Dutch local politician for the environmentalist party GroenLinks, tends to be serious at times but usually has a slightly absurd and overall happy and sunny mental disposition.
Het was niet de handigste dag om geen telefoon te hebben. Ik had het ding gisteren in de NS-bus laten liggen en nu lag hij veilig bij de klantenbalie van station Eindhoven.
Gelukkig heb ik ook een simkaartje voor de mijn UMTS-verbinding, waardoor ik een fietskoerier per sms kon inschakelen om mijn telefoon op te halen. Aangezien die koerier toevallig ook fractiegenoot is, zou ik diezelfde avond nog mijn telefoon hebben. Dat dat nog iets meer voeten in de aarde had omdat de baliemedewerkster had begrepen dat ene Tom de telefoon zou ophalen („nee, Tom is degene die de vinder ge-sms-t had om te vragen van wie de telefoon was”) heeft het welslagen van deze onderneming gelukkig niet doorslaggevend belemmerd.
Eigenlijk werkte de wereld nog behoorlijk mee met mijn verlies. De treinen hadden geen vertraging en ik was op tijd, waardoor ik niemand hoefde te bellen. Op mijn werk lag een briefje met daarop de werking van het voicemailsysteem van Vodafone, waardoor ik snel een alternatieve boodschap op mijn voice-mail kon inspreken en af en toe de nieuwe berichten kon afluisteren.
Die avond ontving ik tijdens de fractievergadering mijn telefoon terug. „Opgeladen en wel”, zei fractiegenoot en fietskoerier Piet Hein, zichtbaar glunderend om dit extra beetje service dat hij kosteloos geleverd had.
De Road to Tom is minder eenvoudig dan een mens denkt. Dat was in ieder geval vandaag zo. De NS had weer één van z’n befaamde knip- en knutselweekeinden.
En dus reed ik eerst per trein naar Gilze-Rijen om vervolgens per bus naar Tilburg, waar ik nog werd verTwelkomd door plaatselijk GroenLinks-fractievoorzitter Marjo Frenk, en vervolgens weer per trein door naar Eindhoven te rijden. De doorgaans 40 minuten durende reis kostte me dit maal ruim anderhalf uur. Aanvankelijk was het nog de bedoeling dat we zouden brunchen, maar dat plan werd verruild voor een late lunch. Bij Bagels & Beans Bagel & Juice. Jawel, ook in Hip hè, dat Eindhoven. Om daarna door Eindhoven te gaan slenteren en hier en daar een biertje te drinken.
De dag sloeg om in de avond. Pizza, chunky munkey en een kopje koffie of twee. Geheel tegen de planning in een trein later terug naar Breda. Via, opnieuw, de trein-bus-treinmethode.
Eenmaal thuis aangekomen twitterde Tom nog even dat ik mijn telefoon in de bus tussen Tilburg en Rijen had laten liggen en dat een aardig vrouw- of heerschap deze had achtergelaten bij Eindhoven CS. Dat was natuurlijk allemaal Tom zijn schuld. Had hij me onderweg maar niet per sms een goede reis terug moeten wensen.
Anti-kraakflats aan de Nieuwe inslag. foto: René Schotanus/BN/DeStem
Via een verontruste mail van één van de bewoners van de appartementen aan de Nieuwe Inslag kwam me deze week ter ore dat er binnen twee weken 50 studenten uit hun huis geplaatst worden. Dat soort berichten triggert mijn rechtvaardigheidsgevoel, dan klim ik in de pen.
Wat is de situatie: het appartementencomplex van Wonen Breburg wordt via het bedrijf FMT vastgoed via anti-kraak aan tientallen studenten verhuurd. Deze week is aan de bewoners van 25 woningen, het gaat dan om 50 studenten, medegedeeld dat zij binnen twee weken het pand moeten verlaten. Wrang, aangezien een aantal studenten pas net een week eerder de sleutel had gekregen. Wrang, maar op zich niet illegaal. Of, zoals één van de studenten omschreef „opmerkelijk is ook, dat de geselecteerde huizen nagenoeg allemaal net helemaal zijn opgeknapt door deze studenten. Sommige hebben bij wijze van spreken de kwasten nog in de emmer staan”.
