Homo Denegans – wo 27 aug. 2008

Nee. Natuurlijk was het niet Zjakelien Kramer die de advertentie in Bluf! Had ondertekend. En al helemaal niet als voorzitter van Milieudefensie. Erg geloofwaardig klinkt het allemaal niet.

Wat mij het meeste stoort aan dit nieuwe hoofdstuk van de affaire Duyvendak is de glasharde ontkenning van Cramer dat zij achter de advertentie zou staan. Het relevantie is niet zo zeer of zij destijds daadwerkelijk toestemming heeft gegeven voor het gebruik van haar naam, maar dat zij nu een beeld oproept dat het ondertekenen van de advertentie ook fout was. En dat is het natuurlijk allerminst.

De gewraakte advertentie had destijds één doel: de mogelijke vervolging van de Bluf!-redactie voor het publiceren van geheime documenten te voorkomen. De ondertekenaars deden dat door te claimen dat zij de opdracht hadden gegeven deze te publiceren. Ofwel, de redactie, dat zijn wij.

De advertentie spreekt nergens haar goedkeuring uit voor de inbraak bij het ministerie of het concreet publiceren van de adresgegevens. Toentertijd konden de ondertekenaars ook niet weten dat Bluf! Of leden van de redactie zelf betrokken waren bij de inbraak.

Zjakelien Kramer moet dus ontzettend trots zijn op haar handtekening. Zij sprak zich uit voor het recht van een redactie om informatie te onthullen die de regering onterecht geheim probeerde te houden, voor het recht op persvrijheid en vrije nieuwsgaring. Voor het recht dus eigenlijk ook van vrije meningsuiting. Dat is niet iets om je voor te schamen.

Waar ze zich voor moet schamen, is dat ze met haar ontkenning het beeld heeft neergezet dat het ondertekenen van de advertentie fout was. Ze heeft de rest van de ondertekenaars gecriminaliseerd. En dat had de minister nu niet moeten doen.

Homo Paenitens – di 26 aug. 2008

Stiltecoupé

Zonder blikken of blozen stak ik in de treincoupé een sigaret op. Even werd het stil.

Totdat als eerste de mevrouw, die net nog in een zeer geanimeerd gesprek met haar vier al even luidruchtige vriendinnen was verzeild, haar stem begon te verheffen. Waar ik wel niet mee bezig dacht te zijn en of ik dan helemaal geen fatsoen in mijn donder had.

Ook anderen begonnen zich er mee te bemoeien. De twee jonge Afrikanen konden mijn vermeend rebelse daad wel waarderen. Anderen vonden het niet door de beugel kunnen. Of ik niet besefte dat andere mensen daar kanker van konden krijgen. Een zachtaardige man probeerde met een pedagogische insteek zelfs uit te leggen dat het roken in de trein toch al weer zo’n acht jaar geleden is afgeschaft.

„Sorry”, antwoordde ik, maar als jullie mogen praten in de stiltecoupé, mag ik vast ook wel roken in deze niet-rokerscoupé. Toen het stil werd drukte ik tevreden mijn peuk uit.

Althans, zo ging dat in mijn hoofd. In het echt zat ik me natuurlijk de hele reis groen en geel te ergeren.

Homo Laborans – ma 25 aug. 2008

uitgeleefd toetsenbord

Mijn laatste week bij Stichting Natuur en Milieu, de eerste vergadering in mijn nieuwe functie van communicatiemedewerker voor de Tweede Kamerfractie en het project over ontwikkelingssamenwerking. En het politieke seizoen is ook weer begonnen.

Deze week heb ik eigenlijk vier banen. Een absoluut record, volgens mij. En vandaag heb ik zelfs in alle vier deze functies acte de présence gegeven. Het avondmaal bestond uit Sushi van de Appie-om-mee-te-nemen, met stokjes, gegeten tijdens de fractievergadering. Best zeer goed te pruimen eigenlijk.

De vakantie is voorbij, het normale leven begint weer. Geen bejaarden meer die voor negenen in de trein zitten. Geen koffers meer die het gangpad versperren, of fietsen die het balkon blokkeren. Geen zwetende vaders met luidruchtige kinderen of jankende baby’s. Geen zitplekken meer in de trein tussen Breda en ‘s Hertogenbosch. De wereld is weer normaal.

