Homo Spectans (1) – zo 8 juni 2008

EK 2008

Het was rustig in Café de Beyerd. Sterker nog, op het personeel en een tweetal gasten na was het uitgestorven.

„hè hè, eindelijk rust” zei ik bij binnenkomst.

„Nee hoor”, riep Marius van achter de bar. „De rust is net afgelopen.”

Ik moest er nog even aan wennen dat het EK al weer begonnen was.

Homo Saltans – za 7 juni 2008

Dattah - Ceci, n'est pas moi

Als je creatieve vrienden hebt, betekent dat dat je af en toe je agenda moet omgooien. Jaap had een uitvoering met dansgezelschap Dattah.

Dattah is een amateurgezelschap dat voornamelijk bestaat uit studenten. Hun voorstelingen, of beter, hun choreografiën, hebben een hoog associatief gehalte. Tijdens de repetitie wordt een thema uitgewerkt in beweging en beleving. Anderen associëren weer verder en vanuit het samenspel tussen dansers, choreograaf en art-director ontstaat uiteindelijk een voorstelling. Die voor de toeschouwer niet altijd even makkelijk is terug te herleiden tot het oorspronkelijke thema. Maar dat is bij moderne dans ook helemaal niet zo erg.

Dans blijft een aparte vorm in de podiumkunst en dat komt vanwege het lijfelijke aspect. Toneel en muziek zijn genres met een duidelijk verhaal. Bij dans is het lijft zelf het communicatiemiddel. En dat heeft twee uitwerkingen.

Allereerst de danser zelf, die met zijn lijf bezig is. De beweging, de fysieke inspanning, de danser geeft zijn lijf bloot. Het publiek is vervolgens ook met dat lijf bezig, observeert het en ervaart de schoonheid van dat lijf en de bewegingen. Ik kan me geen ander genre bedenken waarbij de performer zijn lijf zo ongegeneerd aan de buitenwereld toont en het publiek dat vervolgens zo ongegeneerd bekijkt. En dat maakt dans in zekere zin behoorlijk intiem.

Ja, goed, in letterlijke zin zou een erotische bar op dat punt nog hoger scoren. Maar naakt is toch iets anders dan bloot.

Homo Impellens – vr 6 juni 2008

Fokke en Sukke zijn wanhopig

Het zou voorlopig de laatste keer zijn dat het organisatiepanel van het toekomstproject van GroenLinks bij elkaar kwam. Op tafel lag een concept van het visiestuk dat als basis gaat dienen voor het congres in November.

Openheid, dat was eigenlijk wel een beetje de kern van het concept. GroenLinks moet zich zo organiseren dat het behalve kiezersvereniging ook een open vereniging is voor debat en meningsvorming, met de blik meer naar buiten gericht. GroenLinks als netwerkpartij, die gebruik weet te maken van de expertise van leden, met een actief scoutingsbeleid en moderne, veelzijdige communicatiemogelijkheden. Een geheel aparte passage was gewijd aan de partijcultuur, die enerzijds uitgaat van vertrouwen in de veelzijdige samenleving en ruimte geeft aan diversiteit. Anderzijds wordt in die paragraaf vastgesteld dat een aantal gremia binnen de partij elkaar te veel in een houtgreep houdt: teveel checks, te weinig balances.

Toch knaagde het. Want hoewel het stuk uitging van de positie van leden en bondgenoten binnen de partij, werd nergens ingegaan op de functie en inrichting van interne besluitvormingsprocedures. Tijd om mijn basisdemocratische overtuiging nog eens uit de kast te halen.

Nu is ledendemocratie zo ingericht dat de invloed van de leden aan het einde van het proces zit. Er ligt dan een kant en klaar voorstel, en het enige dat er nog rest is het voorstel aan te nemen of af te wijzen. Ja of nee, meer smaken zijn er niet. In het beste geval kan er met een amendementje nog een tekstwijziging doorheen gejast worden, maar het blijft gerommel in de marge: weinig verheffend.

Democratie moet inhouden dat de spelers in een veel eerder stadium in het proces betrokken worden, namelijk in het stadium van meningsvorming en discussie. De uitkomst van dat proces is een stuk dat daadwerkelijk onder invloed van leden tot stand is gekomen en in essentie dus democratischer. Het stemmen over de uitkomst is slechts het sluitstuk van de ledendemocratie, niet het begin.

