Homo Debitum – do 7 aug. 2008

vrouwe justitia

Nu Duyvendak bekend heeft betrokken te zijn geweest bij de inbraak op het ministerie van Economische Zaken, en door sommigen zijn positie als Kamerlid aan de orde is gesteld, rijst de vraag wat je als volksvertegenwoordiger nu allemaal wel en niet mag. En wat je wel en niet allemaal op je kerfstok gehad mag hebben.

Allereerst is er natuurlijk het strikt juridische argument dat, zolang het kiesrecht je niet is ontnomen of je op het moment van verkiezingen in de gevangenis zit, je op een lijst mag staan. Dit alleen is echter onvoldoende, aangezien er andere situaties zijn, waarbij een politieke positie niet meer te handhaven is. Wanneer een minister van verkeer en waterstaat wordt betrapt op rijden onder invloed, zal ongetwijfeld gevraagd worden om zijn aftreden.

Echter, geldt dit ook voor fietsen onder invloed? Of gewoon lopen. In feite zijn deze verkeersdeelnemers strikt juridisch genomen net zo fout bezig, al heeft de samenleving in zijn algemeenheid daar een ruimhartiger oordeel over. En hoe zit het dan met iemand die vroeger is betrapt op rijden onder invloed.

Ik ben van mening dat iemand die ooit een strafbaar feit gepleegd heeft, in principe geschikt is voor het ambt van volksvertegenwoordiger, mits aangenomen mag worden dat deze persoon zich gerehabiliteerd heeft. In het geval van Duyvendak is hiervan sprake: hij zou nu een andere keuze gemaakt hebben dan inbreken, zijn misdaad is verjaard en hij heeft zich de laatste tijd niet schuldig gemaakt aan soortgelijke of andere misdrijven.

Het extra lastige in de kwestie Duyvendak is, dat het in zijn geval niet gaat om een ‘normale’ inbraak. Een normale inbreker steelt om geldelijk gewin. Duyvendak heeft materiëel gezien niemand benadeeld met zijn daad, dat was ook niet de intentie. Wat hij deed was het openbaren van informatie die voor de Kamer en voor het volk geheim gehouden werd, zonder dat hier een legitieme reden voor was. De toenmalige Tweede Kamer erkende dit ook. Desondanks blijft de inbraak op zichzelf een strafbaar feit. Het is echter de vraag hoe deze inbraak zich, moreel gezien, verhoudt tot, pak ‘m beet, het ’s nachts kraken van een bank. En dat is een interessante questie die wat mij betreft beter door ethici dan politici beantwoord kan worden.

Overigens heb ik inmiddels mijn lesje wel geleerd. Ik wacht nog even met mijn onthullingen totdat ik uit de actieve politiek ben. Daarnaast is het bezetten van het Shell-laboratorium lang niet zo interessant als het inbreken bij een ministerie.

Homo Cleptens – wo 6 aug. 2008

Kamerlid Wijnand Duyvendak
Kamerlid Wijnand Duyvendak

Soms lijkt het wel alsof er sprake is van een traditie. Telkens als de komkommertijd zijn dieptepunt bereikt, komt GroenLinks met een schandaal naar buiten. Na de affaire Pormes vond DWARS vorig jaar een bom en nu blijkt Kamerlid Wijnand Duyvendak een inbreker.

Op de Glogosfeer is de vergelijking al getrokken met Sam Pormes, die jarenlang verzweeg en ontkende in de jaren ‘70 op een terroristenkamp in Zuid-Jemen te zijn geweest. Toen dit alsnog naar buiten kwam, werd Pormes gevraagd zijn zetel in de senaat op te geven. Nadat hij hier geen gehoor aan gaf, werd een royementsprocedure opgestart die uiteindelijk bij de partijraad sneuvelde en leidde tot het aftreden van toenmalig voorzitter Herman Meijer.

Die vergelijking gaat maar ten dele op. Allereerst is het vergrijp waar het om gaat van een geheel andere orde. Pormes liet zich in met een omgeving die zich bezig hield met gewelddadige acties tegenover mensen. Dat is van een andere orde dan het inbreken om geheime plannen openbaar te maken. De actie van Duyvendak was geweldloos. Daarnaast beoogde het informatie openbaar te maken, die de regering achter hield in een tijd waarop nog geen beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur gedaan kon worden. Informatie waarvan ook de kamer vond dat deze door de minister zelf naar de Kamer gezonden had moeten worden, al keurde de Kamer de diefstal zelf natuurlijk af (dank aan David Rietveld voor het opzoeken van de handelingen), getuige onderstaande citaten.