Normaal? Nee, niet normaal. Wel gewoon!

Homo Conveniens – zo 24 aug. 2008

Rond een uur of half een kroop ik uit het bed van Robin, met wie ik bij een vorige gelegenheid ook al eens de hele nacht had doorgehaald. De deken was ook veel te klein om ons beiden te bedekken.

Robin is een goede vriend van Sebi en hooguit een vage, maar zeker zeer sympathieke bekende voor mij. Aangezien de laatste nachttrein al lang was vertrokken, was hij de vorige avond zo aardig om me een slaapplaats aan te bieden. Pelita en Willemijn, de en een vriendin van Sebi gaven samen met hem een feestje omdat ze respectievelijk jarig waren, voor langere tijd naar het buitenland vertrekken of gewoon zin hadden in een feestje.

De feestjes van Sebi zijn altijd legendarisch. Vrijwel niemand durft dan ook wel te blijven, bang om weer iets volstrekt unieks te missen. Ik was die avond gehuld in driedelig pak, gewoon, omdat ik daar zin in had. Een enkeling drukte bij mijn binnenkomst in de in een kelder gevestigde kroeg aan de Oude Gracht zenuwachtig een joint uit in de veronderstelling dat ik van de rookpolitie was. Zou een reggae-concert, als religieuze uiting, niet buiten het rookverbod vallen?

Dat de desbetreffende kroeg om één uur al dicht ging, bracht de feestgangers slechts kortstondig van slag. Vrij snel vonden wij ons nieuwe onderkomen in het oude Pothuys en daarna in de Caravon, een kroeg die ogenschijnlijk geen sluitingstijden kent..

Het eindigde uiteindelijk, ver na de laatste nachttrein terug naar Breda, rond een uur of negen ‘s ochtends met een laatste sambuka bij Robin en Floris, een stel vrienden van Sebi die, ondanks hun inmiddels gepasseerde studententijd, samen een soort van studentenwoning delen.

Het was inderdaad weer een legendarisch feest. Waarbij ik me, zo herinnerde de eveneens logerende Gijs me de volgende middag, met één of andere blonde gast weer eens ongelooflijk sletterig gedragen heb. Een onberispelijk pak wil niet zeggen dat je je onberispelijk hoeft te gedragen.

Homo Exornans – za 23 aug. 2008

decorstuk 'Pacman: Kimagure'

„Piep, piep”, zei mijn telefoon. Berichtje van Joris, „Koffie om half tien bij jou thuis?” Bij het terugbellen ging mijn batterij dood. Moderne communicatie is zo frustrerend.

Rond tien voor tien stond Joris voor de deur, ongeveer tegelijkertijd dat ik naast mijn bed stond. Het was aanvankelijk niet mijn bedoeling om mee te helpen met de decorgroep vandaag, maar een kopje koffie kon altijd natuurlijk. Of het nu uiteindelijk Joris is geweest of de koffie, één van de twee heeft me weten te overtuigen.

Nog precies een maand voor het begin van Breda Barst. De decorgroep moet meters maken. De eerste bakken Standtex zijn al weer besteld en de vormeloze hardboardplaten beginnen langzamerhand ergens op te lijken. Het is de evolutie van het decor: waar de eerste jaren nog dikke houten platen werden gebruikt, iets dat al snel werd ingeruild voor triplex, is het gebruikte materiaal nu hardboard. We gaan met onze tijd mee, onze attributen worden steeds dunner en lichter.

Bij de lunch vroeg Joris zich af hoe lang we dit nu al deden. Al zo’n zeven of acht jaar, was de conclusie. Decor kun je kennelijk nooit genoeg hebben.

Homo Insolens – vr 22 aug. 2008

Beste Boy,

Zo’n zes jaar zijn wij collegae van elkaar, als lid van de Bredase gemeenteraad. Jij voor Leefbaar Breda, ik voor GroenLinks. Sinds 2002 zijn we zelfs allebei fractievoorzitter en zitten we samen in de tamelijk ongelukkig en onhandige ‘derde ring’ van de raadszaal. Eén van de minder prettige gevolgen van de invoering van het dualisme.