En zo zal het in het visiestuk ook ongeveer terechtkomen.

Homo Detergens – do 5 juni 2008

hoofddoekjes

De hoogste Turkse rechtbank heeft de opheffing, enkele maanden geleden, van het hoofddoekjesverbod op universiteiten weer teruggedraaid. De strijd tussen religieus en seculier Turkije gaat door.

De hoofdoekjeskwestie is in Turkije een gevoelig punt. Misschien wel één van de gevoeligste. Het hoofddoekje staat symbool voor het Turkse secularisme. En die is nogal anders dan de scheiding tussen kerk en staat zoals wij die kennen.

Om een voorbeeld te geven: de Turkse seculiere staat kent een minister van geloofszaken. Iets wat in Nederland ondenkbaar zou zijn. Hier betekent de scheiding tussen kerk en staat immers dat de staat zich verre houdt van de organisatie, inrichting en beleving van religie. In Turkije moet de religie door de overheid worden gereguleerd.

Voor de duidelijkheid, als het gaat om Nederland ben ik voor de vrijheid van religie en dus ook voor de vrijheid om hoofddoekjes, keppeltjes, kruisjes, chadors en weet ik veel wat te dragen. Dat behoort een individuele keuze te zijn: zonder groepsdrang, maar ook zonder overheidsdrang. Slechts in bepaalde functies, die van rechter bijvoorbeeld, is het dragen van religieuse (of politieke) symbolen ongepast. En als ik dat voor Nederland vind, zou ik daar wat Turkije betreft niet anders over moeten denken.

Probleem is: Turkije is geen Nederland, net zoals Duitsland geen Frankrijk is. De strenge vorm van secularisme in Turkije is een regelrecht gevolg van de tijd van het Sultanaat, toen de geestelijk en politiek leider dezelfde persoon was. Nadat het Sultanaat was gevallen, wilde Mustafa Kemal Atatürk een seculiere staat. En met de daaropvolgende islamisering van het Midden-Oosten is dat secularisme altijd broos gebleven. Het hoofddoekjesverbod op universiteiten en in het parlement heeft een hoog symbolische waarde: valt dat bastion, dan is de islamisering van Turkije begonnen.

Maar het hoofddoekjesverbod heeft een tweede symboolwaarde. Als seculier symbool is het verbod een speeltje van de seculiere politieke elite, die op hoge afstand staat van het volk dat voor 90% (al dan niet gematigd) islamitisch is. Het hoofddoekje is dus ook het ding dat de gevestigde orde, de top van het land, scheidt van de rest. Die seculiere elite is al ruim vijf jaar de macht kwijt, sinds dat de islamitische AK-partij (een soort SGP in CDA-kleren) tot twee maal toe een absolute meerderheid in het parlement heeft weten te bewerkstellingen. De seculiere partijen zijn ‘oude politiek’. De AK-partij is moderne politiek.

De AK-partij, die onlangs het hoofddoekjesverbod heeft opgeheven) is niet geïnteresseerd in individuele vrijheid. Ze is geïnteresseerd in meer ruimte voor gelovige, islamitische Turken. Vooralsnog lopen die twee, min of meer toevallig, gelijk op. De AK-partij lijkt dus een partij die burgerrechten hoog in het vaandel heeft staan, maar ik waag dat te betwijfelen. Concrete bewijzen voor die twijfel heb ik niet. Vooralsnog kom ik niet veel verder dan de constatering dat een gevaarlijke partij veel goede dingen weet te bereiken.

Wat vind ik nu van het hooddoekjesverbod. Principieel ben ik van mening dat dat opgeheven dient te worden. De scheiding tussen moskee en staat moet in Turkije anders, minder rigide, worden ingericht. Moskee en staat zijn aparte grootheden. De moskee houdt zich aan de wet, de staat bemoeit zich niet met de moskee en met religieuze uitingen.

Maar het opheffen van het hooddoekjesverbod? Eigenlijk gun ik de AK-partij deze op religieuze gronden ingegeven overwinning niet. Dan trek ik liever nog op met de elitaire seculier dan met de islamist.

Volgens mij heeft Turkije dringend behoefte aan een progessieve linkse en seculiere groene partij.