Zo zei PvdA-Kamerlid Zijlstra in het Kamerdebat op 3 september 1983 naar aanleiding van de diefstal het volgende: „Het staat ook voor ons buiten kijf, dat de diefstal op zich zelf bezien afgekeurd moet worden. De wijze waarop de stukken in de openbaarheid zijn gekomen, is te betreuren. Het is echter evenzeer te betreuren dat de Kamer (…) in toenemende mate van bijzondere gebeurtenissen en van toevallige omstandigheden afhankelijk wordt. Een parlementaire democratie kan op deze wijze niet naar behoren functioneren. Wij verlangen van de regering (…) voortaan tijdige en volledige opening van zaken.”

Kamerlid Tommij (D’66): „Hij (Minister Aardenne, sç)  was niet alleen kwaad op de actiegroep -dat was logisch, want diefstal kan niet worden goedgekeurd -maar meer nog op de pers, die gedeelten van gestolen documenten had gepubliceerd. (…) In elk geval wil ik duidelijk stellen dat (…) de pers, naar de opvatting van mijn fractie, niet alleen het recht maar zelfs de morele plicht had om met name de brief van de minister aan de Commissarissen van de Koningin in Noord-Brabant en Limburg in de openbaarheid te brengen. Openheid en controleerbaarheid zijn immers onmisbare fundamenten van ons democratisch systeem. De minister heeft hiervoor blijkbaar weinig gevoel.”

Kamerlid Lansink (CDA): „Een ruimhartiger informatievoorziening van de Kamer ware wenselijk geweest. Ook een op zichzelf begrijpelijke inspanningsverplichting moet vroeg of laat getoetst kunnen worden en dan liever vroeg dan laat. (…) De discussie was en blijft noodzakelijk, ondanks het gegeven dat de betwiste brief bekend werd na een in alle opzichten afkeurenswaardige diefstal van overheidsdocumenten”

Het doel heiligt niet per definitie de middelen, maar in dit geval is het niet onredelijk om te stellen dat Duyvendak c.s. vonden dat de openbaarheid van de informatie met betrekking tot de geplande kerncentrales van een dermate groot belang was dat het middel waarop het verkregen moest worden, namelijk door inbreken, moreel geoorloofd en gerechtvaardigd was. Het inhoudelijke debat dat in de Kamer gevoerd werd over de informatie, lijkt die redenering in eerste instantie te ondersteunen. De Tweede Kamer vond immers dat de informatie aan de Kamer bekend had moeten zijn.

Het tweede grote verschil tussen Pormes en Duyvendak is de wijze van openbaring. Waar Pormes altijd is blijven ontkennen, is Duyvendak nu open over zijn actieverleden. Hij brengt zijn verleden zelf naar buiten in een boek. Daarbij is overigens de vraag van belang of hij dit de verschillende kandidatencommissies heeft gemeld bij zijn kandidatuur voor het Kamerlidmaatschap. Voorziter Henk Nijhof bevestigt dat dit is gebeurd. Iets waarvan verder overigens alleen de voorzitter van de Kandidatencommissie uitsluitsel kan geven.

Wat niet erg handig is om, met het oog op de beschikbaarheid van het boek, nu twee weken te moeten wachten alvorens we het hele verhaal kunnen lezen. De vooraf verspreidde flaptekst is dan ook geen juweeltje van strategische communicatie. Duyvendak zelf zegt nu in een verklaring: „de keuzes die ik twintig jaar geleden maakte zijn op geen enkele manier de keuzes die ik nu zou maken” en neemt daarmee afstand van de gepleegde inbraak. Dat citaat verhoudt zich slecht met de flaptekst, die stelt dat voor Duyvendak het resultaat zwaarder telde dan de ideologie en daarmee suggereert dat hij de inbraak goedpraat. Aangezien de inhoud van het boek niet beschikbaar is, is het voor het publiek niet mogelijk zelf een oordeel te vormen. En dat is erg jammer.

Homo Senior – di 5 aug. 2008

Bejaarden laten niet met zich sollen

„Ik lust eigenlijk wel een stuk oude taart bij de koffie.” Of, wijzend op de fles rode port op tafel: „die wordt met de jaren wèl steeds mooier.” De grappen waren niet van de lucht op mijn moeders zestigste verjaardag.