In die zes jaar tijd heb ik je leren kennen als een raadslid dat zich met volle overgave inzet voor het kleine leed in de stad. Geen kwestie is jou te min, of het nu gaat om Belgen die geconfronteerd worden met een afgesloten rondweg, streng optredende hondenwachters of de jaarlijks terugkerende vragen over zwerfvuil. Regelmatig staan we politiek lijnrecht tegenover elkaar, soms strijden we zij aan zij, zoals bij de ontruiming van de Heilig Hartkerk of het memorabele debat over de zendvergunning voor de lokale omroep. Soms vind ik dat je doordraaft. We hebben andere politieke uitgangspunten en daarvoor is in een democratie alle ruime. Wat ik waardeer is dat je van de gemeentelijke overheid eist dat deze absoluut transparant en rechtvaardig te werk moeten gaan. Ik deel die mening: een overheid moet fatsoenlijk te werk gaan.

Maar ik vind dat je gisteren te ver bent gegaan met je schriftelijke vragen omtrent de aanstelling van Els Aarts als tijdelijke vervanger van André Adank. Allereerst zet je onze Tilburgse buur neer als een stad die bezig is Breda op te slokken. Vervolgens stel je dat er in het Bredase college geen plaats zou zijn voor twee capabele vrouwen omdat die elkaar in de haren zouden vliegen. Je insinueert dat de twee Tilburgse wethouders (Willems en Aarts) in het college zitten als een infiltrant van de gemeente Tilburg en, alsof dat allemaal al niet erg genoeg is, pak je de wethouders Oomen en Van Yperen aan op hun lichamelijk gewicht. Je vraag om in de begroting 2010 de kosten van een cursus sumo-worstelen voor deze heren op te nemen om in geval van conflict tussen beiden te komen, is in de verste verte niet politiek relevant te noemen, en is qua humor uitermate smakeloos en onfatsoenlijk. Je vragen zijn seksistisch en Tilbofoob.

Een fatsoenlijke overheid kan alleen bestaan bij de gratie van een fatsoenlijke politiek. Dat betekent in mijn ogen op zijn minst dat wij, raadsleden en bestuurders, op een nette en volwassen wijze met elkaar omgaan. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, om elkaar toch met waardigheid te bejegenen. Dat het in Den Haag steeds normaler wordt om grof taalgebruik te hanteren, wil niet zeggen dat we dat in Breda maar moeten overnemen.

Het zou je sieren als je de vragen zou intrekken. Wellicht is het ook een idee bij de eerste collegevergadering na de installatie van Els Aarts gebak te laten bezorgen bij het college. De kosten daarvan kunnen dan ondergebracht worden in de post ‘relatiebeheer’ op de Begroting 2008 van de fractie van Leefbaar.

Met hartelijke groet,

Selçuk Akinci

Homo Culinis – do 21 aug. 2008

Wijnand Duyvendak getaart

Laat ik er maar volstrekt helder over zijn: ik vind het taarten van iemand geen terroristische actie.

Het gaat bij GroenLinks al enige tijd over wat wel en geen tolerabele acties zijn. Eén van de grenzen die daarbij tamelijk onomstreden is, is dat je geen geweld tegen personen mag gebruiken. Dus nadat leden van het extreem-rechtse Voorpost gisteren, tijdens de presentatie van het boek ‘Klimaatactivist in de Politiek’ vakkundig een taart tegen het gezicht van Wijnand Duyvendak plaatste en de tamelijk voor de hand liggende grap ‘de taart kwam van rechts’ geboren werd, ontstond al snel de discussie over of het taarten van iemand nu wèl of niet binnen de grenzen van het acceptabele valt.

Eerlijk gezegd heb ik de taartacties altijd wel kunnen waarderen als ludieke acties. Ik kan me ook niet herinneren dat ik overmand werd door een zwaar gevoel van verontwaardiging toen Bill Gates, Pat Buchanan of Gerrit Zalm getaart werden. Of Ralph Nadar, om maar eens iemand uit het eigen politieke kamp te noemen.
Het taarten in Nederland heeft een lugubere bijsmaak gekregen vanwege de taart van Fortuyn. Allereerst vanwege de vermeende maar nooit bewezen onsmakelijke ingrediënten van die taart en vervolgens vanwege de moord op Fortuyn.

