerking. Zij bleven weliswaar tegenstander van verruimde openingstijden, maar vonden de huidige uitwerking werkbaar.

In plaats van een ellelang debat, werd het dus een zakelijke uitwisseling van standpunten over de uitwerking. Voor de eerste keer in de geschiedenis van dit dossier herhaalde niet elke partij uitvoerig wat hun argumenten waren voor of juist tegen verruiming in het algemeen.

Restte nog één puntje mijnerzijds: een kleine technische fout in de concept drank- en horecavergunning. Geheel tegen de bedoeling in gaf de nieuwe verordening de horeca-zaken in het centrum de mogelijkheid om permanent, dus 24 uur per dag, open te zijn. Nu ben ik zelf persoonlijk best voor geheel vrije openingstijden, maar dat was niet de bedoeling van de meerderheid van de raad. Ik deed dus zelf ook maar sportief en wees de burgemeester op deze fout. Anders hadden we over een maand of wat wéér over dit dossier moeten praten.

De Monsigneur – ma 18 mei 2009

Monsigneur Muskens
Monsigneur Muskens

Al enige tijd gaan er stemmen op om oud-Bisschop Muskens tot ereburger van de stad te benoemen. Naast enkele collegae van het CDA heb ik me daar in de kantlijn van de politiek ook altijd pleitbezorger voor getoond.

Op 2 april was het eindelijk zover. In een geheime vergadering op 2 april besloot de gemeenteraad om oud-Bisschop Muskens te benoemen tot ereburger van de stad. Vandaag was de uitreiking van de bijbehorende Zilveren Legpenning. Hoewel het ongebruikelijk is om te citeren uit besloten vergaderingen hieronder toch, op straffe van gevangenneming, mijn bijdrage van 2 april.

„Toen de  commissie Monsigneur Muskens voordroeg voor het ereburgerschap van deze stad, werd dit volgens mij breed gedeeld in de politiek. Vanuit zijn positie was, en is er nog steeds, veel waardering voor monsigneur Muskens. Hij is een ambassadeur, niet alleen voor de progressieve katholieke traditie die Breda jarenlang heeft gehad, maar hij is ook een ambassadeur voor de hele stad.

Monsigneur Muskens streed voor heel veel waarden die helaas steeds meer onder druk komen te staan, zoals medemenselijkheid en mededogen. In die strijd was hij volhardend en schuwde hij de controverse niet. Van de tien geboden heeft hij bij twee geboden minimaal een kanttekening geplaatst. Allereerst door te zeggen dat stelen soms helaas bittere noodzaak kan zijn en door te benadrukken dat niet de naam van God, maar de leefwijze van de mens centraal zou moeten staan in het geloof.

Hij heeft ook vraagtekens gezet bij het pauselijk verbod op condoomgebruik in Afrika. Dat maakt hem in onze ogen niet minder, maar juist meer Katholiek. Daarbij is hij een prachtig mens en een waardig ereburger voor deze stad.”

Voetbalstadion – week 14 2009

NAC en GroenLinks. Het lijkt geen ideale combinatie, aangezien de fractie enkele jaren geleden tegen een reddingsoperatie van de club stemde. En deze donderdag moest de gemeenteraad beslissen over een intensieve verbouwing van het stadion van NAC.

Het was maandag een lange fractievergadering en aanvankelijk wilde mijn collega-fractieleden ook niet instemmen met de plannen. Uiteindelijk heb ik ze weten te overtuigen en staan we, voor de verandering, weliswaar kritisch, maar toch positief tegenover de plannen.

Wat is er aan de hand: de gemeenteraad van Breda besluit eind maart over de intensieve verbouwing van het stadion van NAC. Het aantal plaatsen wordt in het plan met 3.500 plaatsen uitgebreid naar 20.500 plaatsen. Ook worden de voorzieningen en de looproutes in het stadion opgeknapt zodat het stadion voldoet aan de moderne eisen. De gemeenteraad moet beslissen over die investering, omdat het stadion geen eigendom is van NAC, maar van de gemeente, die het verhuurt aan de plaatselijke voetbalvereniging.

De gemeente is eigenaar van het stadion geworden in 2003, bij een vorige reddingsoperatie van de voetbalclub. NAC verkeerde toen, net als zo’n beetje het hele betaalde voetbal, in grote financiële nood en het voortbestaan kon alleen gewaarborgd worden door het stadion voor 15,7 miljoen over te kopen van de voetbalclub. GroenLinks was toen geen voorstander van de reddingsoperatie. Het standpunt was dat een betaald voetbalclub zijn eigen broek moet kunnen ophouden en dat de gemeente niet hoeft op te draaien voor financiëel wanbeheer.

Door de reddingsoperatie van 2003 heeft de gemeente Breda een huurdersrelatie met NAC. De voetbalclub betaald maandelijks een huurbedrag aan de gemeente die de afschrijving van het stadion dekt. Daarmee was de overname van het stadion ‘budgettair neutraal’. Dat is overigens relatief:  een voetbalstadion is alleen wat waard met een voetbalclub. Mocht NAC ooit failliet gaan, zal de plaatselijke balletvereniging het huurcontract echt niet overnemen en zit de gemeente met een waardeloos stadion.

Juist die huurdersrelatie maakt de situatie nu dus anders. Het stadion heeft dringend behoefte aan een opknapbeurt en ook de uitbreiding van het aantal zitplaatsen is, gezien de al jaren toenemende belangstelling, legitiem. Als verhuurder is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om het stadion up-to-date te houden. Als ruil daarvoor gaat voor NAC de huurprijs omhoog.

Toch blijven we de plannen kritisch bekijken. Allereerst moeten de relatie tussen NAC en de gemeente ‘marktconform’ blijven. Ook wil GroenLinks een zekere mate van zekerheid over de financiële toekomst van NAC. Mocht de voetbalclub in de toekomst onverhoopt toch failliet gaan, zit de gemeente met een boekhoudkundig weliswaar waardevol, maar onverhuurbaar stadion. Om dat te voorkomen dient het financiële beleid van de club toekomstbestendig te zijn. En regelmatig een wedstrijd winnen is natuurlijk ook van harte welkom.