Homo Modernus – wo 10 sept. 2008

wijnglas

Breda is geen onbeduidend provinciestadje meer. De bewijzen daarvoor zijn legio.

Het is nog maar tien jaar geleden dat je voor een fatsoenlijk restaurant toch echt naar België moest. Nu herbergt ook de binnenstad van Breda een aantal restaurants waarvoor je je alles behalve hoeft te schamen. Bukowski, bijvoorbeeld, of Chocolat. Daarnaast is er een heel middensegment aan restaurants, waar, zoals mijn broer dat zou omschrijven, het eten ook behoorlijk goed binnen te houden is. Zelfs de kwaliteit van het eten in de eetcafé’s is omhoog gegaan.

Maar het ultieme bewijs van grootstedelijkheid is enkele weken geleden geleverd, toen op de hoek van de Boschstraat en de Pasbaan een oude electronicazaak plaats moest maken voor een etablissement met de naam ‘De Dames Pellens’: een heuse Wijnbar.

Hoera, jubelde ik, driewerf hoera. Een wijnbar, een wijnbar. Voor andere plaatsen misschien een futiliteit, de normaalste zaak van de wereld. Anderen hebben misschien wel een hele wijnstraat. Het moge zo zijn, voor Breda is het een grote stap. Breda, verlost van de middelmaat en op weg naar de allure en uitstraling die slechts voor enkele wereldsteden is weggelegd: Breda, Balkon van Europa!

Homo Perturbare – ma 8 sept. 2008

mailwachtwoordversleutelencryptieding
mailwachtwoordversleutelencryptieding

Het begon aanvankelijk met drie vergaderingen die min of meer tegelijkertijd, maar allen in verschillende plaatsen zouden plaatsvinden: Den Haag, Utrecht en Breda. Een schier onmogelijke opdracht.

Maar het leven heeft zo zijn eigen manier om zaken op te lossen. Soms heeft een trein vertraging, waardoor aanwezigheid bij één van de vergaderingen als mogelijkheid afvalt. Soms kan er nog iets verzet worden of duren vergaderingen zo kort dat het toch nog lukt bij de volgende bijeenkomst te zijn.

Dit maal had het leven werkelijk al zijn daadkracht ingezet: alle drie de vergaderingen werden afgezegd. Blinde paniek: plots wist ik even niet wat ik met al die vrijgekomen tijd moest doen.

Homo Monachus – 6 en 7 sept. 2008

onderzoeksliteratuur

Stapels boeken en, essays en artikelen lijken op het eerste gezicht zonder enige orde verspreid over de vloer van de huiskamer te liggen. Alleen het getrainde oog kan er structuur in brengen. Het is een beetje de week van de waarheid.

Behalve het doen van de broodnodige boodschappen heb ik mezelf voorgenomen dit weekeinde in eenzame opsluiting door te brengen. Op de grammofoonspeler liggen afwisselend Vivaldi, Bach en Beethoven. Na maanden van lezen, aantekeningen maken, her en der losse teksten in elkaar flansen, wil ik dit weekeinde de bulk van de tekst afgerond hebben. Het is een ietwat ambitieuze doelstelling, want het in elkaar schuiven van wat er ligt, blijkt nog niet zo eenvoudig.

Pas op zondagavond één uur houdt ik het voor gezien. Ik besluit mezelf te trakteren op één biertje in de Boul. Nog even onder de mensen.

Homo Saliens – vr 5 sept. 2008

The 101's

Het was alleen maar de bedoeling even wat te eten in De Boulevard. Ik wilde het weekeinde goed beginnen. En waar dat doorgaans betekent dat ik graag in het café vertoef, bedoel ik daar dit maal mee dat ik het weekeinde wilde besteden aan het afwerken van mijn paper over ontwikkelingssamenwerking.

Helaas. Er bleek een avondje punkbandjes geprogrammeerd te zijn. En daar ga je dan met al je goede bedoelingen. Het werd dus een avond zuipen en springen. Met een gratis cd-tje van The 101’s als cadeautje, omdat ik om een uurtje of twee de enige was die nog steeds op en neer huppelde tussen voor de rest moegedanst publiek.

Terwijl ik doorgaans toch een tamelijk beroerde conditie heb.

Homo Reveniens – di 2 sept. 2008

De trein van 7.39 bood alleen maar staanplaatsen, maar dat deerde niet. Sinds de accu van mijn laptop zo lui is geworden als een Nederlands gezin aan de Spaanse Costa, houdt deze het toch geen heel uur meer vol.