Sommigen beweren dat taarten een schending van de lichamelijke integriteit zou zijn en derhalve een vorm van geweld. Ik heb daar vraagtekens bij. In dat geval zouden de films van Stan Laurel en Oliver Hardy namelijk behoorlijk wat geweld bevatten. Alsmede sommige afleveringen van Bassie en Adriaan. Ik kan me echter niet voorstellen dat beide bij de filmkeuring in aanmerking komen voor het predikaat 16+. Het idee dat een taart het begin is van acties die uiteindelijk tot moord leiden, wijs ik van de hand.

Het is echter wel van belang om bij het taarten van mensen een aantal regels (rules of engagement) in acht te nemen. Ik doe een poging ze hier te formuleren.

  • het taarten gebeurt in volle openbaarheid van dader en motief;
  • de taarter is bereid om verantwoording af te leggen bij een rechter;
  • het taarten gebeurt tijdens openbare gelegenheden, bij voorkeur in aanwezigheid van visuele media (tv);
  • elke persoon wordt slechts één maal om dezelfde reden getaart. Wie het eerst komt, die het eerst taart;
  • het taarten gebeurt uitsluitend met slagroomtaart, omdat deze vlekken tamelijk eenvoudig te verwijderen zijn. De taart bevat verder geen taart-vreemde ingrediënten;

Ik kan me best voorstellen dat het even schrikken is, wanneer er met hoge snelheid een slagroomraart op je afvliegt. Maar de aanvankelijke reactie van Wijnand dat hij graag bereid was om met de gooiers in discussie te gaan, vond ik erg sterk. De aangifte had wat mij betreft ook niet gehoeven en ik zou het sportief vinden als hij deze, na zo’n gesprek bijvoorbeeld, intrekt. Het zou een mooi gebaar zijn naar alle toekomstige taarters. Verder wil ik afsluiten met de gevleugelde woorden ‘eigen taart is goud waard’…

… in de wetenschap dat bij de eerstvolgende raadsvergadering ik natuurlijk wel eens de lul zou kunnen zijn.

Homo Cantans – wo 20 aug. 2008

Koor Tegen de Wind Mee

Een jaar of zeven. Zo lang heb ik volgens mij op het koor gezeten. Gisteren heb ik afscheid genomen. Of liever, een time-out. Het koor houdt niet van afscheid.

Het koor Tegen de Wind Mee was in 1967 opgericht als het Bredaas Socialisties Koor, aanvankelijk als gelegenheidskoor voor de één mei viering. Maar de jonge idealisten van toen vonden het eigenlijk wel een goed idee om bij elkaar te blijven om zo in woord en gezang de socialistiese revolutie dichterbij te brengen.

Nu zijn dertig jaar na dato de revolutionaire wensdromen er wel vanaf. Maar de idealen, tegen onrecht, uitbuiting en onderdrukking en voor vrede en voor het milieu zijn nog onverminderd actueel. Een aantal strijdliederen van het eerste uur worden zelden of nooit meer gezongen, anderen, waardonder liederen van Eisler en Brecht, zijn altijd gebleven.

Eén van mijn persoonlijke favorieten is het Nkosi Sikelele, het strijdlied van het ANC en, na de afschaffing van de apartheid het volkslied van Zuid Afrika. Het Zuid-Afrika-repertoire heeft altijd een belangrije plek gehad op de liederenlijst en wordt, ruim tien jaar na het einde van de Apartheid nog steeds vol overgave gezongen.

Nog één keer zong ik in mijn beste Turks de solo van het anti-autoritaire Merhaba. Maar als afsluiter verkoos ik toch vooral het Nkosi. Voor Azania.

Homo Aestivus – di 19 aug. 2008

Flyer Dok19

Het laatste Valkenbergconcert. De bonnen moesten op En blijkens de drukte waren we niet de enigen die dat dachten.

Och, Valkenbergconcert, ze kunnen het ook Valkenbergreceptie noemen. Slechts weinigen hebben aandacht voor de muziek. Toen enkele weken eerder de zanger van een band de sfeer er nog even in probeerde te krijgen met de kreet ‘show me some anarchy’, reageerde er dan ook volstrekt niemand. Zijn afscheidswoorden „Breda, jullie waren een geweldig publiek”, dingen kansrijk mee naar het predikaat ‘meest ironische woorden van 2008’.