Wat de situatie tamelijk onfatsoenlijk maakt, is dat de studenten niet hun woning worden uitgezet om eventuele renovatie- of sloopplannen voor deze flats te kunnen realiseren, maar dat de studenten moeten plaatsmaken voor internationale studenten die met ingang van het nieuwe studiejaar door de NHTV worden gehuisvest. Met andere woorden: de zittende studenten – nota bene voor een deel ook studerend aan de NHTV – worden uit huis geplaatst om andere, internationale studenten van woonruimte te voorzien. Dat er in de huisvesting van deze internationale studenten moet worden voorzien, is volstrekt logisch, maar dat dit ten koste gaat van andere studenten vind ik ronduit onverteerbaar.
Uit dit voorbeeld blijkt maar weer hoe rechteloos anti-kraakhuurders zijn. Vele studenten zijn in Breda echter aangewezen op deze vorm van wonen vanwege het gebrek aan studentenwoningen. Een constatering die ik anderhalf jaar geleden bij de behandeling van de Woonvisie ook al deed, maar welke toen met kracht door de wethouder werd ontkend. Het doet onze fractie ook vrezen voor de situatie in september, wanneer het nieuwe studiejaar begint en er veel nieuwe studenten ook op zoek zijn naar een woonruimte in de stad.
Wat ook pijnlijk duidelijk wordt is dat er voor de huisvesting van internationale studenten kennelijk geen structurele oplossing is te bedenken. Het is dan echter te makkelijk om ter elfder ure op deze wijze huisvesting voor deze groep te forceren. De NHTV had al maanden eerder kunnen weten dat deze groep gehuisvest moest gaan worden en had ook al maanden eerder de huidige oplossing met Wonen Breburg en/of FMT kunnen bedenken. Dan was het niet nodig geweest studenten midden in hun tentamenperiode op straat te zetten.
Hoewel de gemeente in eerste instantie geen partij is bij deze onverkwikkelijke gang van zaken, kan de gemeente wel haar regierol stevig ter hand nemen en met Wonen Breburg en de NHTV rond de tafel gaan zitten om te komen tot een andere oplossing voor de huisvesting van de internationale studenten, dan wel per direct in nieuwe woonruimte te voorzien voor de huidige groep uit huis geplaatsten. Daarnaast moet versneld in voldoende studentenhuisvesting worden voorzien, zeker aangezien veel studenten vanwege de economische crisis waarschijnlijk langer zullen doorstuderen om hun arbeidsmarktpositie te verbeteren.
Wil Breda de studentenstad zijn die zij wil zijn, is Breda dat aan zichzelf verplicht.
Toen ik maanden geleden al las dat Aangezien André Manuel in Breda kwam optreden, belde ik direct Jaap met de vraag, nee, de mededeling dat hij mee moest. En per ommegaande bestelde ik twee kaartjes. Het zou immers maar eens uitverkocht raken.
Weken later gaf een medewerker van het poppodium me daar nog complimenten over. „Ik ben altijd benieuwd wie de eerste is die kaarten bestelt. Jij bent de eerste”, lachte hij. „Nog steeds ook de enige trouwens”, vulde hij aan.
„De enige?”, vroeg ik verbaasd, „voor André Manuel?”. „Tsja”, antwoordde de medewerker van het poppodium. „Het blijft natuurlijk Breda”.
‘Criminele Marokkanen moeten het land uit’, was één van de stellingen waarover de eerstejaars MBO-studenten over moesten debatteren. „Ik ben het daarmee eens”, zei één van de studenten, zelfs van Marokkaanse afkomst. „We zijn hier te gast en dus moeten we ons gedragen”.
Ik schrok van zijn antwoord. Niet omdat ‘ie vond dat criminele allochtonen teruggestuurd moesten worden, dat standpunt is nu eenmaal tijdelijk in de mode. Ik schrok van zijn zelfbeeld. Deze jonge, welbespraakte Marokkaanse jongen vond zich in Nederland ‘te gast’.
