Homo Ambitiosus – do 9 okt. 2008

Campagnebus

Een toepasselijke naam eigenlijk, Icesave. Het Nederlandse spaargeld smelt als sneeuw voor de zon. Ik geloof niet dat er veel GroenLinksers zijn die hun geld op de IJslandse bank hadden staan. De brainstormbijeenkomst over de Europese verkiezingscampagne was in ieder geval een vrolijke bijeenkomst.

Ik moet eerlijk zeggen, ik heb wel weer zin in een verkiezingscampagne. Het politieke handwerk is leuk, maar de meest enerverende momenten maak je toch altijd weer mee wanneer je op campagne bent. Vermoeiend, maar ook vreselijk leuk. En eerlijk is eerlijk, ik wordt waarschijnlijk ook wel een beetje geïnspireerd door de verkiezingsstrijd in de Verenigde Staten.

In 2006 crossten we met het campagneteam van GroenLinks door heel Nederland. Als het aan mij ligt doen we dat dit jaar weer, maar dan door heel Europa. Een dagje Berlijn, Madrid, Rome, Praag, Wenen en Boedapest. Maar dat zal er wel niet in zitten. Bij de Europese verkiezingen mag je helaas nog steeds enkel op een partij uit je eigen land stemmen. Vreemd eigenlijk.

Wel aardig is dat Nederland straks in 2009 het spits mag afbijten. Daar vallen ze op 4 juni, precies 7 maanden nadat Barack Obama tot president van de Verenigde Staten is verkozen. Althans, dat hoop ik dan maar.

Homo Scribens – 13 en 14 sept. 2008

schermafbeelding column

Begin deze week heb ik afscheid genomen van mijn onbezoldigde functie als columnist bij het E-zine van GroenLinks. Ik had daar zo mijn redenen voor. Hieronder het afscheidscolumn.

Verantwoording

Steeds groter wordt de maatschappelijke druk op columnisten om verantwoording af te leggen over hun verleden. En aangezien de columns die ik in het verleden hebben geschreven, bepalend zijn geweest voor de columnist die ik nu ben, kan ik die druk niet langer negeren. Mijn eerste column over het Binnenhof was een scheldkanonnade in de richting van het kabinet Balkenende. De column werd uitgezonden op Omroep Brabant. Het CDA zakte in de peilingen en Balkenende kwam in het nauw. De column was een groot succes.

Ik heb in die tijd nog vaak columns geschreven en bouwde een rijke ervaring op als columnist voor Omroep Brabant en later ook op mijn eigen weblog. Voor mij telde het schokeffect zwaarder dan de waardigheid en waarachtigheid. De klasjes goede smaak van collega-columnisten hield ik dan ook snel voor gezien.

Jaren later kwam ik het CDA weer tegen, als partner in de coalitie in Breda. Ik was inmiddels fractievoorzitter van GroenLinks in Breda geworden. De politieke praktijk bleek weerbarstig. Als schrijver was ik inmiddels doorgestoten tot het medium GLweb. Hoewel ik er nooit een geheim van heb gemaakt dat ik een verleden had vol aantijgingen tegen Balkenende en Bush, was het niet bij iedere lezer bekend dat ik destijds zulke ongenuanceerde, smadelijke en zelfs bijna lasterlijke opinies debiteerde via de zenders van Omroep Brabant. Ik gaf niet te veel ruchtbaarheid aan de columns van toen omdat ik de hoofdredacteur en technici uit die tijd, die mede verantwoordelijk waren voor de uitzending, niet wilde verraden.

Als ik terug kijk op die tijd, weet ik dat ik een hele ontwikkeling heb doorgemaakt. De columnist van vroeger, is een andere Selçuk dan degene die hier nu schrijft. Er zit een belangrijke overgang van de soms smadelijke columns van toen , naar het beïnvloeden van het maatschappelijk discours door middel van beschaafde en doodsaaie, maar doorwrochte opinies. We leven in een gemeenschap waarin we onze conflicten op een fatsoenlijke manier proberen te beslechten. Hier, op GLweb moet het verschil gemaakt worden.