Ze staat nu voor de keuze: doorgaan op de ingeslagen route, ver uit de buurt van vijftigplusbeurzen, en seniorenvakanties. Of toch maar toegeven dat het echt niet langer verantwoord is om nog langer elke week tweemaal hard te lopen en jaarlijks een fikse fietsvacantie te nemen. Ze zal maar iets breken. Ze drinkt toch al geen melk.

We moeten haar binnenkort misschien ook maar vast gaan inschrijven. Je weet nooit wanneer dat ineens nodig is. En een curator benoemen, als ze straks haar eigen boontjes niet meer kan doppen.

Als we nu met een paar leeftijdgenoten samenwerken, dan kunnen we onze ouders misschien in een woongroep laten wonen en samen een zuster inhuren. Dat lijkt me beter dan de horrorverhalen die je hoort over de thuiszorg.

Mijn moeder wil er allemaal niets van weten. En over pensioneren hoeven we al helemaal niet te beginnen. Wat wij snotneuzen wel niet denken. En als ze tijdens de fietsvacantie van een ravijn flikkert, dan hoopt ze dat het een mooie val wordt. Vertederend, niet, die ontkenningsfase?

Och, wij laten het maar zo. Ik zie mijn moeder eigenlijk ook niet rondlopen met een hondje en een RVS-paraplu. En met tachtig over de snelweg vindt ze godzijdank nog steeds zo’n vijfenveertig kilometer te langzaam. Als ze het maar niet te bont gaat maken. Een beetje waardigheid kan geen kwaad.

Gefeliciteerd hoor, mam. Dat je nog maar lang oma mag blijven.

Homo Segrex – ma 4 aug. 2008

Stephan Willats - Living in Isolation
Stephen Willats - Living in Isolation

Goed, het tijdstip kon wellicht wat beter gekozen zijn, ook al is het aannemelijk dat de buren in de stad waren. Maar uiteindelijk hangen de vier panelen van Stephen Willats er, en daar ging het in eerste instantie om.

Het zal een uur of twee ‘s nachts geweest zijn toen Joris en Jaap ineens besloten dat die kunstwerken nu maar eens opgehangen moesten worden. Nu had dat idee bij mij natuurlijk ook al wel eens postgevat, maar telkens waren het ofwel andere prioriteiten, ofwel een ongunstig tijdstip die me telkens weer afhielden van het daadwerkelijk ter hand nemen de boormachine. Voor Jaap en Joris golden echter geen wetten of praktische bezwaren en vier gaten later hingen de panelen in woon- en slaapkamer.

Inmiddels is het probleem rond het werk van Willats niet meer zozeer of het hangt, maar of het mooi is. En wellicht de nog fundamentelere vraag: is het werk op zichzelf kunst, of is het een overblijfsel van een project dat indertijd gold als kunst. Of is het alleen maar opbouwwerk?

Willats maakte met enige regelmaat kunstprojecten die zich richtten op de interactie tussen het leven van mensen en hun stedebouwkundige en architectonische leefomgeving. ‘Living in Isolation’ is één van de voorbeelden daarvan, gesitueerd in het gespleten Berlijn van 1979 en 1980. In vier panelen schetst hij de wereld van de mensen die wonen in anonieme betonkolossen en daarbinnen, ondanks de stedelijke grauwheid, toch hun eigen, warme plekje proberen te creëren. Het leven van mensen binnen de context van een ontworpen ruimte die schromelijk tekort schiet in het bereiken van het doel waarvoor ze in essentie ontworpen zou moeten zijn.

Tuurlijk is het werk niet bedoeld om mooi te zijn. Het is bedoeld om een punt te maken.

Homo Errans – zo 3 aug. 2008

Rumpot

Weken, nee maanden hadden we er naar uitgezien. Mijn 11111e levensdag. Totdat er iemand besloot toch even na te rekenen of het wel klopte wat ik had gezegd.

En zo kwam de pijnlijke waarheid alsnog aan het licht. Twijfel over de authenticiteit van deze dag werd gewekt en ik besloot het hele gebeuren handmatig nog eens na te rekenen. Geschokt kwam ik tot de welhaast ongelooflijke conclusie: het zorgvuldig geplande feest van deze middag berustte op een vreselijk misverstand. In werkelijkheid was het mijn 11118e dag op deze aardkloot.