Nee vriend, jij bent hier niet te gast. Jij woont hier, jij bent hier geboren, jij hoort bij ons. Jij consumeert in Nederland, werkt straks in Nederland en betaalt belasting in Nederland. Je hebt een Marokkaanse maar ook een Nederlandse nationaliteit, je hebt stemrecht voor de verkiezingen. Jouw broers en zussen bouwen onze wegen, vullen onze vakken en leiden onze bedrijven. Misschien wassen ze straks onze billen, genezen ze onze kanker of geven ze onze kinderen onderwijs.
Jij bent ook een Nederlander vriend, jij hoort bij ons. En laat niemand je wijs maken dat dat niet zo is.
Verdorie, ik moest voor de fractie in Den Haag ook nog steeds een stuk schrijven over duurzaamheid. Al dagen schoof ik het voor me uit, maar de deadline naderde nu echt.
Ik piekerde me suf over een leuke kapstok om het verhaal aan op te hangen. Duurzaamheid, cradle-to-cradle, groene economie, inhoudelijk zat het allemaal wel goed, maar maak er maar ‘ns een leuk verhaal bij.
Recyclage. Ineens had ik het. Ik pakte een oud verhaal uit de kast, paste het her en der een beetje aan, kortte het in tot de gevraagde 800 woorden en stuurde het door aan de collega’s ter revisie.
Recyclage, daar moet je niet over schrijven, dat moet je gewoon doen.
„Hallo, met de journalist”, zei de journalist. „Met mij”, antwoordde ik beleefd terug. „Ik heb een vraag”, zei de journalist. De wereld zit vol met vragen, terwijl we juist antwoorden nodig hebben, dacht ik terloops.
De broodschrijver had mijn Twitter-account ontdekt en had gezien dat ik de middag ervoor een overleg over de culturele instellingen had gehad met de PvdA- en Breda’97-woordvoerders. Was er een geheime afspraak in de maak?
Ik hield me wat op de vlakte. De culturele instellingen hebben een tekort, waardoor er bezuinigd moet gaan worden. Bij De Nieuwe veste, centrum voor beeld en muziek, betekent dat verschraling van het cursusaanbod. Bij de bibliotheek betekent dat sluiting van een filiaal. We gingen zoeken naar een mogelijke oplossing waardoor deze heftige ingrepen wellicht niet nodig waren. Zoals gezegd, ik hield me tegenover de journalist op de vlakte. Ik vond het niet netjes om het onderwerp te claimen. Daarnaast, er waren nog andere fracties die ik wilde polsen over de mogelijke oplossingsrichting.
Kennelijk dacht mijn collega bij Breda ’97 daar anders over. De volgende dag las ik in de krant hoe zij zich opwierp als de redder van alle noodlijdende culturele instellingen. Niet erg chique, vond ik zelf. Vooral aangezien Breda ’97 in het verleden qua cultuurvisie nooit veel verder kwam dan het gratis toegankelijk maken van de Onze Lieve Vrouwekerk.
Hoffelijkheid, zo bedacht ik me, is leuk in de eerste drie jaar van een coalitie. Kennelijk is inmiddels de verkiezingsstrijd al weer begonnen. De handschoenen gaan af.
Na een reparatie of vijf, waardoor ik in ieder geval zeker weet dat ik mijn laptopverzekering er dubbel en dwars uit heb gehaald, vond de verzekeraar het wel welletjes. De Toshiba was total-loss verklaard.
Ik mocht van de verzekeraar een ‘vergelijkbaar’ apparaat af halen bij de Dynabite-vestiging bij mij in de buurt. Vergelijkbaar bleek in dit geval een Acer, bepaald niet mijn eerste keuze. Niet dat dat veel wil zeggen over de kwaliteit, mijn eerste keuze van een jaar of drie geleden was immers vijf keer bij de reparateur geweest.