Onlangs werd ik geconfronteerd met een nieuw gegeven waar ik me rot van schrok. Een vroegere luisteraar vertelde me dat hij destijds, naar aanleiding van van mijn radio-columns, had besloten niet op niet meer op het CDA te stemmen en zelfs tegen Balkenende te demonstreren. Tot deze week heb ik daar niets van geweten en ik heb er, wellicht ten overvoede, ook geen enkele betrokkenheid bij gehad. De bedoeling van mijn columns was immers het kabinet Balkenende te bewegen tot een ander, humaner en groener beleid, niet om trouwe CDA-stemmers weg te jagen naar een andere partij. En hoewel ik me niet meer herken in de rabiate columnist van vroeger, wordt ik door dit gegeven wel weer terug gezogen in die tijd.

Columns moeten aan drie voorwaarden voldoen. Ze moeten geweldloos zijn, gericht op parlementaire besluitvorming en dus niet op het spelen van eigen rechter en columnisten moeten bereid zijn tot publieke verantwoording en verantwoording voor de rechter. Alles overziend kan ik maar één conclusie trekken: dat ik moet terugtreden als columnist van GLweb. Alleen dan heb ik mijn handen vrij om me te verzetten tegen een beeld waar ik me ontzettend ongelukkig bij voel.

Homo Principalis – do 4 sept. 2008

Uitgangspuntenprogramma 1992

De afdelingsvergadering van GroenLinks had twee punten op de agenda staan: een interessante discussie over de Heilig Hartkerk en een aantal amendementen van leden op het concept-beginselprogramma van GroenLinks. Het bespreken van amendementen leidt bij ledenvergaderingen vaak tot welhaast eindeloos debat.

Laat ik onderhand maar zeggen wat ik daarvan vind. Ik vind het een werkbaar beginselprogramma, ik ben het er niet mee oneens, ik kan me er in herkennen maar, en dat is de bottom line, ik vind het geen verbetering op het uitgangspuntenprogramma dat er nu ligt. Het spijt me voor het vele werk van het beginselpanel dat er behoorlijk lang mee bezig is geweest, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat men te veel heeft willen stoppen in dit nieuwe programma. En dat wil nog wel eens ten koste gaan van het aanvankelijke doel en dus ook het resultaat. Een hele trits amendementen, hoe zorgvuldig sommigen daarvan ook geformuleerd zullen worden, zullen de definitieve tekst niet meer coherent en het uiteindelijke resultaat niet fundamenteel beter kunnen maken dan het uitgangspuntenprogramma dat we al hebben.

Toen David Rietveld jaren geleden ooit de motie indiende met de strekking dat het oude uitgangspuntenprogramma van GroenLinks eens tegen het licht gehouden moest worden, was ik het al niet met hem eens. Niet dat je oude uitgangspunten niet af en toe kritisch mag bekijken, maar als zo’n proces eenmaal tot gang is gezet, kan de uitkomst niet anders zijn dan dat er een nieuw programma komt. En dat vond ik niet nodig.

Toegegeven, de begeleidende teksten van het uitgangspunten zijn wat gedateerd. Veel wordt gerelateerd aan de val van de muur en het nieuwe tijdperk dat daarmee was aangebroken. Veel van de hoop die het stuk uitstraalt, de permanente vrede zou binnen handbereik zijn, is inmiddels ijdel gebleken. Desondanks hebben de 23 + 1 uitgangspunten zelf nauwelijks aan waarde ingeboeT. Een nieuw beginselprogramma impliceert dat de oude uitgangspunten niet meer gelden. Ik bestrijdt dat.

Op het congres zal ik niet voor het nieuwe beginselprogramma stemmen. Niet omdat ik het nieuwe programma niet kan accepteren. De stem moet opgevat worden als een stem vóór het oude uitgangspuntenprogramma. Ik hoop dat meer mensen dat lef kunnen opbrengen.

Homo Culinis – do 21 aug. 2008

Wijnand Duyvendak getaart

Laat ik er maar volstrekt helder over zijn: ik vind het taarten van iemand geen terroristische actie.