Met het laatste Valkenbergconcert komt er ook een einde aan de succesvolle Dok19-afterparty’s. Sterker nog, zelfs de editie van vandaag werd maar matigjes bezocht. De verloven zijn voorbij morgenochtend is het voor velen kennelijk weer vroeg dag.

Toch heel anders dan slechts enkele weken geleden, toen Dok werd overstelpt door nieuwe vrienden en oude bekenden. Onder het mom van een feestje vloeide rijkelijk het bier. Velen gingen slechts naar de Valkenbergconcerten als excuus om daarna naar de afterparty te gaan. Sommigen sloegen de concerten in het park zelfs geheel over.

Alas, het is weer voorbij. Seks, drugs en rock ‘n roll zijn leuk, maar kennelijk niet zo leuk als de volgende morgen fris en fruitig op het werk komen. Het verantwoordelijkheidsgevoel begint te drukken. De zomer nadert ras zijn einde.

Homo Fruniscens (2) – ma 18 aug. 2008

Cartoon: Lectrr
Cartoon: Lectrr

Ik ben geen trouwe Lowlands-ganger. Ik heb iets meer met grote broer Pukkelpop dat in het zelfde weekeinde in Hasselt-Kiewit plaatsvindt. Ik ben ergens aan het einde van de jaren ‘90 een keer op Lowlands geweest en vond het eigenlijk wel goed zo.

In dat jaar waren de lange pluche hoeden erg populair onder de alternatieve scene. Ik geloof dat ik nog nooit zoveel felgekleurde hoeden bij elkaar gezien heb als dat jaar in Biddinghuizen. Sindsdien is het nooit meer helemaal goed gekomen tussen Lowlands en mij.

Lowlands is sympathiek, ook al wordt het georganiseerd door het aanmerkelijk minder sympathieke Mojo. Het Lowlands-publiek is minstens net zo sympathiek. En eigenlijk is het concept van een stadje van 55.000 mensen, die zoveel bejubelde mini-samenleving met eigen wetten en regels, ook hartstikke sympathiek. Maar dat veel besproken Lowlands-gevoel wordt ook wel heel erg gehypet. Elk groot meerdaags festival is namelijk een mini-samenleving en heeft zo zijn eigen gevoel. Zo vindt ik de wandeltocht tussen camping en festivalweide, met alle spontane ontmoetingen, die dagelijks afgelegd wordt tijdens Rock Werchter ook volstrekt uniek.

Pukkelpop, zei ik. Ja. Niet dat ik een zeer regelmatig Pukkelpop-ganger ben, maar als ik zou mogen kiezen wat ik het derde weekeinde van Augustus zou moeten doen, verkies ik Pukkelpop. Die voorkeur heeft zijn oorsprong in een drietal zaken die Pukkelpop onderscheiden van Lowlands.

Allereerst de programmering. Lowlands meent, naast muziek, ook tal van andere kunstdisciplines te moeten programmeren. Helemaal niets mis mee natuurlijk, maar als ik naar een festival ga, doe ik dat voor de bandjes. Niet om naar de film te kunnen gaan of in een sauna te zitten. Daarnaast is de programmering van Pukkelpop vaak toch een tikketje alternatiever dan Lowlands, al ontlopen ze elkaar niet veel.

Op de tweede plaats, Pukkelpop is groter. Qua aantal bezoekers, maar vooral qua terrein. De verschillende tenten van Lowlands lopen nogal snel vol, en buiten de tent kun je, behoudens op een enkel televisiescherm, nooit zien wat er op het podium gebeurt. Daarnaast heeft een tent de nare eigenschap niet alleen de regen, maar ook de zon buiten te houden. Pukkelpop programmeert de grote acts op buitenpodia.

Tot slot de bezoekers. Waar de Lowlandsbezoeker sinds 1993 steeds ouder is geworden, blijft Pukkelpop nog altijd een festival voor tweenies. Terwijl op Lowlands de gemiddelde leeftijd zo langzamerhand tegen de veertig begint te lopen en je de pubers met een vergrootglas moet zoeken. En broze botten doen het nu eenmaal niet goed in de moshpit. De Belgen hebben voor hun bejaarde festivalgangers speciaal Rimpelrock in het leven geroepen.

Helemaal sympathiek is dat Pukkelpop nog altijd wordt georganiseerd door de Humanistische Jongeren Leopoldsburg. En dat klinkt toch ook een stuk idealistischer dan Mojo.