Homo Superbus – wo 4 juni 2008

Oranje

De Tweede Kamerfractie van GroenLinks is ernstig verdeeld. Dat komt door een verbouwing. Een deel van de medewerkers en kamerleden moet daardoor tijdelijk elders in het gebouw werken.

En dus zitten het secretariaat, de publieksdienst, een aantal beleidsmedewerkers en het Kamerlid Tofik Dibi ineens op de gang naast Rita Verdonk. Een gang die, vanwege het aanstaande EK, door het secretariaat volgehangen is met oranje vlaggetjes.

Je zou denken dat dat een band schept. Maar Rita schijnt helemaal bepaald not amused te zijn met die oranje vlaggetjes en heeft al gevraagd wanneer ze weggaan. En dat vond ik vreemd. Kennelijk is Rita Verdonk helemaal niet zo trots op Nederland.

Homo Plantans – di 3 juni 2008

Guerilla Gardening

Omdat de wereld al lelijk genoeg is, zo had GroenLinks bedacht, moeten we de lelijke plekken in de stad maar eens op gaan fleuren. En omdat het grappig is natuurlijk.

Guerrilla Gardening is een rage uit Engeland. Gewoon een paar mooie planten meenemen en een lelijk stukje stad, braakliggende grond of verdord perkje oppimpen. Zonder toestemming, zonder vergunning. Anarchistisch tuinieren.

Politiek is vaak al serieus genoeg.

Homo Vanus – ma 2 juni 2008

Hibernate

Heel irritant. Je zit in de trein, klapt je laptop open en blijkt vergeten te zijn het rotding op te laden. Het is vast weer maandag.

Net nu ik bijna bijliep met mijn weblog. Net nu ik de stukjes van het weekeinde wilde schrijven. Net nu ik een unicum in de bloggeschiedenis wilde bereiken: actueel zijn en niet achter de feiten aanlopen. Niet de techniek, niet de witte vlekken (of beter, zwarte gaten) in het UMTS-netwerk van KPN rond Gilze Rijen, maar mijn eigen vergetelheid was de oorzaak. Te druk gehad om het stekkertje in de schootcomputer te stoppen.

Een treinreis zonder mail, zonder internet, zonder tekstverwerker. Ik voelde me teruggeworpen in de pré-historie. Uit verveling pakte ik één van de vele exemplaren van de treintabloid. Dat zul je dan altijd zien: geen ‘De Pers’ te bekennen.

Ik moest me behelpen met een Metro. Het moet wel maandag zijn.

Homo Lavans – zo 1 juni 2008

wasmachine

Joris was net klaar met het betegelen van het wasmachinehok. Met een netjes afgewerkte afvoer. Die alleen nog maar even aangesloten hoefde te worden. Daar besloot de wasmachine echter niet op te wachten.

De afvoerpomp was lekgeslagen. En dus kwamen Joris en Liesbeth enkele dagen geleden onverwacht langs met een tas vol natte, halfschone kleren. Of ik hun wasje wilde afdraaien. En vandaag kwamen ze die ophalen, vergezeld van een sixpack Hoegaarden.

Nu zou je verwachten dat dat qua witgoed ongeveer wel het grootste avontuur is dat je kunt beleven. Niet helemaal: enkele weken geleden zat mijn afvoer verstopt, waardoor bij het afpompen van de wasmachine het water uit de afvoerleiding gutste. En laat die leiding nu precies boven het stopcontact zitten waar de wasmachine en de afwasmachine op draaien.

Ik was er toen snel bij en wonder boven wonder is de stop er niet uitgesprongen. Dat gebeurde vandaag alsnog. Zonder aanwijsbare redenen overigens, want nergens zag ik sporen van nieuwe lekkages. Wel hoorde ik drie keiharde knallen en waren het stopcontact en de stekker van de verlengdoos zwartgeblakerd.

Ik denk dat ik dat stopcontact maar ga verplaatsen, dacht ik onderweg naar de kroeg. Ik was vast van plan vandaag niets te drinken, maar zoveel avontuur op een zondag is te veel.

Homo Voluntarius – za 31 mei 2008

Boogiedown Breda

Met hiphop heb ik niet bijzonder veel. Toch heb ik me laten overhalen om vrijwilliger te zijn op het eerste Bredase gratis hiphop openluchtfestival Boogiedown Breda.