Het gaat bij GroenLinks al enige tijd over wat wel en geen tolerabele acties zijn. Eén van de grenzen die daarbij tamelijk onomstreden is, is dat je geen geweld tegen personen mag gebruiken. Dus nadat leden van het extreem-rechtse Voorpost gisteren, tijdens de presentatie van het boek ‘Klimaatactivist in de Politiek’ vakkundig een taart tegen het gezicht van Wijnand Duyvendak plaatste en de tamelijk voor de hand liggende grap ‘de taart kwam van rechts’ geboren werd, ontstond al snel de discussie over of het taarten van iemand nu wèl of niet binnen de grenzen van het acceptabele valt.

Eerlijk gezegd heb ik de taartacties altijd wel kunnen waarderen als ludieke acties. Ik kan me ook niet herinneren dat ik overmand werd door een zwaar gevoel van verontwaardiging toen Bill Gates, Pat Buchanan of Gerrit Zalm getaart werden. Of Ralph Nadar, om maar eens iemand uit het eigen politieke kamp te noemen.
Het taarten in Nederland heeft een lugubere bijsmaak gekregen vanwege de taart van Fortuyn. Allereerst vanwege de vermeende maar nooit bewezen onsmakelijke ingrediënten van die taart en vervolgens vanwege de moord op Fortuyn.

Sommigen beweren dat taarten een schending van de lichamelijke integriteit zou zijn en derhalve een vorm van geweld. Ik heb daar vraagtekens bij. In dat geval zouden de films van Stan Laurel en Oliver Hardy namelijk behoorlijk wat geweld bevatten. Alsmede sommige afleveringen van Bassie en Adriaan. Ik kan me echter niet voorstellen dat beide bij de filmkeuring in aanmerking komen voor het predikaat 16+. Het idee dat een taart het begin is van acties die uiteindelijk tot moord leiden, wijs ik van de hand.

Het is echter wel van belang om bij het taarten van mensen een aantal regels (rules of engagement) in acht te nemen. Ik doe een poging ze hier te formuleren.

  • het taarten gebeurt in volle openbaarheid van dader en motief;
  • de taarter is bereid om verantwoording af te leggen bij een rechter;
  • het taarten gebeurt tijdens openbare gelegenheden, bij voorkeur in aanwezigheid van visuele media (tv);
  • elke persoon wordt slechts één maal om dezelfde reden getaart. Wie het eerst komt, die het eerst taart;
  • het taarten gebeurt uitsluitend met slagroomtaart, omdat deze vlekken tamelijk eenvoudig te verwijderen zijn. De taart bevat verder geen taart-vreemde ingrediënten;

Ik kan me best voorstellen dat het even schrikken is, wanneer er met hoge snelheid een slagroomraart op je afvliegt. Maar de aanvankelijke reactie van Wijnand dat hij graag bereid was om met de gooiers in discussie te gaan, vond ik erg sterk. De aangifte had wat mij betreft ook niet gehoeven en ik zou het sportief vinden als hij deze, na zo’n gesprek bijvoorbeeld, intrekt. Het zou een mooi gebaar zijn naar alle toekomstige taarters. Verder wil ik afsluiten met de gevleugelde woorden ‘eigen taart is goud waard’…

… in de wetenschap dat bij de eerstvolgende raadsvergadering ik natuurlijk wel eens de lul zou kunnen zijn.

Homo Minans – do 14 aug. 2008

Voorpagina Telegraaf

De krant van zwakker Nederland deed vandaag ook weer een Duyvendakje. Deze keer over de publicatie in het linkse actieblad Bluf! van juli ’85 van de adressen en telefoonnummers van zes ambtenaren van het directoraat elektriciteit en kernenergie van het ministerie van Economische Zaken.

Enerzijds oud nieuws. Immers, wie de moeite neemt om naar het Instituut voor Sociale Geschiedenis te gaan, kan de 312 nummers van het blad gewoon inzien. En ongetwijfeld staan daar nog genoeg andere leuke dingen in die men in de krant kan zetten. Een ‘ludieke’ oproep om de paus neer te schieten bijvoorbeeld.

Goed, oud nieuws dus, ware het niet dat uit een onderzoek van Clingendael (blz. 413) nu duidelijk is geworden dat na aanleiding van de publicatie ook daadwerkelijk mensen zijn geweest die gehoor hebben gegeven aan de oproep ‘Verstoor de rust van deze onruststokers’.