Vanaf Rotterdam kwamen zitplaatsen vrij. Nog een klein half uurtje voordat ik straatmuzikant Chuck op zijn vaste plek onder het ministerie van VROM een halve euro zou toewerpen. Een wandelingetje van strak acht minuten alvorens het Tweede Kamergebouw voor me op zou doemen. Alsof zij een comité van ingeleide waren, stonden collegae Peter, Zulmira en Guido buiten te genieten van hun eerste kopje koffie.

Dat de eerste Kamerdag al meteen zo’n hectische was had niemand enkele weken eerder verwacht. Het vertrek van Wijnand, de installatie van opvolger Jolande Sap en aan het einde van de dag het naargeestige debat over Cramer vs. Kramer.

Ondanks alles heerste een gevoel van immense tevredenheid. Een vrolijk gevoel, een bijna meeslepend enthousiasme. Na acht maanden afwezigheid ben ik weer teruggekeerd op mijn oude plek. Weliswaar aan een ander bureau, met kamergenoten die liever niet de hele dag naar 3fm luisteren, maar soit. Ik ben terug op de fractie. En het was alsof ik nooit was weggeweest.

Homo Amatorius – ma 1 sept. 2008

maan

Het was een knappe jongen die me op het feestje helemaal het hof maakte. Donker haar, atletisch lichaam en vooral heel lief. Gewillig liet ik me inpakken.

Het feestje was in een immens groot studentencomplex waar tientallen, misschien wel een kleine honderd mensen woonden. Een soort omgebouwd kantorencomplex moet het geweest zijn, want iedereen had zeeën van ruimte voor zichzelf. De jongen met het donkere haar woonde er ook.

Vreemd was het wel. Doorgaans is het toch vooral mijn taak om mensen achterna te jagen. Maar dit maal kwam er niet eens veel opzienbarend geflirt aan te pas. Het ging bijna vanzelf. Timide, rustig. Wauw.

Toen hij, zonder enige discussie, een tweede matras tegen de zijne schoof, was dat ook als volstrekt vanzelfsprekend. Toen hij zich om me heen vouwde voelde het warm, veilig. Thuis. Romantisch.

Uiteraard was het zo rond die tijd dat de maandagochtend me meende wakker te moeten maken. Als water tussen mijn vingers sijpelde de droom weg. Vreemd, dacht ik, inmiddels volledig wakker, enkele minuten later. Ik zit helemaal niet te wachten op romantiek. Blèh. Wat probeert mijn onderbewuste me hier nu eigenlijk mee te vertellen?

Homo Valedicens – do 27 aug. 2008

Hamburgerstraat in Utrecht rond 1910
Hamburgerstraat in Utrecht rond 1910

Dat was hem dus, de laatste middag bij Natuur en Milieu. De laatste uren in het statige pand aan de Hamburgerstraat, de laatste keer de computer opgestart, de laatste keer naar het postvak gelopen en de laatste overdrachten geschreven.

Alle mailtjes voor projecten zitten in speciale mapjes, die ik toegankelijk heb gemaakt met andere collegae en mijn opvolgers. De bestanden in mijn persoonlijke directory zijn gekopiëerd naar de verzamelmap.

Uiteindelijk heb ik maar zo’n 175 diensturen erop zitten. Part time en als ad interim. Niet een heel goede basis om een sterke band met je werkgever op te bouwen. Geen goede basis ook om je de organisatie, de werkwijze en de projecten geheel eigen te maken. Maar een leuke ervaring desalniettemin. En ruim voldoende om te kunnen beweren dat Stichting Natuur en Milieu geen valse beschuldigingen maakt of onprofessionele onderzoeken doet, ondanks berichtgeving in de rechtse media over de ‘criminele’ en ‘misleidende’ informatie van ‘de’ milieubeweging.

Sterker nog, Natuur en Milieu mag best af en toe wat steviger uit de hoek komen wat mij betreft. Zo’n op en top fatsoenlijke organisatie, kom daar nog maar eens om in deze tijd van toenemend geschreeuw en gebrekkige nuance.

Mannen zijn niet goed in afscheid nemen. Ik kennelijk ook niet. Ik kreeg net niet alles af en op het laatste moment kwam er nog een opdrachtje bij. Och, weet je, ik kom morgen ook wel even langs.

Homo Laborans – ma 25 aug. 2008

uitgeleefd toetsenbord

Mijn laatste week bij Stichting Natuur en Milieu, de eerste vergadering in mijn nieuwe functie van communicatiemedewerker voor de Tweede Kamerfractie en het project over ontwikkelingssamenwerking. En het politieke seizoen is ook weer begonnen.