Ik had wel sympathie voor de jonge organisatoren, allen ergens rond de twintig, die met veel lef en een flinke bak gemeentelijke subsidie in enkele maanden tijd een serieus festival uit de grond gestampt hebben.

Dat lieten ze zich geen twee keer zeggen. Of ik maar wilde beginnen met een muntendienst en ook maar meteen barhoofd van de tweede shift wilde worden. Een shift van vijf tot elf ‘s avonds, dus aanmerkelijk drukker dan de vroege bardienst. En ook nog met een kleinere ploeg, zes vrijwilligers in plaats van acht. Dat werd dus lekker doorwerken.

Ik heb altijd liefst een ploeg die een tikkie krap is dan te groot. Niets zo saai als wachten p werk. Dus we konden ons hart ophalen: gesjouw met vaten, flink doortappen, een enkele keer een instructie fustverwisselen en na een korte gewenningsperiode een goed geoliede samenwerking. En uiteraard mijn stem weer aan gort.

Barren op een festival. Veel leukere dingen zijn er niet te doen. Of, zoals Leo van Lieshout vanaf de andere kant van de bar het nog het meest treffend verwoordde: „het zal weer eens niet dat Akinci op een festival achter de bar staat.”

Homo Truncuns – vr 30 mei 2008

Jannes Mulder

Sta de lichte vorm van vrouwenbesnijdenis maar toe, schreef oncoloog Jannes Mulder in het vakblad Medisch Contact. Hij hoopt daarmee de verminkende vorm van besnijdenis, waarbij het hele zootje wordt weggesneden, terug te dringen. Het duurde niet lang voordat iedereen over hem viel.

Ja, vrouwenbesnijdenis is verschrikkelijk. Überhaupt ben ik van mening dat elk niet-medisch noodzakelijk en onomkeerbaar ingrijpen in het menselijk lichaam bij minderjarigen strikt verboden moet worden. Tatoeages misschien als enige uitzondering. En aangezien heel Nederland vrouwenbesnijdenis een verschrikking vind, was een rel geboren. Met de politiek als meest verontwaardigde partij.

Jammer dat daardoor niemand meer hoorde wat Mulder werkelijk bedoelde. Zijn argumentatie was als volgt: vrouwenbesnijdenis is een rituele handeling. Sommige groepen hechten nogal aan dat ritueel, hoe verwerpelijk ook. Het ritueel bestaat in vele vormen, waarbij de incisiemethode de meest milde vorm is, een speldenprik in de clitoris. Strikt genomen is hier van verminking geen sprake, behalve het kleine stukje bindweefsel dat vervolgens op de plaats van de prik ontstaat: een klein litteken. Van enige vermindering van de seksuele beleving is geen sprake. Incisie is op geen enkele manier te vergelijken met de vele andere, brute vormen van vrouwenbesnijdenis.

Nu is vrouwenbesnijdenis, ook in deze milde vorm een tamelijk vrouwonvriendelijk, onderdrukkend ritueel. Maar, zo denkt Mulder, als de rituele waarde voor mensen de overweging is om hun dochter te verminken, zou het dan niet de moeite waard zijn om mensen zo ver te krijgen voor de milde incisiemethode te kiezen. In hoeverre verschilt dat moreel nog van de steeds populairder wordende schaamlipcorrecties en weet ik veel wat allemaal. Samenvattend: een klitje geprikt is een klitje gespaard, in de gedachte van Mulder.

Nu vraag ik me af of zijn idee in de praktijk zou werken. Ik heb daar zo mijn twijfels bij: zouden er mensen over te halen zijn om ‘slechts’ voor incisie te kiezen. Maar ondanks mijn twijfel, vind ik het de moeite waard om dat eens wat verder te onderzoeken. Elk meisje dat je op deze manier eventueel kunt redden is de moeite al waard.

Maar niets daarvan: de politiek schreeuwde om het hardst dat het een schande was. Dezelfde politiek overigens, die onder het mom van de vrijheid van religie, al eeuwenlang toestaat dat jongetjes van hun voorhuid worden beroofd door mensen omdat dan wel de rabbi, dan wel de imam zegt dat het goed is. Over niet medisch noodzakelijke genitale verminking gesproken. Hypocriet zijn ze.