Waar de inbraak op het ministerie een geweldloze actie was, is bovenstaande oproep dat allerminst. En daar waar de inbraak bij het ministerie, gezien het tijdsgewricht, de jeugdige onbezonnenheid, het geweldsloze aspect en het doel – onterecht door de minister achtergehouden informatie openbaar te maken – met enige moeite misschien nog te vergoelijken valt, schijnt deze actie toch alweer een veel schimmiger licht op het actieverleden van Duyvendak.

De beerput is open en als er vanmiddag inderdaad nog iemand naar het Instituut voor Sociale Geschiedenis gaat, zal dat de komende weken niet minder worden. En dan rijst zo langzamerhand de vraag of de positie van Duyvendak nog houdbaar blijft.

Los van de vraag wat een Kamerlid nu allemaal wel en niet op zijn kerfstok mag hebben, heeft Duyvendak politiek veel krediet verloren bij collega-kamerleden en een deel van de achterban. Daarmee is hij politiek zijn belangrijkste wapen kwijt. Of, om maar een lekker incorrecte vergelijking te maken: wat is een inbreker zonder breekijzer? En dan wordt het zo langzaamaan misschien tijd om de vraag te stellen.

Homo Visitatus – zo 10 aug. 2008

teller

De onthulling van Duyvendak over zijn betrokkenheid bij de inbraak bij het Ministerie van Economische Zaken, dankzij de nogal onhandige flaptekst op de achterkant van het boek, zal de verkoopcijfers goed doen. De hele affaire is ook goed voor de bezoekerscijfers van de diverse weblogs.

Nu iedereen in de glogosfeer van zo’n beetje elke denkbare invalshoek zijn of haar analyse en mening over de zaak heeft gegeven, zijn nu de bezoekerscijfers aan de orde. Ongetwijfeld heeft de affaire Duyvendak voor velen weer een record gebroken. Voor zover ik kan nagaan was het in mijn geval het hoogste aantal bezoekers sinds 28 augustus 2007, toen ik in een actieve bloggersbui zo’n vijf verhalen op één dag publiceerde. Eén van die vele inhaalacties die kennelijk extra verkeer opleverde.

Het absolute record is nog steeds ten tijde van de ontknoping van de affaire Pormes, toen de teller op 660 bleef steken. Niet dat iedereen overigens erg gecharmeerd was van mijn publicaties, al was het maar omdat ik, toentertijd nog lid van het algemeen bestuur van GroenLinks, op mijn blog speculeerde over het aftreden van het gehele bestuur. Spekkies voor de bekkies van de media. Maar hoe vleiend het ook is om gelezen te worden, liever heb ik geen affaires.

Al die bloggers kunnen nog wel eens onhandig zijn als de partij een communicatiestrategie probeert uit te rollen om de publicitaire schade te beperken. Aan de andere kant, is het nu juist niet het gebrek aan strategie die het beeld heeft opgeroepen van een Kamerlid dat trots is op zijn verleden als lid van het inbrekersgilde?

Homo Debitum – do 7 aug. 2008

vrouwe justitia

Nu Duyvendak bekend heeft betrokken te zijn geweest bij de inbraak op het ministerie van Economische Zaken, en door sommigen zijn positie als Kamerlid aan de orde is gesteld, rijst de vraag wat je als volksvertegenwoordiger nu allemaal wel en niet mag. En wat je wel en niet allemaal op je kerfstok gehad mag hebben.

Allereerst is er natuurlijk het strikt juridische argument dat, zolang het kiesrecht je niet is ontnomen of je op het moment van verkiezingen in de gevangenis zit, je op een lijst mag staan. Dit alleen is echter onvoldoende, aangezien er andere situaties zijn, waarbij een politieke positie niet meer te handhaven is. Wanneer een minister van verkeer en waterstaat wordt betrapt op rijden onder invloed, zal ongetwijfeld gevraagd worden om zijn aftreden.

Echter, geldt dit ook voor fietsen onder invloed? Of gewoon lopen. In feite zijn deze verkeersdeelnemers strikt juridisch genomen net zo fout bezig, al heeft de samenleving in zijn algemeenheid daar een ruimhartiger oordeel over. En hoe zit het dan met iemand die vroeger is betrapt op rijden onder invloed.