Nu moet ik zeggen, op harde schijfruimte, snelheid en geheugen ben ik er redelijk op vooruitgegaan. Maar alles heeft zijn prijs, zo ook deze computerruil.
Zo zit ik inmiddels opgescheept met Windoos Vista, op Millennium na waarschijnlijk veruit de meest onzinnige Windoos-versie die ooit is uitgebracht. maar soit, na een beetje tweaken ziet het er in ieder geval weer uit als Windows 3.11.
Het tweede bezwaar vind ik de tamelijk korte cyclus van de batterij. Kon ik met de Toshiba nog makkelijk vier tot zes uur werken, de Acer komt niet veel verder dan drie uur, maar dan moet ik ook vooral niet willen internetten.
Maar het meest irritante aan de Acer, dat is toch wel het welhaast oost-Europese toetsenbord dat erop zit. Toegegeven, ik houd van toetsenborden met de ouderwetse ‘klak’. Het toetsenbord op mijn vaste pc is dan ook bijna twintig jaar oud. Maar de stroefheid van de Acer-toetsjes slaat werkelijk alles. Leuk voor mensen die net de overstap van de ouderwetsche tijpmachine maken, maar niet voor mij.
En zo zat ik aan het eind van de middag, na een korte stadswandeling, toch weer even met een biertje in de hand bij Dok 19. Ik was mijn fiets kwijt en hoopte hem ergens in de stad tegen te komen, maar helaas.
Het was niet helemaal helder wat er precies was gebeurd. De avond ervoor was ik na Boogie Down op het terras van de Dok beland met Janneke, Jaap, Sebi en Perlita, waar we een niet nader te noemen aantal alcoholische versnaperingen en 20 Vietnamese Loempia’s naar binnen werkten. Het was Jaap die als eerste besloot naar huis te strompelen. Sebi en Perlita hadden hun laatste trein naar Etten-Leur verruild voor een slaapplek bij mij en Janneke wilde nog wel even naar het volgende etablissement.
Nu zou ik zweren dat ik mijn fiets aan de hand had toen we door de stad naar huis liepen. Maar de volgende middag was mijn rijwiel nergens te bekennen. En het sleuteltje evenmin. Perla kon zich ook niet herinneren dat ik de avond ervoor een fiets bij me had.
Dus liep ik die zondag dezelfde route, waarvan het me sowieso verwonderde dat ik ‘m me nog kon herinneren, omgekeerd terug. Nergens kwam ik onderweg mijn fiets tegen. De puzzel was toen niet ingewikkeld meer. Ik heb de fiets vast ergens laten staan toen we weer eens enkele bekenden tegenkwamen en ik tijdens het plichtmatige babbeltje een sjekkie rolde.
Tevreden dat ik de puzzel opgelost had, maar ontstemd over het feit dat ik in aangeschoten toestand tegenwoordig ook al fietsen her en der rond laat slingeren, keerde ik terug naar huis. Daar, op tafel, lag mijn fietssleuteltje.
Met een glimlach legde ik het sleuteltje bij de collectie sleutels van fietsen die mij ooit ontvallen zijn. Gelukkig, mijn fiets was gewoon voor de deur gestolen. Ik heb geen Korsakov.
Boogie Down. Boogie Down Breda. Een supervet hiphopfestival dat voor de tweede keer in Breda en voor de eerste keer op het Kasteelplein wordt gehouden.
Dus had ik mijn veel te grote hood uit de kast gehaald. Zo eentje met doodshoofdjes erop. En geen T-shirt, want dat zou ik daar wel krijgen. En als ik gouden kettingen had gehad, had ik die ook omgedaan. Alles om in stijl te gaan. Yo!
Ik was vrijwilliger. Aan mij de nobele taak om barhoofd te zijn. En dus knoopte ik een theedoek aan één van de lussen van mijn broek en deed ik mijn oortje in. En de iets te grote hood uiteindelijk maar weer uit. Het was er toch iets te warm voor.
Nu houd ik eigenlijk helemaal niet zo van hiphop. Maar een biertje tappen op een festival, dat kan ik als de beste.