Ten grondslag aan deze enorme misrekening lag een corrupt stukje Plugin dat ik jaren geleden al eens gedownload had voor mijn weblog. Mijn enorme vertrouwen in open source-software en het zelfreinigend vermogen van de internetgemeenschap heeft me geen seconde doen twijfelen aan de mogelijkheid dat het tellertje wel eens gewoon foutieve berekeningen zou kunnen maken.

En dat is dus precies wat het tellertje wel doet. En dat nog verrassend weinig consequent. In de afgelopen drie maanden zijn er namelijk weer enkele dagen van mijn leeftijd afgesnoept. Het is weinig bij de tijd, maar het houdt je anderzijds wel weer jong.

En voor de gezelligheid maakte het niets uit. Al viel het me wel een beetje tegen dat de huisgemaakte sangria toch vooral door mij moest worden opgedronken. Wat overigens helemaal geen straf was.

Homo Destinans – za 2 aug. 2008

decorruimte Breda Barst

Nog zeven weekeinden tussen nu en Breda Barst. Nog zeven weken dus om te werken aan het decor van misschien wel het leukste gratis festival van Nederland.

Nu was de decorgroep eigenlijk al een jaar of twee enigszins heimatlos. Goed, we hebben drie opslagplaatsen, verspreid over de stad – en dan reken ik de zolders van onze ouders voor het gemak maar even niet mee – maar een vaste plek om te werken hebben we sinds de sloop van de oude kweekschool nooit meer gevonden.

Tot onlangs vriend en decor-collega Joris een leegstaande supermarkt vond die nog een anti-kraakbewoner zocht. Het was liefde op het eerste gezicht, of althans, het was een werkbare relatie. Het huurcontract werd getekend en Joris, die naast decor-ruimte ook directeur en enige werknemer van Joris Timmer en Klusbedrijf is, had de beschikking over werk- en atelierruimte.

En daar zullen we de komende weekeinden dus vertoeven. In de oude C1000 in de wijk Ypelaar. Aan de straat die decennia geleden met een vooruitziende blik door de notabele van het stadsbestuur al vast de naam Jorisstraat werd toebedeeld.

Sommige dingen kunnen welhaast geen toeval zijn.

Homo Destingans – vr 1 aug. 2008

Belém - PA, Brazilië, (c) Google
Belém - PA, Brazilië, (c) Google

Het is geboekt. Er valt niets meer aan te veranderen. Geen annuleringsverzekering, het is definitief. Al stapelen de sterfgevallen zich binnen de familie op, ik ben in januari in Zuid-Amerika.

Vandaag kwam het verlossende telefoontje van Sebi: we vliegen vanaf Brussel naar Frankfurt en stappen daar over op de vlucht naar Sao Paulo. Daar wacht dan, als het goed is, de vlucht naar Montevideo. Totale reistijd: 25 uur en 40 minuten, waarvan 17 uur en veertig minuten vliegend, en acht uur wachtend.

Met deze ticket van een kleine duizend euro waren we er overigens nog niet. Er moest ook nog een interne vlucht naar Belèm in Brazilië. Ook een kleine zeshonderd euro. En misschien zit een bezoekje aan Buenos Aires er ook nog wel in.

Ik heb er zin in. En eigenlijk, zeker als ik op mijn werk moet aanhoren naar welke vakantiebestemmingen mijn collegae binnenkort allemaal vertrekken, zou ik morgen al willen vertrekken. Maar ik ben geduldig. Want wat is er nu heerlijker om op dertig december op het vliegtuig te stappen en ruim drie weken later gebruind terug te komen in een door de winter geteisterd Nederland.

Nu nog even kijken hoeveel het kost om mijn vlucht klimaatneutraal te maken. En hopen dat het niet zo koud wordt dat ik de elfstedentocht van januari 2009 ga missen.

Homo Benedictus – do 31 juli 2008

Antoniuskerk Breda

Het was opvallend druk op het terras de Boulevard. Ik kon nog net een stoel voor mezelf claimen toen ik rond kwart over acht een vegetarische maaltijd voor mezelf wilde bestellen.

Wat is dat toch met de Boulevard? Of beter gezegd, wat is het met het terras van de Boulevard. Sinds het rookverbod is ingevoerd, zit er bij droog weer geen klant meer binnen.