Ik ben van mening dat iemand die ooit een strafbaar feit gepleegd heeft, in principe geschikt is voor het ambt van volksvertegenwoordiger, mits aangenomen mag worden dat deze persoon zich gerehabiliteerd heeft. In het geval van Duyvendak is hiervan sprake: hij zou nu een andere keuze gemaakt hebben dan inbreken, zijn misdaad is verjaard en hij heeft zich de laatste tijd niet schuldig gemaakt aan soortgelijke of andere misdrijven.

Het extra lastige in de kwestie Duyvendak is, dat het in zijn geval niet gaat om een ‘normale’ inbraak. Een normale inbreker steelt om geldelijk gewin. Duyvendak heeft materiëel gezien niemand benadeeld met zijn daad, dat was ook niet de intentie. Wat hij deed was het openbaren van informatie die voor de Kamer en voor het volk geheim gehouden werd, zonder dat hier een legitieme reden voor was. De toenmalige Tweede Kamer erkende dit ook. Desondanks blijft de inbraak op zichzelf een strafbaar feit. Het is echter de vraag hoe deze inbraak zich, moreel gezien, verhoudt tot, pak ‘m beet, het ’s nachts kraken van een bank. En dat is een interessante questie die wat mij betreft beter door ethici dan politici beantwoord kan worden.

Overigens heb ik inmiddels mijn lesje wel geleerd. Ik wacht nog even met mijn onthullingen totdat ik uit de actieve politiek ben. Daarnaast is het bezetten van het Shell-laboratorium lang niet zo interessant als het inbreken bij een ministerie.

Homo Cleptens – wo 6 aug. 2008

Kamerlid Wijnand Duyvendak
Kamerlid Wijnand Duyvendak

Soms lijkt het wel alsof er sprake is van een traditie. Telkens als de komkommertijd zijn dieptepunt bereikt, komt GroenLinks met een schandaal naar buiten. Na de affaire Pormes vond DWARS vorig jaar een bom en nu blijkt Kamerlid Wijnand Duyvendak een inbreker.

Op de Glogosfeer is de vergelijking al getrokken met Sam Pormes, die jarenlang verzweeg en ontkende in de jaren ‘70 op een terroristenkamp in Zuid-Jemen te zijn geweest. Toen dit alsnog naar buiten kwam, werd Pormes gevraagd zijn zetel in de senaat op te geven. Nadat hij hier geen gehoor aan gaf, werd een royementsprocedure opgestart die uiteindelijk bij de partijraad sneuvelde en leidde tot het aftreden van toenmalig voorzitter Herman Meijer.

Die vergelijking gaat maar ten dele op. Allereerst is het vergrijp waar het om gaat van een geheel andere orde. Pormes liet zich in met een omgeving die zich bezig hield met gewelddadige acties tegenover mensen. Dat is van een andere orde dan het inbreken om geheime plannen openbaar te maken. De actie van Duyvendak was geweldloos. Daarnaast beoogde het informatie openbaar te maken, die de regering achter hield in een tijd waarop nog geen beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur gedaan kon worden. Informatie waarvan ook de kamer vond dat deze door de minister zelf naar de Kamer gezonden had moeten worden, al keurde de Kamer de diefstal zelf natuurlijk af (dank aan David Rietveld voor het opzoeken van de handelingen), getuige onderstaande citaten.

Zo zei PvdA-Kamerlid Zijlstra in het Kamerdebat op 3 september 1983 naar aanleiding van de diefstal het volgende: „Het staat ook voor ons buiten kijf, dat de diefstal op zich zelf bezien afgekeurd moet worden. De wijze waarop de stukken in de openbaarheid zijn gekomen, is te betreuren. Het is echter evenzeer te betreuren dat de Kamer (…) in toenemende mate van bijzondere gebeurtenissen en van toevallige omstandigheden afhankelijk wordt. Een parlementaire democratie kan op deze wijze niet naar behoren functioneren. Wij verlangen van de regering (…) voortaan tijdige en volledige opening van zaken.”