Deze week heb ik eigenlijk vier banen. Een absoluut record, volgens mij. En vandaag heb ik zelfs in alle vier deze functies acte de présence gegeven. Het avondmaal bestond uit Sushi van de Appie-om-mee-te-nemen, met stokjes, gegeten tijdens de fractievergadering. Best zeer goed te pruimen eigenlijk.

De vakantie is voorbij, het normale leven begint weer. Geen bejaarden meer die voor negenen in de trein zitten. Geen koffers meer die het gangpad versperren, of fietsen die het balkon blokkeren. Geen zwetende vaders met luidruchtige kinderen of jankende baby’s. Geen zitplekken meer in de trein tussen Breda en ‘s Hertogenbosch. De wereld is weer normaal.

Normaal? Nee, niet normaal. Wel gewoon!

Homo Conveniens – zo 24 aug. 2008

Rond een uur of half een kroop ik uit het bed van Robin, met wie ik bij een vorige gelegenheid ook al eens de hele nacht had doorgehaald. De deken was ook veel te klein om ons beiden te bedekken.

Robin is een goede vriend van Sebi en hooguit een vage, maar zeker zeer sympathieke bekende voor mij. Aangezien de laatste nachttrein al lang was vertrokken, was hij de vorige avond zo aardig om me een slaapplaats aan te bieden. Pelita en Willemijn, de en een vriendin van Sebi gaven samen met hem een feestje omdat ze respectievelijk jarig waren, voor langere tijd naar het buitenland vertrekken of gewoon zin hadden in een feestje.

De feestjes van Sebi zijn altijd legendarisch. Vrijwel niemand durft dan ook wel te blijven, bang om weer iets volstrekt unieks te missen. Ik was die avond gehuld in driedelig pak, gewoon, omdat ik daar zin in had. Een enkeling drukte bij mijn binnenkomst in de in een kelder gevestigde kroeg aan de Oude Gracht zenuwachtig een joint uit in de veronderstelling dat ik van de rookpolitie was. Zou een reggae-concert, als religieuze uiting, niet buiten het rookverbod vallen?

Dat de desbetreffende kroeg om één uur al dicht ging, bracht de feestgangers slechts kortstondig van slag. Vrij snel vonden wij ons nieuwe onderkomen in het oude Pothuys en daarna in de Caravon, een kroeg die ogenschijnlijk geen sluitingstijden kent..

Het eindigde uiteindelijk, ver na de laatste nachttrein terug naar Breda, rond een uur of negen ‘s ochtends met een laatste sambuka bij Robin en Floris, een stel vrienden van Sebi die, ondanks hun inmiddels gepasseerde studententijd, samen een soort van studentenwoning delen.

Het was inderdaad weer een legendarisch feest. Waarbij ik me, zo herinnerde de eveneens logerende Gijs me de volgende middag, met één of andere blonde gast weer eens ongelooflijk sletterig gedragen heb. Een onberispelijk pak wil niet zeggen dat je je onberispelijk hoeft te gedragen.

Homo Cantans – wo 20 aug. 2008

Koor Tegen de Wind Mee

Een jaar of zeven. Zo lang heb ik volgens mij op het koor gezeten. Gisteren heb ik afscheid genomen. Of liever, een time-out. Het koor houdt niet van afscheid.

Het koor Tegen de Wind Mee was in 1967 opgericht als het Bredaas Socialisties Koor, aanvankelijk als gelegenheidskoor voor de één mei viering. Maar de jonge idealisten van toen vonden het eigenlijk wel een goed idee om bij elkaar te blijven om zo in woord en gezang de socialistiese revolutie dichterbij te brengen.

Nu zijn dertig jaar na dato de revolutionaire wensdromen er wel vanaf. Maar de idealen, tegen onrecht, uitbuiting en onderdrukking en voor vrede en voor het milieu zijn nog onverminderd actueel. Een aantal strijdliederen van het eerste uur worden zelden of nooit meer gezongen, anderen, waardonder liederen van Eisler en Brecht, zijn altijd gebleven.

Eén van mijn persoonlijke favorieten is het Nkosi Sikelele, het strijdlied van het ANC en, na de afschaffing van de apartheid het volkslied van Zuid Afrika. Het Zuid-Afrika-repertoire heeft altijd een belangrije plek gehad op de liederenlijst en wordt, ruim tien jaar na het einde van de Apartheid nog steeds vol overgave gezongen.

Nog één keer zong ik in mijn beste Turks de solo van het anti-autoritaire Merhaba. Maar als afsluiter verkoos ik toch vooral het Nkosi. Voor Azania.