Het moet wel de tegenoverliggende Antoniuskerk zijn, of tegenwoordig zelfs Cathedraal aangezien de bisschop er zetelt. Zeker niet de lelijkste van alle waterstaatskerken die in de negentiende eeuw overal in Nederland verrezen. En voorzien van een Maria die minzaam op ons neerkijkt.

Het zal de goddelijke goedkeuring zijn. De spirituele verheffing die we genieten als we proosten met onze zoveelste Hoegaarden, DAB of Leffe. De hemelse bescherming bij het opsteken van de volgende peuk.

We zitten op het terras van de Boulevard. En God zag dat het goed was.

Homo Denudans – wo 30 juli 2008

Canal Pride

Ongeveer een week geleden stond er ineens ene Ramon Groothuis Pinto in de krant. Deze meneer wist ons te melden dat de meeste homo’s een afkeer hebben van de Canal Pride. Het beeld van extravagante, schaars geklede poten zou homo’s alleen maar stigmatiseren en maakt het voor veel homo’s moeilijker om uit de kast te komen.

Groothuis is eigenaar van Manview, een relatiebemiddelingsbureau voor homo’s en heeft onder zijn klantenkring gevraagd hoe men tegen de Canal Pride aankijkt. Nu ben ik persoonlijk van mening dat het nogal veelzeggend is wanneer zelfs het vinden van een levenspartner al aan een extern bureau wordt uitbesteedt, maar als mensen niet meer zelf willen jagen, is dat uiteindelijk hun eigen keus. Soit.

Groothuis en zijn klanten vinden dus dat de Pride een stigmatiserend beeld neerzet van homo’s. Hij doet daar zelf vervolgens ook nog eens flink aan mee door de deelnemers te omschrijven als „extravagante, losbandige homo’s”, alsof op elke boot alleen maar poedelnaakte mannen staan te dansen. Maar het ergste is dat hij min of meer beweert dat veel homo’s door deze beeldvorming minder snel uit de kast durven te komen. Daarmee beschuldigt hij het evenement van het creëren van een negatief klimaat voor homo’s. Terwijl juist de mate is waarin de samenleving de levensstijl van homo’s accepteert, die bepaald hoe homo-vriendelijk het klimaat is en hoe makkelijk je uit de kast kan komen.

Groothuis werkt daar in ieder geval niet aan mee, zo veel is duidelijk. Nog erger is het dat hij met zijn uitspraken de suggestie opwekt dat de Canal Pride maar beter niet gehouden kan worden, of op zijn minst wat minder ‘extravagant’ moet worden. En dat alleen omdat hij zichzelf er niet in herkent. Zijn soortgenoten moeten maar weer een beetje terug in de kast. Het zou in zijn ogen kennelijk een stuk beter zijn voor de homo-emancipatie als alle homo’s zich gewoon heteroseksueel gaan gedragen.

Voor alle duidelijkheid: het zijn niet de travestieten, de leernichten of de dramaqueens die de homo-emancipatie in de weg staan. Sterker nog, het zijn vaak deze uitgesproken voorhoedelopers geweest die de weg hebben vrijgemaakt voor een groeiende acceptatie van homo’s in het algemeen. De Canal Pride is in die zin ook vooral het vieren van het ‘anders zijn’. Anders zijn en er toch bij mogen horen.

Zo niet voor meneer Groothuis. Hij, samen met die negentig procent van zijn klantenkring die volgens zijn zeggen ook een afkeer hebben van de Canal Pride, zou het recht te zijn wie je bent voor een grote groep regenboogmensen kennelijk weer af willen schaffen. Met zijn opmerkingen in de media heeft hij de Nederlandse homo’s een slechte dienst bewezen. Misschien toch een reden voor zijn potentiële klantenkring om niet via zijn relatiebemiddelingsbureau, maar gewoon in de gayscene op zoek te gaan naar een geschikte levenspartner.

Homo Intolerans – di 29 juli 2008

Geert Wilders

Het is zeker niet goedkoop bedoeld. En wellicht ook niet helemaal eerlijk. Maar Geert Wilders is in zeker zin niet veel anders dan een salafist, de stroming binnen de Islam die hij het meeste hekelt.

Er ligt bij mij in de hoek van de woonkamer een stapel NRC’s van ruim een meter hoog. Wat heeft dat met Geert Wilders te maken? Nu, vrij weinig. Die stapel ligt er simpelweg omdat ik van mening ben dat ik nog niet alle achtergrondartikelen, opiniepagina’s en wetenschapsbijlagen voldoende heb doorgeplozen. En sinds kort wordt de stapel wekelijks weer een stukje dunner, in plaats van dikker.