Kamerlid Tommij (D’66): „Hij (Minister Aardenne, sç)  was niet alleen kwaad op de actiegroep -dat was logisch, want diefstal kan niet worden goedgekeurd -maar meer nog op de pers, die gedeelten van gestolen documenten had gepubliceerd. (…) In elk geval wil ik duidelijk stellen dat (…) de pers, naar de opvatting van mijn fractie, niet alleen het recht maar zelfs de morele plicht had om met name de brief van de minister aan de Commissarissen van de Koningin in Noord-Brabant en Limburg in de openbaarheid te brengen. Openheid en controleerbaarheid zijn immers onmisbare fundamenten van ons democratisch systeem. De minister heeft hiervoor blijkbaar weinig gevoel.”

Kamerlid Lansink (CDA): „Een ruimhartiger informatievoorziening van de Kamer ware wenselijk geweest. Ook een op zichzelf begrijpelijke inspanningsverplichting moet vroeg of laat getoetst kunnen worden en dan liever vroeg dan laat. (…) De discussie was en blijft noodzakelijk, ondanks het gegeven dat de betwiste brief bekend werd na een in alle opzichten afkeurenswaardige diefstal van overheidsdocumenten”

Het doel heiligt niet per definitie de middelen, maar in dit geval is het niet onredelijk om te stellen dat Duyvendak c.s. vonden dat de openbaarheid van de informatie met betrekking tot de geplande kerncentrales van een dermate groot belang was dat het middel waarop het verkregen moest worden, namelijk door inbreken, moreel geoorloofd en gerechtvaardigd was. Het inhoudelijke debat dat in de Kamer gevoerd werd over de informatie, lijkt die redenering in eerste instantie te ondersteunen. De Tweede Kamer vond immers dat de informatie aan de Kamer bekend had moeten zijn.

Het tweede grote verschil tussen Pormes en Duyvendak is de wijze van openbaring. Waar Pormes altijd is blijven ontkennen, is Duyvendak nu open over zijn actieverleden. Hij brengt zijn verleden zelf naar buiten in een boek. Daarbij is overigens de vraag van belang of hij dit de verschillende kandidatencommissies heeft gemeld bij zijn kandidatuur voor het Kamerlidmaatschap. Voorziter Henk Nijhof bevestigt dat dit is gebeurd. Iets waarvan verder overigens alleen de voorzitter van de Kandidatencommissie uitsluitsel kan geven.

Wat niet erg handig is om, met het oog op de beschikbaarheid van het boek, nu twee weken te moeten wachten alvorens we het hele verhaal kunnen lezen. De vooraf verspreidde flaptekst is dan ook geen juweeltje van strategische communicatie. Duyvendak zelf zegt nu in een verklaring: „de keuzes die ik twintig jaar geleden maakte zijn op geen enkele manier de keuzes die ik nu zou maken” en neemt daarmee afstand van de gepleegde inbraak. Dat citaat verhoudt zich slecht met de flaptekst, die stelt dat voor Duyvendak het resultaat zwaarder telde dan de ideologie en daarmee suggereert dat hij de inbraak goedpraat. Aangezien de inhoud van het boek niet beschikbaar is, is het voor het publiek niet mogelijk zelf een oordeel te vormen. En dat is erg jammer.

Homo Prasinus – wo 23 juli 2008

groen blaadje

Gisteren hekelde ik in mijn stuk over non-conformisme het door Cramer bedachte gloeilampverbod. Leuk allemaal, maar je komt dan als GroenLinkser wel in een lastig parket te zitten. Er waren toch immers ook grenzen?

Het wordt lastig wanneer je met een diepgeworteld non-conformisme milieupolitiek wil gaan bedrijven. Want we willen bij GroenLinks toch allemaal dat mensen minder auto gaan rijden. Of minder vlees eten. Of minder energie verbruiken. Ik ben echter niet erg gecharmeerd van het steeds maar willen verbieden van zaken. Waar ik minder moeite mee heb, is als zaken duurder gemaakt worden. Dat heeft, naast dat het een bewuster consumptiegedrag beoogt, ook een heel simpele economische achtergrond.

Economie is de wetenschap die zich bezighoudt met de vraagstukken rond de verdeling van schaarste. En een schoon milieu en de aanwezigheid van natuur zijn schaarse goederen. De nabijheid van natuur is aantrekkelijk als recreatiemogelijkheid voor burgers en indirect ook als vestigingsfactor voor bepaalde bedrijven. Een schone lucht is belangrijk voor de volksgezondheid van mensen. Daarmee zijn deze immateriële zaken toch kwantificeerbaar te maken. En alle zaken die schade berokkenen, dus ook. Een gloeilamp levert extra, in geld uit te drukken, schade aan het milieu.

Onwillekeurig betekent dit dat de aanschaf en het gebruik van milieuvervuilende goederen en diensten dus voorbehouden is aan de rijken. Dat klopt, maar wil niet zeggen dat daarom een verbod beter is dan een extra beprijzing. De keuzevrijheid is voor mensen met een minder dan modaal inkomen immers niet kleiner dan voor anderen. Ze zijn echter beperkt in de mate waarin ze hun keuzevrijheid inzetten. Daarnaast creëer je ook niet een meer egalitaire samenleving door de mogelijkheid luxe-producten aan te schaffen middels een verbod gaat beperken.

Vrijheid is een te groot om overal links en rechts maar verbodjes rond te strooien. En het milieu is, juist met het oog op toekomstige generaties, te kostbaar om onbeschermd te laten. De economie en de economische mechanismen zijn bij uitstek geschikt om dit belangenconflict te beslechten en deze schaarste op een juiste wijze te verdelen. Prijs stuurt vraag, winstmarge stuurt aanbod. Bij milieuonvriendelijke producten is het zaak het eerste te verhogen en het tweede te verlagen. Door middel van slimme taxering, evenredig aan de mate van schadelijkheid van het product.

Homo Contemplans – do 19 juni 2008

orerende Akinci

Het was weer dat moment van het jaar. In een zeven uur durende vergadering werd de Kadernota behandeld. Dat vraagt, nee, dat schreeuwt om algemene beschouwingen.

Voorzitter, collegae,

Zoals U weet is GroenLinks gezegend met een aantal kritische leden. Kritische leden met een heer sterk ontwikkeld gevoel voor wat er allemaal anders, beter moet in de wereld, in dit land en, jawel, ook in deze stad. Kritische leden met goede ideeën die allemaal morgen nog gerealiseerd moeten worden. En weet U? Ik ben het met ze eens. En we kunnen niet wachten op de dag dat GroenLinks met 20 zetels is vertegenwoordigd in dit huis. En tot die tijd zullen we genoegen moeten nemen met een iets trager tempo.

Voorzitter, wat maakt deze Kadernota een Kadernota met de handtekening van GroenLinks. Laat ik kort de punten met U doornemen.

Voor de groenprojecten in het buitengebied wordt anderhalf miljoen euro gereserveerd. Met die gelden kunnen een aantal belangrijke plannen voor natuurontwikkeling, waarvoor nog geen gelden beschikbaar waren, zoals de Flessenhals Teteringen-Oosterhout, De Rith en het groenblauwe raamwerk bij Bavel.

Voor nieuwe, innovatieve milieumaatregelen is een half miljoen euro extra beschikbaar. Dat geld is bedoeld voor de verbetering van de luchtkwaliteit en reductie van de uitstoot van broeikasgassen.

Er is een ton (euro) uitgetrokken voor een onderzoek naar de effecten van het doortrekken van de nieuwe mark tot een stromende rivier.

Voor het thema erfgoed is een extra bedrag van anderhalf miljoen euro beschikbaar. Met dat geld moet de onder andere de achterstand in de inventarisatie van monumenten worden ingehaald en kan het restauratiefonds worden aangevuld.

Voor investeringen in cultuur is een investeringsbedrag van 1,2 miljoen euro beschikbaar. Hiermee worden de markstudio’s gerealiseerd en wordt geïnvesteerd in kunst in de stad. Daarnaast wordt het jaarlijkse cultuurbudget verhoogd met 350.000 euro, voor culturele broedplaatsen in de stad en voor nieuwe initiatieven rond beeldcultuur, zoals het Graphic Design Festival, een filmfestival en Breda Photo. En alsof de stad al niet dynamisch genoeg is, is er ook nog een half miljoen extra voor evenementen in de stad, plus jaarlijks een bedrag van een ton.