Nu las ik zojuist in één van die kranten, die van 2 oktober 2007 welteverstaan, op de wetenschapspagina een interview met Bernard Haykel, hoogleraar Oosterse studies aan Princeton. Daarin licht hij een tipje van de burka op over het Salafisme.

Het Salafisme begon aan haar opmars in de jaren ‘70 als reactie op het failliete arabische socialisme en nationalisme, daarin gesteund door het door olie rijk geworden Saoudische regime. De beweging gaat uit van een absolute interpretatie van Koran en Soenna. Een eeuwenoude traditie van interpretatie en debat onder schriftgeleerden, zoals gebruikelijk onder de rest van de moslims, wordt door hen opzij gezet. Gods rede is niet te begrijpen, je moet haar simpelweg volgen, zo redeneren Safafi.

Salafi houden er een strenge levenswijze op na. Praktijken die onbekend waren aan de eerste generatie moslims, beschouwen zij als onzuiver. Salafi hebben dan ook op zijn best een ambivalente houding tegenover andere moslims en staan ronduit vijandig tegen de rest van het ongelovige gajes. Tot slot besluit Haykel met een verklaring voor de aantrekkingskracht van het meest radicale Salafisme op hedendaagse moslims in Europa en het Midden-Oosten: „Salafi bedienen zich van een gespierd taalgebruik dat indruk maakt en een gevoel van macht geeft. En hun ideologie bevat meer aantrekkelijke kanten: egalitarisme, vasthouden aan het authentieke, ondiepe gezagsstructuren.”

Dan nu de vergelijking met Wilders. Ook hij is wars van interpretatie en relativisme. Ook hij neemt de Koran letterlijk en laat -in zijn veroordeling- geen ruimte voor debat over de mogelijke betekenis van teksten. Maar ook het vrijheidsdenken dat Wilders zegt te omarmen, of zijn interpretatie van de verlichting, is een enge, strak omkaderde ideologie die geen ruimte laat voor verschillen van inzicht. En eigenlijk ook niet voor verschillen in identiteit. De ideologie van Wilders is net zo sectarisch als die van het salafisme.

Ook zijn beweging is een resultaat van teleurstelling in de bestaande ideologiën. Van links moest hij toch al niets hebben, maar ook de conservatief-liberale politiek heeft zijn zijn ogen gefaald. Hij richt zijn eigen beweging op die, bij gebrek aan enige partijstructuur, niet-hiërarchisch en derhalve tamelijk egalitair is. Je hangt zijn denkbeelden aan, of je doet dat niet. In het laatste geval ben je geen zuivere Nederlander maar een verrader of een lafaard, termen die Wilders graag bezigt.

Wilders heeft ook een hang naar het authentieke. Goed, hij is modern en gebruikt moderne technieken zoals internet, maar dat doen Salafisten ook. In zijn afhankelijkheidsverklaring verheerlijkt hij echter duidelijk het beeld van de authentieke Nederlander (of eigenlijk: Hollander), de koopman, de oorlogsheld, de entrepeneur en, god betere, eigenlijk ook de VOC-mentaliteit.

Wilders bedient zich van gespierd taalgebruik dat indruk maakt en een gevoel van macht geeft. Op zijn minst aan diegenen die vatbaar zijn voor dezelfde teleurstelling die Wilders meent tentoon te moeten spreiden over het Nederland van nu.

Tot zover de vergelijking. Want Wilders pleegt geen aanslagen en is geen terrorist. Overigens waren de oorspronkelijke Salafi dat ook niet. De reflexen van Wilders zijn op een aantal kenmerkende punten echter verdacht gelijkend op die van zijn grootste tegenstanders. Op zich zie je dat bij ultra-conservatieve stromingen wel vaker: terugkruipen in de eigen schulp, een wantrouwen tegen andersdenkenden of het creëren van een vijanddenken. Het gedrag van de meest extreemsten onder de salafi zou dan ook een waarschuwing moeten zijn voor de sympathisanten van Wilders. Zijn visie lost niets op, maar zet verhoudingen op scherp en verscherpt tegenstellingen die er voorheen niet of minder waren. En daar komt in welke vorm dan ook ellende van.