Tegelijk, want daar staat GroenLinks ook voor, is er geld gereserveerd om het goede Bredase armoedebeleid voort te zetten, extra opbouwwerkers aan te stellen en te investeren in projecten in dorp en wijk.

Voorzitter,

Politiek gaat over grote bedragen, maar ook over kleine wensen. Ik kan me nog herinneren dat ik ooit tegen de bewoners van de binnenstad heb gezegd: jongens, ik wil niet met jullie over bloembakken praten. Die dingen moeten er gewoon komen. We hebben uit puur ongeduld – het kan ons immers niet snel genoeg gaan – vorige week zelf maar een tuintje aangelegd in de Oosterstraat. En het heeft even geduurd, maar ze komen er, de bloembakken. En dat geldt voor veel wensen uit de stad, de kinderboerderij Haagse Beemden, het opknappen van de speelvelden in de wijken, de wortelopdruk in de Haagse Beemden. Om er maar eens een paar te noemen.

Samenvattend zou je kunnen zeggen, GroenLinks – en dus de Bredase burger – komt er bepaald niet bekaaid vanaf. Maar ik had U in het begin al gewaarschuwd: het kan ons allemaal niet snel genoeg gerealiseerd worden.

Daarom wil ik het even over de uitvoering van een aantal zaken hebben.

Ik begin bij de fietsnota. Een prachtige nota. GroenLinks maakt zich echter nog enigszins zorgen over of al die plannen ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. We zouden graag zien dat daar in de uitwerking van deze Kadernota in de begroting meer inzicht in gegeven kan worden.
U kunt zich wellicht ook nog herinneren dat collega Scheltens over de fietsenstallingen heeft gezegd dat, indien voor de keuze gesteld, zijn dochters liever een extra bolletje ijs hebben dan dat ze hun fiets in de bewaakte fietsenstalling zetten. En we hebben een burgemeester die fietsen weghaalt wanneer ze in de weg staan. Laten we nu twee vliegen in één klap slaan -een uitdrukking die straks, als de partij voor de dieren in deze raad vertegenwoordigd is, overigens uit den boze is- : kunnen die fietsenstallingen niet gewoon gratis?

Erfgoed, en laat ik het nu eens niet over de Veemarktstraat 58a hebben, de Heilig Hartkerk. De stichting woonzorg heeft nu zo onderhand echt lang genoeg getreuzeld. En eigenlijk was het geduld bij ons jaren geleden al op en willen we nog dit jaar een plan hebben om die kerk te behouden. Een plan dat vervolgens ook uitgevoerd gaat worden. Wat ik wil van dit college: alle bestuurlijke kracht inzetten, het volle gewicht, om dit proces nog dit jaar vlot te trekken.

Het dierenasiel heeft haar plannen gereed en het college bekijkt nu die plannen en gaat daarna in onderhandeling met andere gemeenten die tot het verzorgingsgebied horen om de kosten te verdelen. Exacte kosten voor Breda zijn dus nog niet precies in beeld. Kan het college desondanks toezeggen dat straks, wanneer de kosten duidelijk zijn, ook daadwerkelijk geld beschikbaar is voor de uitvoering daarvan? En zien we dat straks, bij de begroting bijvoorbeeld, terug?

Voorzitter, collegae,

Een vriend van me vroeg laatst of ik de politiek onderhand niet beu was. En ik bedacht me dat een politieke functie een tijdelijk karakter heeft. Zelfs bij Jan Marijnissen. En een politieke functie is vermoeiend. Vreet energie. Maar dan komen die idealen weer boven. Die niet snel genoeg gerealiseerd kunnen worden. En die ik, realist als ik ook ben, liever morgen dan ergens in 2044 gerealiseerd wil hebben. Dus het liefst zou ik aan dit college willen vragen of ze ook eventjes de armoede in de wereld kunnen wegwerken, het klimaatprobleem willen oplossen en een concept-raadsbesluit voor permanente wereldvrede willen voorbereiden. Er is nog genoeg om voor te vechten en ik ben nog lang niet klaar. De idealisten van vandaag zijn de realisten van morgen. Ik ben er morgen ook nog.